Heleen Dupuis

Elsbeth Etty (Z 6 febr.) stelt een aantal zinnige vragen naar aanleiding van de uitzending waarin ethicus Heleen Dupuis een moratorium voorstelt op de toelating van asielzoekers. Die vragen bevatten het verzoek nu eens duidelijk te maken waarop het gezag van een ethicus eigenlijk gebaseerd is. Ik zou willen antwoorden dat Heleens hemd niet alleen nader is dan de rok, maar ook dat beide kledingstukken behoren tot de nieuwe kleren van de deskundige.

Universitaire ethiek (en dus: de deskundigheid van de hoogleraar in dat vak) betreft eigenlijk altijd meta-ethiek. Ethici zijn vertrouwd met theorieën en argumentaties over kwesties van goed en kwaad. De vermeende deskundigheid van beoefenaars van de medische ethiek met betrekking tot het nemen van beslissingen op medisch-ethisch terrein bestaat uit gebakken lucht.

Dat zulke mensen niettemin geschikte gesprekspartners kunnen zijn bij de voorbereiding van die beslissingen, komt doordat ze iets vaker aan zulke gesprekken hebben deelgenomen dan anderen, en een beetje vertrouwd zijn geraakt met de gedachtepatronen die daarbij naar voren plegen te komen.

Deze bescheiden meerwaarde is te vergelijken met die van beoefenaars van de logica of van mijn eigen vakgebied, de esthetica. Weten logici beter dan anderen wie er gelijk heeft? Logici hebben absoluut geen verstand van waarheid. Dat wil zeggen: ze weten niet beter wat waar of onwaar is dan ieder ander met een beetje levenservaring. Esthetici zijn vertrouwd met formalistische en expressivistische benaderingen van kunst, maar kunnen niet uitleggen hoe mooi een schilderij nu precies is. Ik moet er niet aan denken dat het NOS-journaal mij zou vragen of Mondriaans Victory Boogie Woogie wel echt tachtig miljoen waard is. Over criteria die in aanmerking komen voor het beoordelen van het belang van het schilderij kan ik wel iets zeggen, maar over de vraag of het genoemde bedrag aan deze aankoop, aan de gezondheidszorg of aan het asielbeleid moet worden uitgegeven heb ik hoogstens als belastingbetaler een mening. Etty's vermoeden is dus juist: zij keek naar een politicus, niet naar een deskundige.

    • Albert van der Schoot Duivendrecht