De verdwijnput van Jemen

Ontvoeringen horen al jaren bij de nationale folklore van Jemen. Maar sinds vier toeristen stierven bij een bevrijdingspoging, houdt het land de adem in. Was het een incident? Of glijdt Jemen af naar de chaos?

Twee keer linksaf, tot je bij de Gamal Nasserstraat komt, daar weer naar links en na een paar honderd meter aan je linkerhand: heerlijke vis. Een Fransman in Jemen. François Burgat wijst zijn gasten de beste restaurants van Sana'a. Het instituut dat hij leidt, het Centre Français d'études Yémenites, ligt aan het eind van een slop in het hart van de hoofdstad en zijn logés vragen geschrokken: lopen we?

Zelfde Sana'a, andere wijk: Hadda. Diplomaten, zakenlui, Westerse expats. Hier is de Nederlandse ambassade gevestigd, tussen de Britse en de Duitse in. Voor de stoep hangt sinds een paar maanden een zware ketting, sinds bij de Duitse ambassade een autobom is ontploft. Die was weliswaar bedoeld voor de buren, een sjeik, maar toch. Als ze uit haar auto stapt, zegt eerste secretaris Djoeke Koekkoek: laten we snel naar binnen gaan, je wordt hier zo van straat geplukt door ontvoerders.

Dhamar, even ten zuiden van Sana'a. Landbouwkundige Matthieu Brugman gaat langs de loodgieter. Terwijl hij op zijn beurt wacht, komen er drie mannen met Kalasjnikovs binnen. Nu is Brugman vorig jaar januari ontvoerd door leden van de Hada'a-stam, dus hij staat toch niet zo lekker meer. Wat moeten vier zwaarbewapende mannen bij de loodgieter, net op het moment dat hij er ook is? Ze moeten een stukkie pijp.

Al-Mukalla is safe, zeggen de technici van Holec. Ze leggen de laatste hand aan 's lands grootste ontwikkelingsproject, een elektriciteitscentrale. Ze gaan zonder escorte de velden in om de 33KW-draden door de masten te halen. Er duikt wel eens een boer op die ze een machinegeweer onder de neus houdt. Dan heeft het Jemenitische energiebedrijf de onteigening weer eens niet goed geregeld. Maar verder: doodkalm.

Elk land heeft zijn no go area's, alleen heeft Jemen er een beetje veel. Het ministerie van Buitenlands Zaken wijst sinds december toeristen en zakenlui ,,uitdrukkelijk op een verhoogd risico'. Ontvoeringen (,,kunnen in heel Jemen plaatshebben'), gewapende autodiefstallen en bomaanslagen. Is het gek dat de KLM-vlucht Amsterdam-Sana'a nog niet voor eenvijfde is gevuld? Zelfs de laconieke Burgat - die ongetwijfeld gelijk heeft dat je veiliger midden in de stad woont, tussen de Jemenieten, dan op een kluitje in een villawijk - reist op advies van zijn ambassade niet meer buiten Sana'a.

Sinds 1993 zijn er zeker zo'n 150 buitenlanders ontvoerd. Maar dat is de oorzaak niet van de huidige nervositeit in de internationale gemeenschap in Jemen.

Tot december waren ontvoeringen `onplezierig' en `niet iets om je op te verheugen'. Maar ze werden toch meer als folklore beschouwd dan als een zware misdaad. Werden er Nederlanders ontvoerd (en dat is sinds 1994 negen overkomen) dan was het voor de ambassade een kwestie van medicijnen opsturen en een boekje `Point to', voor degenen die het Arabisch niet machtig zijn, maar verder geen paniek en laat de Jemenitische overheid in alle rust de onderhandelingen voeren. De ambassade kwam er nooit tussen; stel je voor, dan gingen de gijzelaars nog eisen stellen aan de Nederlandse regering ook.

