Indische huiskraai

Frans van der Helm schrijft (NRC Handelsblad, 9 februari) vrij laconiek over de allochtone Indische huiskraai C. splendens, in Rotterdam gesignaleerd. Aardig vogeltje, Hitchcock's Birds was immers fictie! Ik ken dit vogeltje uit Kenia, waar hij niet alleen de stad Mombassa tiranniseert, zoals Van der Helm weet te melden, maar de hele kuststreek; stadsparken, terrasjes, markten, stranden, vuilnisplaatsen (en daar valt in Kenia ruim de helft van de stad onder), het is vergeven van de naargeestig krassende massa's kauwtjes. Nationale kranten wijden paginagrote artikelen aan deze plaag, ze poepen mens en auto onder, verspreiden ziektes, jagen toeristen weg, vreten je plakje cake op als je even niet oplet. Kenia is teneinde raad, heeft langs de hele kust premies ingesteld op inlevering van eieren, jonge vogels of vleugels van oude dieren, overal slimme vangkooien met lokaas neergezet (helpt niets, de nog slimmere vogels hebben het snel door) en zelfs aan Israel hulp gevraagd bij de bestrijding. Het toeristeneiland Lamu hebben ze nog steeds niet geïnvadeerd, hier is de autochtone bonte kraai nog heer en meester (is overal elders in kuststeden totaal weggeconcurreerd). Het is een forse, vriendelijk bassende kraai, die zich 's morgens, als de drukte begint, bescheiden terugtrekt in de hoge bomen, en in paartjes optreedt (niet in mobs, zoals de Indische kauw). Enkele jaren geleden waren toch drie exemplaren met de boot meegelift naar Lamu, die door een kiene gepensioneerde wildlife wachter werden afgeknald, op eigen initiatief, want alleen zulke lui kennen de risico's van de kracht van populatie dynamica, journalisten is dat onbegrip niet euvel te duiden.

    • Dirk Zoebl