DE NIEUWE LERAAR LEERT ZICHZELF

Niet de verhalen voor de klas, maar de eigen werkstukken hebben het grootste leereffect. Op basis van dat gegeven worden nu in Amsterdam ook de leraren zelf opgeleid. De `Nieuwe Leerpraktijk' bestaat er uit opdrachten en projecten. `We wilden door. Het moest nóg mooier worden.'

PIM DE KORT was een docent van de oude stempel. Hij voelde zich als docent kunstgeschiedenis pas tevreden als hij álle belangrijke kunstenaars van een bepaalde stroming in de klas had behandeld. En het leek ook aan te slaan bij de studenten van de Amsterdamse lerarenopleiding waar hij lesgeeft. Die waren altijd gek op zijn lessen: wat is nu leuker dan in het halfdonker dia's bekijken, terwijl de enthousiaste stem van hun docent de schilderijen tot leven wekt?

Maar als je ze later vroeg wat ze onthouden hadden, dan bleek dat vooral hun werkstuk en hun spreekbeurt te zijn, zegt De Kort enigszins spijtig. Want met díe stof waren ze actief beziggeweest, met dát onderwerp hadden ze zelf iets moeten doen. Daarom staat hij open voor de onderwijsvernieuwingen op zijn school.

De Educatieve Faculteit Amsterdam (EFA) is sinds januari 1997 een experimentele lerarenopleiding, samen met de veel kleinere Pabo van de Ichtushogeschool in Dordrecht. Het ministerie van Onderwijs had hogescholen gevraagd te bedenken hoe de leraar van de toekomst het meest adequaat kan worden opgeleid en hoe de aantrekkelijkheid van de lerarenopleidingen kan worden vergroot. De Ichtus en de EFA (een tweedegraads lerarenopleiding en een Pabo met in totaal bijna 4000 studenten) presenteerden de beste plannen, die ze vervolgens mochten uitvoeren.

AANTREKKELIJKER

Het ministerie van Onderwijs heeft de EFA, een fusie van de hogeschool Amsterdam en de hogeschool Holland, vier jaar de tijd gegeven om het plan in praktijk te brengen. Voor de eerste twee jaar ontving de EFA 12 miljoen gulden extra. De onderhandelingen over het bedrag voor de komende twee jaar lopen nog. Van dit geld ontwikkelt de hogeschool ``een dynamisch curriculum volgens het concept van producerend leren''. Dat moet de leraren in spe niet alleen beter op de praktijk voorbereiden, maar ook de opleidingen aantrekkelijker maken. Niet overdreven nu het tekort aan leerkrachten hopeloos toeneemt. Producerend leren: klinkt mooi, maar wat is het?

Directeur Paul van der Linden legt het maar al te graag uit. Hij is dat gewend — doet dat doorlopend voor collega-directeuren en docenten, voor Tweede-Kamerleden en andere geïnteresseerden. De overheadsheets zitten standaard in zijn koffertje. Producerend leren betekent dat studenten werken aan concrete producten, bijvoorbeeld een lesprogramma voor een school, zegt hij. Studenten leren veel meer als ze worden uitgedaagd om iets te doen met de kennis die ze opdoen, dan als ze iets uit hun hoofd moeten leren. ``Zo kun je ze beter laten solliciteren voor een stageplaats, dan ze een sollicitatiecursus aanbieden.''

De gewone lessen op de EFA, waarbij een docent voor de klas staat en de stof uitlegt waarover de studenten aan het eind van het trimester tentamen doen, worden grotendeels vervangen door `Nieuwe Leerpraktijken' (NLP's). Dat zijn opdrachten die door de studenten moeten worden uitgevoerd.

Het werken met NLP's lijkt op het probleemgestuurd onderwijs waar de Universiteit Maastricht beroemd mee werd en dat veelvuldig wordt gekopieerd. Ook hierbij is het de bedoeling dat de studenten actief met de stof bezig zijn. Maar het onderwijs met NLP's gaat een stapje verder: Het resultaat moet daadwerkelijk een product zijn, het liefst gemaakt op verzoek van een externe opdrachtgever. Dat kan bijvoorbeeld een school zijn, maar ook een gemeente of een museum. Omdat de opdrachtgevers zo van elkaar verschillen, is ook geen enkele NLP gelijk.