Het was overzichtelijk. Vond een van de vele stammen in Jemen dat hij recht had op een bepaalde voorziening, of wilde men dat een gevangen stamlid werd uitgeleverd, dan kidnapte men iemand om de regering onder druk te zetten. Meestal een buitenlander, want de van internationale steun zo afhankelijke regering kan zich geen dode toeristen veroorloven.

Er waren ook nooit dode toeristen. Eenmaal vrijgelaten vertelden de meeste buitenlanders over royale gastvrijheid en vriendelijkheid van de ontvoerders. Het verhaal gaat van een ontvoerde groep Japanners, die na drie weken werden losgelaten en die, op de vraag of ze opgelucht waren dat ze waren bevrijd, zeiden: Hoezo bevrijd? Waren we dan gevangen? In die tijd gingen er toeristen met kleine noodpakketjes medicijnen, een voorraadje water en een extra filmrolletje zo opvallend mogelijk in beruchte stammengebieden wandelen. Dat wilden ze wel eens meemaken.

Kruisvaarders

Eind december is het allemaal anders geworden. Toen werden zestien toeristen gegijzeld in de buurt van de havenstad Aden. In plaats van de een of andere stam, waren dit kidnappers van het `Abyan-Aden Islamitisch Leger'. In plaats van de gebruikelijke eisen - een waterpomp, geld, jeeps of een overheidsfunctie voor een stamlid – vroegen deze ontvoerders om opheffing van de internationale embargo's tegen Irak, Libië en Soedan. En in plaats van te onderhandelen, besloot de Jemenitische overheid tot een bevrijdingspoging. Gevolg: vier dode gijzelaars, één dode ontvoerder en drie gevangenen. Een van deze gevangenen verklaarde voor de rechtbank dat hij een heilige strijder was in de ,,oorlog tussen de islam en de kruisvaarders'.

Sindsdien houdt de internationale gemeenschap in Jemen de adem in: was dit een geïsoleerd groepje of een voorhoede van fundamentalistische, anti-Westerse terroristen? Het Abyan-Aden Islamitisch Leger vroeg ook om de vrijlating van zes mannen die er van worden verdacht een bommencampagne te hebben willen beginnen – dat is een aanwijzing voor het laatste. Deze mannen, van wie vijf de Britse nationaliteit hebben, worden op dit moment berecht in Aden.

Als het moslim-fundamentalisten zijn, hoe kan het dan dat een van de verdachten een missionaris is voor een ander geloof? En dat een andere de vijf zuilen van de islam niet kon opnoemen (wat zoiets is als een gelovig katholiek die het onze vader niet kent)? Aan de andere kant, als ze zo onschuldig zijn als ze beweren, waarom worden ze dan luidruchtig gesteund door de radicale moslimleider Abu Hamza in Londen?

Hoe dan ook, sinds december zijn ontvoeringen een potentieel doodsgevaar. Vorige week heeft Buitenlandse Zaken een veiligheidsofficier naar Jemen gestuurd om op de ambassade advies te geven aan Nederlandse projectleiders. Veel nieuws hoorde Matthieu Brugman er niet. Drie jaren in Dhamar hebben hem al alert genoeg gemaakt. Hij leerde op auto's te letten: dichte jeeps, pickups waar een paar gewapende mannen op staan. Hoe ze naar je kijken. Hoe ze rijden. Komen ze snel voorbij en gaan ze dan ineens langzamer?

Brugman is vorig jaar dertig uur ontvoerd geweest. Oude stijl, vrijgelaten tegen betaling van dertigduizend dollar, toch was het vervelend genoeg om niet meer te willen meemaken. Maar Brugman is bang dat het juist vaker zal gebeuren. Dit voorjaar vertrekken de laatste twee andere Europese gezinnen uit de streek en dan zijn hij en zijn vrouw de enig overgebleven buitenlanders, de enige interessante ruilobjecten.

