`Jezus is een Papoea'

De komst van het christelijk geloof heeft het traditionele leven in Irian-Jaya ernstig aangetast. Maar de Papoea's hebben sommige bijbelverhalen soepel in hun geloofsleer ingepast.

DE TIJD DAT antropologen zich vol overgave wijdden aan een gedetailleerde beschrijving van de exotische zeden en gewoonten van nieuw ontdekte stammen ligt nog maar kort achter ons. Aan het eind van de jaren vijftig werd de laatste witte vlek in Nieuw-Guinea ingekleurd en sindsdien is er geen Papoea die niet is betast door de vingers van de `westerse beschaving'. Antropologen beschrijven nu vooral veranderingsprocessen. Uit verschillende onderzoeken in de Vogelkop, gericht op uiteenlopende thema's als medische praktijken, mythologie en initiatie-rituelen, blijkt dat de kerk bij die verandering een grote rol speelt. De Papoea's interpreteren de christelijke leer echter op een originele manier en ze hebben diverse bijbelse verhalen in hun eigen traditie geïncorporeerd.

Dit zegt Jaap Timmer, als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij heeft in het kader van het door NWO gesteunde Irian Jaya Studies Programme twee jaar doorgebracht bij de Imyan in Teminabuan, een gebied aan de zuidkust van de Vogelkop. Timmer onderzocht hoe tradities van kennis en kennisoverdracht zijn veranderd onder invloed van het christendom, de koloniale en de huidige Indonesische overheid, en in hoeverre die veranderende kennistradities het handelen van de lokale Papoea-bevolking beïnvloeden. Timmer: ``Ondanks eeuwenoude contacten met de Molukse eilanden leefden de Imyan tot in de jaren vijftig op een traditionele manier. De gemeenschap, die bestond uit een aantal verwantengroepen, had geen centrale chief of big man. Het leiderschap werd gedeeld door drie personen. De eerste hield zich bezig met oorlog. Dan was er een rituele leider die kennis had van ziekten en magie. De derde was leider van de waardengoederenhandel, waaronder vaak heel oude stoffen die als ruilmiddel werden gebruikt en die men nodig had voor rituele doeleinden.''

korte metten

De eerste zendelingen verschenen al in 1927 in de regio van Teminabuan, maar pas in de jaren vijftig werden de traditionele patronen ingrijpend aangetast. Timmer: ``Dit was toe te schrijven aan de activiteiten van één persoon, de zendeling Herbert Marcus, die door de Doopsgezinde Zending naar het gebied gestuurd werd en daar korte metten maakte met de traditionele manier van leven. Hij was zo slim om zijn vrouw, die arts was, vooruit te sturen naar de dorpen waar zij veel mensen met infectieziekten betrekkelijk eenvoudig kon genezen. Dat maakte natuurlijk indruk. Zodra ze klaar was in een dorp kwam Marcus zelf, wees op de bijbel en zei dat die gezondheid en rijkdom bracht.''

Hadden eerdere Molukse zendelingen al kerken en scholen gebouwd, Marcus deed dat met dubbele ijver. Duivelse praktijken als initiatieceremoniën en magie, voorheen oogluikend toegestaan, werden niet langer getolereerd. Timmer: ``Er moest orde komen, er dienden zieltjes gewonnen te worden en dan staan traditionele denkbeelden in de weg.''

Een van de ingrijpendste veranderingen betrof de afschaffing van het Wuon-initiatieritueel. De maandenlange initiatie van jongens ging gepaard met activiteiten die zowel de kerk als de overheid als barbaars bestempelde. De veelzijdige opleiding die onderdeel uitmaakte van het ritueel, werd niet als zodanig erkend. Timmer: ``De mensen beschouwen de Wuon-initiatie als een soort universiteit. De jongens leerden er praktische vaardigheden op het gebied van de landbouw en oorlogvoering, en kregen onderwijs in de geschiedenis van hun stam en van andere stammen. Ook werd ingegaan op de oorsprong van de wereld en van de mens. Niet iedereen mocht meedoen. De afvallers werden teruggestuurd naar het dorp en bleven symbolisch gezien `vrouwen'. Ze konden trouwen, kinderen krijgen en normaal functioneren, er was slechts een statusverschil.''

De overblijvende groep werd verder opgeleid en ingewijd in de geheimen van de Wuon, die ze nooit mochten doorvertellen op straffe van de dood. ``Fysiek werden ze scherp op de proef gesteld'', zegt Timmer. ``Wie het niet volhield, werd alsnog teruggestuurd. Toch hadden zij een zekere status. Ze hadden, zeg maar, hun kandidaats gehaald en werden met respect ontvangen. Nog veel oude mannen hebben zo'n kandidaatsopleiding.''

Voor de volhouders, ongeveer de helft van de jongens, begonnen de ontberingen dan pas echt. Eerst moesten zij net zo lang met hun tong over een stekelig blad raspen, tot het bloed er uitstroomde. Die `baard van bloed' symboliseerde een menstruatie. De idee erachter is, zegt Timmer, `'dat een mens gemaakt wordt uit een combinatie van vaginaal bloed van de vrouw en sperma van de man. Die twee substanties komen bij elkaar en vormen zich tot een mens. Dat moederbloed wordt echter als onrein gezien. Tijdens de initiatie moesten die jongens het zien kwijt te raken en dat deden ze via het raspen van hun tong.''

