Het Bureau 2

VORIGE WEEK heb ik verteld waarom Het Bureau een belangwekkend historisch document is. Het laat namelijk onverbloemd zien hoe in de academische wereld werd gereageerd op de bezuinigingen begin jaren tachtig. Haast van de een op de andere dag werden mensen andere wezens. De kat in het nauw Maarten Koning maakte daarbij dezelfde sprongen als het gros van zijn collega's, en dat waren bepaald geen fraaie kunsten. Daardoor begon ik, zo moest ik tot mijn leedwezen constateren, warempel een hekel aan mijn romanheld te krijgen.

Toen ik dat gevoel eenmaal had toegelaten, werd dat gaandeweg steeds meer bevestigd. Zo gaat dat met gevoelens: zet je de deur op een kier, dan is er al vlug geen houden meer aan. Mijn toenemende weerstand wil ik toelichten aan de hand van een gebeurtenis die ook weer model kan staan voor het mismanagement waar de sector onderwijs en wetenschap onder te lijden heeft gehad en onder de gevolgen waarvan die sector nog steeds gebukt gaat. Waarmee ik en passant uit de doeken doe waarom u deze bespreking aantreft in dit katern en niet in het Cultureel Supplement.

Maarten zit in allerlei denkbare en in nog veel meer ondenkbare commissies, hij bezoekt congressen, houdt voordrachten, kortom hij reist heel wat af en vestigt zijn naam. Alleen zijn eigen naam; nooit laat hij zich vergezellen door zijn medewerkers. Als hij al eens met hen op stap gaat, is het een soort personeelsuitje naar een museum of leidt de reis naar de begrafenis van iemand die ze ooit interviewden. Als zich het unieke geval voordoet dat een van zijn onderdanen persoonlijk wordt uitgenodigd om een voordracht te houden, gaat baas Maarten mee. Andersom nooit.

Op zekere dag vraagt Balk, de directeur van het instituut, Maarten te spreken. Balk vertelt hem dat hij doende is een congres te organiseren en of zijn afdeling een bijdrage wil leveren in de vorm van een voordracht. Maarten gooit het verzoek in de groep en inventariseert wie daar voor voelen. Liefst vier medewerkers geven aan dat graag te willen. Maarten maakt een lijstje met hun namen en onderwerpen, gaat daarmee naar Balk en licht het toe: `Die vier staan ex aequo. Ik heb mijzelf daar nog aan toegevoegd, als reserve, over broodgebruik en groepsbewustzijn, voor het geval die eerste vier geen van allen in het programma passen.'

Moet je je voorstellen. Je baas organiseert een congres. Die baas, die natuurlijk wil blitzen met zijn instituut, krijgt een lijstje met vier ex aequo nobodies en een gevestigde reputatie `als reserve'. Die zakkerigheid van ex aequo om geen voorkeur te hoeven uitspreken, en die valse bescheidenheid om voor reserve te spelen. Stuitend.

Even later laat baas Balk zoals te voorzien weten dat de congresbestuurders unamiem voor hem hebben gekozen. Onze held hoort dat aan, doet verbaasd en monkelt wat.

Maarten is zeer betrokken bij zijn medewerkers. Als hun poes is weggelopen of, nog erger, is overleden, kent zijn mededogen geen grenzen. Wie meent dat er alternatieve koffie moet worden geschonken, vindt Maarten aan haar zijde. Als de portier ziek is, is hij niet te beroerd zelf in de loge plaats te nemen, en als er moet worden bezuinigd stelt hij voor dat iedereen wat salaris inlevert. Allemaal best aardig, maar het stijgt niet uit boven het niveau jongerenafdeling Groen Links. Aan dit soort kinderlijke vormen van betrokkenheid heb je als werknemer maar weinig. Maarten Koning als managementliteratuur, als voorbeeld van hoe de baas zich uitslooft om aardig gevonden te worden en toch een baas van niks is.