Zolang de overheid blijft onderhandelen, zullen de stammen blijven ontvoeren. President Salah mag dan de doodstraf hebben gedecreteerd voor kidnappings, politie en leger nemen zelden de moeite om ontvoerders te arresteren – al weet iedereen meteen wie ze zijn. Dus eist Brugman van de gouverneur van Dhamar een permanent escorte. ,,Ze barsten hier toch van de soldaten.'

Vorige week kwam een groot gezelschap uit de toeristenbranche bijeen op het ministerie van Toerisme in Sana'a, om te praten over de rampzalige situatie. Hotels en restaurants blijven leeg. De KLM, die vorig jaar april de frequentie van haar vluchten van twee naar drie keer per week verhoogde en al op weg leek naar vier vluchten, overweegt nu weer terug te gaan naar twee.

De minister bezwoer dat de regering maatregelen treft. Maar Abdalla Okasha, KLM-manager in Jemen, ziet niet wat de overheid kan doen. Ze is eenvoudig te krachteloos om haar gezag in het hele land te laten gelden. In hele gebieden ontbreken basale voorzieningen. Okasha suggereerde de stammen meer te laten delen in de opbrengsten van het toerisme in hun gebied. Dan zouden ze begrijpen dat ontvoeringen in hun eigen nadeel zijn.

Hoger honing

Het is dat het land al jarenlang tot de armste tien van de wereld behoort, anders zou je zeggen: het gaat niet goed met Jemen. Het gaat op en neer, dat is misschien nog wel erger. Steeds snoept de bevolking even van hoger honing, dan stort de economie weer in elkaar.

Zo had het pas verenigde Jemen de pech net lid te zijn van de VN-Veiligheidsraad, toen de Golfoorlog op uitbarsten stond. Anders had de wereld de schouders opgehaald over zijn steun aan Saddam Hussein. Nu was Jemens mening ineens belangrijk en toen de Jemenitische VN-ambassadeur weigerde de beslissende anti-Iraakse resolutie te steunen, beet zijn Amerikaanse collega hem toe: Dat was de duurste stem die je ooit hebt uitgebracht.

En inderdaad, de anti-Iraakse buren op het Arabisch schiereiland (die van oudsher toch al een moeizame relatie met hun grote zuiderbuur hebben) stuurden alle Jemenitische gastarbeiders zonder pardon de grens over. Zo stroomden anderhalf miljoen nieuwe werklozen de republiek binnen. De investeringen uit Saoedi-Arabië en Koeweit – waarmee ziekenhuizen, scholen en unversiteiten werden opgericht – zijn stilgelegd.

In de jaren na 1991 krabbelde het land weer overeind. De toeristenstroom nam gestaag toe, Aziatische investeerders meldden zich; de haven van Aden wordt gemoderniseerd door een Singaporees containerbedrijf. Maar de economische indicatoren van nu wijzen ongeveer het peil aan van 1994, het jaar dat het land in burgeroorlog verkeerde. In 1998 is de inflatie opgelopen tot 55 procent en het financieringstekort tot twaalf procent. De Aziatische economie mist na de krach van 1997 de kracht van vroeger. En de toeristen wachten net als veel Jemenieten af hoe het proces in Aden eindigt. ,,Als daar een doodvonnis wordt uitgesproken, breekt misschien de hel wel los', zegt een touroperator.

Zakenman Achmed Faraj wijst op een huis in aanbouw in Sana'a. Het betonnen karkas staat nu al twee jaar te wachten op voltooiing. Jemen komt maar niet op gang. Het potentieel is er. Het land heeft olie, gas, schitterende natuur en spectaculaire architectuur vanaf bijbelse tijden tot nu toe, er groeit tabak, koffie en in de Golf van Aden, zegt Faraj, is de zee zo rijk dat je de vissen er met de blote hand kunt uithalen - maar de bevolking gaat er laks mee om: van een gevangen haai worden alleen de vinnen afgesneden en verwerkt, de rest van het vlees ligt te rotten op de kades.

