Hernieuwde handel in ivoor omstreden

Zimbabwe en Namibië mogen vanaf maart weer ivoor verkopen aan Japan. Dat maakten woordvoerders van de VN-organisatie CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Fauna and Flora) donderdag bekend in Genève. Over een maand besluit CITES of ook Botswana de verkoop van ivoor mag hervatten.

Met haar besluit heft CITES het verbod op de internationale handel in ivoor en andere olifantproducten op. Dat verbod werd in 1989 ingesteld om de illegale jacht op de Afrikaanse olifant aan banden te leggen. In dat jaar werd dit dier uitgeroepen tot een bedreigde soort. De beslissing om het verbod op te heffen, is fel bekritiseerd door organisaties voor dierenbescherming. Ze vrezen dat de illegale handel van ivoor nu weer op gang komt. Die handel is de laatste negen jaar beduidend afgenomen. Ook het Wereld Natuur Fonds (WWF) sprak zijn bezorgdheid uit. Volgens een woordvoerder worden de kwetsbare populaties van de olifant in Afrika en Azië in gevaar gebracht door deze beslissing.

Volgens Robert Hepworth, voorzitter van CITES, zal de hernieuwde export van ivoor aan Japan streng gecontroleerd worden. ,,De veiling verloopt via een gesloten systeem. We zullen de verkoop op grote schaal niet hervatten'', aldus Hepworth. Zodra de stroperij weer de kop op steekt, kan de beslissing alsnog worden herroepen.

Volgens het CITES-besluit mag Zimbabwe 20 ton ivoor aan Japan verkopen en Namibië iets minder dan 14 ton. In beide landen liggen nog vele tonnen ivoor opgeslagen in magazijnen. Het materiaal is afkomstig van olifanten die onder natuurlijke omstandigheden zijn gestorven. Volgens Hepworth kan de verkoop vele miljoenen dollars opleveren, waarmee programma's voor natuurbescherming kunnen worden gefinancierd.

Zimbabwe zal verheugd zijn over de beslissing, want daar dringt men allang aan op hervatting van de verkoop van ivoor. De laatste jaren zit er weer groei in de olifantenpopulatie. Halverwege de jaren tachtig daalde die in Zimbabwe door intensieve jacht van 50.000 tot 45.000. Maar sinds 1990 neemt het aantal weer toe met ongeveer 5 procent per jaar. Parkbeheerders schieten olifanten af om de populaties te beheersen. Bovendien verdient het land jaarlijks honderdduizenden dollars aan de toeristische jacht op olifanten.