Daarnaast dienden de jongens op gezette tijden het geslacht van een nog ongehuwde, niet door vrouwen bevlekte geïnitieerde man aan de mond te zetten en zijn sperma inslikken. De kracht van dit zaad deed, zo was de gedachte, de jongens opnieuw geboren worden. Deze activiteiten werden door de kerk in de jaren vijftig verboden en en ook elders in Irian-Jaya en Papoea Nieuw-Guinea kwam er met de komst van de Europeanen snel een eind aan. Gilbert Herdt, een Amerikaanse antropoloog die jarenlang werkte onder de Sambia aan de zuidkust van Papoea Nieuw-Guinea, bestempelde de initiatiepraktijken als rituele homoseksualiteit. ``Later is er veel kritiek op die kwalificatie gekomen'', zegt Timmer. ``Met seksualiteit heeft het niets te maken.''

Het belangrijkste wat tijdens de initiatie geleerd werd, was hoe je contact moest leggen met de voorouders en de geesten. Het verhaal gaat dat de initiandi met hun leiders in een grote, uitgeholde boomstam gingen zitten en dan over de boomtoppen naar het land van de geesten vlogen. Om de vereiste geestestoestand te bereiken, dronken zij waarschijnlijk het sap van een sagopalm, dat al in de stam gefermenteerd was. Het sap werd opgevangen in een bamboe container die tegen de boom werd gezet. Hier overheen werden bladeren gelegd die waren belezen met magische formules, waarin de voorouders en bosgeesten werden aangemoedigd te copuleren met de bamboe. Het sap dat uit de stam sijpelt, de palmwijn, ziet Timmer als het sperma dat bij de copulatie vrijkomt.

De Wuan-cultus is door toedoen van de kerk nagenoeg verdwenen. Wat vroeger zeven tot vijftien maanden duurde, is nu gereduceerd tot een initiatie-week. Timmer is hier nooit bij aanwezig geweest en kan over de inhoud geen mededeling doen. ``Toch leeft de idee van Wuon nog steeds sterk. Het speelt met name een rol in de perceptie van hun toekomst in een steeds complexere wereld, waarin het hun een identiteit verschaft. Vroeger had men alleen met de eigen tradities te maken. Nu is daar de kerk bij gekomen plus een overheid die de mensen wil betrekken in ontwikkelingsprojecten die steeds weer ineffectief blijken. Een overheid, trouwens, die de Papoea's consequent achterstelt bij de transmigranten uit Indonesië.''

ingepast

De Papoea's hebben het christendom nooit beschouwd als een in de weg staande ideologie. Ze hebben de bijbelverhalen gewoon ingepast in hun eigen verhalen. Volgens Timmer was men sterk geïnteresseerd in die bijbelverhalen en liturgie omdat blanken rijker waren en machtiger. ``Hoe dit proces verlopen is, is moeilijk te reconstrueren. Er zijn wel verhalen over initiatie-leiders die in protest kwamen toen de eerste zendelingen een kerk bouwden. Dat bedreigde hun status, zeker toen ook de initiatie-cultus in de ban werd gedaan. Maar de bevolking was zozeer gegrepen door die luxe goeroe's met hun bijbels, dat daar weinig aan te doen was. Toen hebben die rituele leiders gezegd: `Hoor eens, die bijbel is niets nieuws, dat is precies wat wij bij het initiatie-ritueel doen, en wij doen zelfs nog meer'.''

In de traditionele Wuon-mythologie, aldus Timmer, was sprake van een jongeman met de naam Olinado, die tijdens zijn initiatie-vlucht de macht over zijn kano verloor en naar het westen verdween. ``De nazaten van deze Olinado waren volgens de intitiatie-leiders blanke Europeanen en Amerikanen die tot op de dag van vandaag profiteren van deze kennis. Daardoor waren zij in staat grote steden te bouwen, en vliegtuigen en computers. Men ging geloven dat Jezus Olinado was en dat met zijn terugkeer ook de kennis en de macht van de Papoea's terug zouden komen. Toen die terugkeer ondanks een door de initiatie-leiders opgevoerd ritueel uitbleef, restte niets anders dan de christelijke weg te volgen en te wachten op de Dag des Oordeels.''

Dat mislukte ritueel van de Wuon-initatieleiders en de marginale positie waarin de Papoea's zich bevinden, hebben, zegt Timmer, uiteindelijk geleid tot een toenemend succes van de protestantse kerk onder de Imyan. ``Het aardige is dat in het Imyan-geloof de christelijke kerk uiteindelijk niets anders is dan de Wuon. Of, zoals een grote Wuon initiatie-leider vertelde: `We moeten in God geloven. Alleen dan komt Jezus terug om de oorspronkelijke wereld te herstellen. Je hoeft het boek der Openbaringen maar te lezen en je zult de antwoorden vinden op alle vragen over Wuon'.''