Faraj heeft, samen met zijn neef Zuhair, in Nederland en Jemen het bedrijf Mukiriani, waarmee ze handelen in zuivelproducten en ijsmachines, waarmee ze projecten ontwikkelen zoals een koelhuis in de haven van Aden en waarmee ze DAF-trucks willen importeren. Ze hebben nog veel meer plannen, maar het is vaak moeilijk zaken doen in Jemen. Alles duurt verschrikkelijk lang en er zijn altijd wel concurrenten die op de een of andere manier een streepje voor lijken te hebben.

Kritiek op de regering geschiedt openlijk in Jemen. In kranten en in het parlement wordt vrijuit gediscussieerd over het (ontbreken van) overheidsbeleid. Het land is in veel opzichten veel liberaler dan andere Arabische landen – dat is nog een reden waarom de Golfstaten en Saoedi-Arabië vaak met scheven ogen naar Jemen kijken. Het is een ontwikkeling waar Jemenieten trots op zijn.

Elk verhaal over het land begint met de vaststelling dat de Jemenitische Middeleeuwen nog geen veertig jaar achter ons liggen. Vanaf de tiende eeuw tot in de jaren zestig van deze eeuw regeerde een dynastie van imams, die de buitenwereld buiten hield. Letterlijk: de stad Sana'a was ommuurd en bij de avondklok ging de poort dicht. Er woonden toen dertigduizend mensen in de hoofdstad, nu zijn dat er naar schatting anderhalf miljoen.

Op de hoeken van de straten verhuren zich dagloners, naar specialiteit gegroepeerd en met het bewijs van hun kunde in de hand: een verfroller, een houweel, een draaibank. Zestig procent van de bevolking is analfabeet - een Nederlandse consultant zegt: ze missen de capaciteit om terug te slaan.

Elk jaar stelt Faraj een rapport op voor het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. Why we should support Yemen, staat boven het rapport van dit jaar. Omdat het land het verdient en omdat het het alleen niet meer redt – dat is zo ongeveer de strekking van zijn verhaal. Faraj wijst naar een ander gebouw. De begane grond bestaat uit winkels, daar staan drie lege etages op, waaruit dan nog de ijzeren sprieten van de betonbewapening steken voor een volgende verdieping. ,,Niemand vraagt zich af of de fundamenten dat wel kunnen dragen.'

De bevolking begint zo langzamerhand haar gebruikelijke optimisme te verliezen. Een Jemenitische touroperator zei altijd tegen zijn klanten: kom liever volgende maand, dan zijn de problemen opgelost, dan is het veilig. De laatsten tegen wie hij dat zei, waren twee Belgen. Nu zul je het hem niet meer horen zeggen. De Belgen werden prompt ontvoerd.

De koele stad

Khamir, de hoofdstad van de Hashid-stammen in het noorden van Jemen, ligt aan de weg waar drie weken geleden de Nederlandse familie Koolstra werd ontvoerd, vader, moeder en twee kleine kinderen. Hun kidnappers hoorden tot een stam van de Bakils, buren, vrienden en rivalen van de Hashids.

Op de weg van Sana'a naar het noorden wil de regering laten merken dat de kidnap-bestrijding haar ernst is. Drie roadblocks passeren we en bij elk roadblock vragen soldaten (soms in uniform, meestal in burger en op slippers, altijd gewapend) aan Arif al Kaify wat hij van plan is met de blanke die hij bij zich heeft. Hij heeft me uitgenodigd voor een bezoek aan het huis van zijn familie, om te laten zien hoe veilig het er is en wat gastvrijheid echt betekent. ,,Als ik hem had willen ontvoeren, was ik wel over een andere weg gereden', roept Arif tegen de soldaten.

Khamir valt, als alle Jemenitische steden, weg tegen het decor. De hoge, rechthoekige huizen zijn geel als de bergen. Sommige zijn van leem, de meeste van steen, kunstig op de rotsen gebouwd. Aan het begin van de stad ligt een bocht asfalt die ooit een ringweg zal worden, maar die voorlopig eindigt bij het huis van de Kaify's. Bij een van hun huizen.

Zes huizen heeft de familie Kaify in Khamir, of zijn het er meer? In elk geval zijn het notabelen, van wie de leden op de markt worden begroet met handkussen (en niet, zoals elders in Jemen, met kussen op de wang). Ze drijven handel in Sana'a, waar ze een drogisterij hebben en een winkel in elektronica. In Khamir hebben ze uitgestrekte stukken land. Hier woonden al Kaify's voor de profeet werd geboren.

Het is zondag en in alle stofstraatjes van de koele stad (meer dan 2.700 meter hoog) zitten handelaren. De lucht is zoet van de kardemom, dan weer muf van de bunn, een surrogaat dat van de vliezen van koffiebonen wordt getrokken. Er liggen kisten vol knopen en scheermesjes. Kruiwagens vol spekkies. Paarlemoer borduurdraad uit India. Grauw-blikken speelgoed uit China. Rozijnen, dadels, vijgen. De teilenkeizer is er, de emmerkoning. Kippen in plastic manden, bossen qat.

Oude mannen slenteren langs de kraampjes, een geweer als een boodschappentas over hun schouder. In een paar bestelwagentjes zitten de handelaren voor machinegeweren en dozen munitie.

Een wapen betekent niets, zegt Mohammed Saad Al Kaify, Arifs vader. Het is een accessoire, een sieraad. Hij laat een geweer halen. Fabrique nationale Herstal Belgique. Wil ik ermee schieten? Of wil ik liever hun bazooka proberen? Of wil ik een tank zien? Men zegt dat er, variërend van pistool tot Scud-raket, vijftig miljoen vuurwapens in Jemen circuleren. Op zeventien miljoen inwoners. Wapens uit Bulgarije, Rusland, Irak of België.

Khamir, zegt Mohammed, is veilig. We hebben een overdadige maaltijd genoten en het tapijt ligt bezaaid met geriste takken van de qatboom. Alle mannen in deze kamer hebben een wang die bol staat van de blaadjes. Als ze spreken - en wie het opwekkende qat kauwt spreekt graag - zie je de groene vezels zitten.

Khamir is veilig omdat de Hashids geen mensen ontvoeren. De sjeik der sjeiks van alle Hashid-stammen, Abdallah ibn Hussein al-Ahmar, tevens voorzitter van het Jemenitische parlement, is er tegen en hij heeft voldoende gezag over zijn stamgenoten. ,,Als een Hashid-stam iemand ontvoert, wordt hij meteen doodgeschoten door de anderen', zegt Mohammed er ter geruststelling bij.

Het is belangrijk dat Khamir veilig is, de stad heeft hulp van buiten nodig voor haar ontwikkeling. Er moet een ziekenhuis komen. Nu is er voor 90.000 mensen in groot-Khamir één klein ziekenhuis, nog met Koeweits geld opgericht. Er is een riolering nodig en watervoorziening. Daar heb je nog een reden waarom niemand hier het in zijn hoofd zal halen mij te ontvoeren, zegt Mohammed: Nederland is een van de gulste gevers aan Jemen.

In 1997 gaf Nederland Jemen honderd miljoen gulden, in 1998 weer. Bij haar aantreden kondigde minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) aan dat het ontwikkelingsgeld onder minder landen zal worden verdeeld. Jemen kan tevreden zijn: het is uitverkoren.

Cynisme

`Verliefd op Jemen'. De liefdesverklaring van Evelien Herfkens heeft, in de vorm van een krantenknipsel, lang in hun kantoor gehangen, maar ten slotte konden de mannen van Holec het niet meer zíen. Verliefd op Jemen. Onvoorstelbaar.

De elektriciteitscentrale bij Al-Mukalla, aan de Golf van Aden, is een half Nederlands (60 miljoen), half Jemenitisch (40 miljoen) project - alleen waar is het Jemenitische geld? ,,Er moeten bankgaranties zijn, alleen die zijn er vaak niet, of ze zijn op de verkeerde plaatsen', zegt Erwin Ograjansek, een van het handjevol Nederlandse technici dat bij het project betrokken is. Hun belangrijkste vijand: verveling. Hun belangrijkste wapens: cynisme en gesmokkelde drank.

De veertig megawatt centrale (,,een fietsdynamo', zegt Ograjansek) had allang klaar moeten zijn. De Jemenitische maatschappij PEC geeft de buitenlandse contractors de schuld van de vertraging, maar de Nederlanders geven het ene na het andere voorbeeld van de vertragingstechniek van hun opdrachtgever. Een krasje op de muur kan al reden zijn om de oplevering uit te stellen – en daarmee de betaling.

Ograjansek, door Kema NV uitgestuurd als residential engineer, doet 's avonds zelf de administratie. ,,Organiek', zegt hij, ,,heb ik recht op secretariële ondersteuning.' Maar die is er niet. En organiek heeft hij ook recht op een eigen auto met chauffeur. Maar de PEC heeft hem gevraagd of hij onderweg andere werknemers wil oppikken. Natuurlijk wil hij dat, een auto vol Arabieren is wel zo veilig.

De chauffeur likt met zijn tong over de tape van het cassettebandje voor hij het in de recorder stopt. We rijden langs het Hadramut Industrial Complex: een koekjesfabriek en een plastic-pijpenconcern. De elektriciteitscentrale moet straks een grote duw geven aan alle grote plannen die Jemen hier heeft, zegt Henk Havinga, die met zijn Holec-collega's Ab, Adrie en Jan intrek heeft genomen in het Hadramut-hotel. Maar voorlopig eindigen de draden van de hoogspanningsmasten nog in het niets.

Wat wil de regering ook, het is hier armoe troef. Toen Adrie in september aankwam, was er net een nieuwe begraafplaats ingericht. Het is nu februari en hij ligt al bijna vol. Allemaal van die kleine grafjes. Al-Mukalla ruikt als een open riool. De voorstad Bowaish is in de burgeroorlog van 1994 gebombardeerd, de huizen zijn nog altijd kadavers, waar Somalische vluchtelingen hun intrek hebben genomen. Als de mannen begrip kunnen opbrengen voor de bandeloosheid van de stammen, is het omdat ze merken dat deze streek door de regering aan zijn lot wordt overgelaten.

Hoe de centrale er over vijf jaar uit zal zien? Toen de Nederlanders met kerst twee weken weggingen, viel de hele boel al uit. Twaalf Jemenieten hebben een maand lang cursus gekregen in Europa. Twáálf – er lopen er nu misschien nog drie van op het terrein rond. En met een maandje cursus hadden die natuurlijk nooit de kundigheid om een noodsituatie op te lossen. Nee, dit project is een verdwijnput voor ontwikkelingsgeld, vinden de Holec-mannen.

Op de vrije vrijdag drentelen ze maar wat om elkaar heen. Op de vlonder van duikclub Hadramut staat Ab stukjes brood in zee te gooien. Ab gaat, Adrie komt. Hij richt zijn videocamera op de golven, stopt met zijn vrije hand een broodje in zijn mond, scheurt er hapjes af en gooit ze naar de vissen. En intussen praat hij halfluid tegen de microfoon die uit zijn camera steekt. ,,Ze zijn niet zo mooi als op Aruba.'

Correctie:

In het artikel De verdwijnput van Jemen (in de krant van zaterdag 13 februari,

pagina 33) staat dat de zakenman Achmed Faraj jaarlijks een rapport opstelt

voor het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. Dat is onjuist. Faraj

maakt zijn rapport voor zijn zakenrelaties en stelt met nadruk dat hij op

geen enkele wijze verbonden is aan het ministerie.