De studenten zullen veel gebruik maken van computers. Zo heeft De Kort zijn dialessen in het schemer verruild voor een digitaal museum dat zijn studenten eigenhandig `volhangen' met schilderijen en andere kunstwerken. Het is de bedoeling dat deze NLP, met de naam `Kids' (Kunst in de School), op middelbare scholen zal worden gebruikt om de scholieren kennis te laten maken met kunst. Op zijn laptop showt De Kort de eerste kunstwerken, die door zijn studenten zijn gemaakt. Zo is daar bijvoorbeeld het Rietveldhuis dat in de rechterbovenhoek van het scherm verschijnt, grafisch over het beeld schuift en onderaan tot stilstand komt. Vervolgens kan de museumbezoeker (de leerling) met zijn muis op verschillende plaatsen klikken voor meer informatie over het kunstwerk en de maker. Of krijgt hij vragen voorgeschoteld, zodat de leraar kan checken of hij de stof heeft begrepen.

Het resultaat is prachtig, beaamt Wouda Verbeek (21), tweedejaars Tehatex (tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving) trots. ``Maar wel veel moeilijker om te maken dan ik van te voren had gedacht.'' Zij behoorde tot de eerste lichting studenten die te maken kreeg met NLP's, voorlopig nog in combinatie met reguliere lessen.

Alle eerstejaars werden verdeeld in groepen van tien studenten die een kunstwerk moesten uitkiezen en digitaal bewerken voor het museum. Wouda's groep koos voor het Rietveldhuis. De een zou zich bezighouden met het interieur, een ander met het huis zelf, een derde zou de biografie van Rietveld natrekken en een vierde de kunststroming waaronder de kunstenaar geschaard kan worden. Wouda: ``Alles, maar dan ook alles zochten we uit.''

Daarna moesten ze de informatie zo selecteren en opschrijven dat scholieren ermee uit de voeten zouden kunnen. Voortdurend moest er worden vergaderd en dat was nog een van de lastigste aspecten van de NLP, merkte Wouda. ``Want er zijn er altijd een paar die zich er met een Jantje van Leiden van af proberen te maken. Normaal gesproken kan mij dat niet schelen, maar nu heeft het effect op de resultaten van de hele groep.'' De lakse medestudenten werden dan ook stevig op hun houding aangesproken.

Maar over het algemeen was het enthousiasme groot. De groep toog naar Utrecht om zelf foto's te maken van het Rietveldhuis. Die werden gescand onder leiding van een computerspecialist. Alle kennis die nodig was om de NLP te maken, werd opgezogen als een spons. Nooit eerder waren de studenten zo geïnteresseerd in een cursus computeranimatie. De computerspecialist werd uit de kantine opgehaald als hij niet snel genoeg terug was van de lunch. Wouda: ``We wilden door. Het moest nóg mooier worden.''

Doordat de leerlingen actief met de stof omgaan, leren ze meer. (Wouda: ``Ik weet alles, maar dan ook alles van het Rietveldhuis en ik vergeet het nooit meer.'') Naast inhoudelijke kennis leren ze ook sociale vaardigheden die belangrijk zijn voor leraren, zoals presenteren, overleggen, discussiëren en de eigen mening beargumenteren. Bovendien moeten ze al in het begin van de opleiding nadenken over de manier waarop de toekomstige leerling leert omdat ze de stof moeten uitleggen en vragen moeten bedenken.

Zeker in het begin, nu de opdrachtgevers zich nog niet in groten getale melden, kunnen docenten ook NLP's ontwikkelen. Daarnaast moeten ook docenten leren hoe ze moeten lesgeven binnen een NLP. Met het extra geld van het ministerie is de school in staat de docenten hiervoor om beurten twee maanden vrij te stellen. Ze moeten de groep begeleiden, maar ook op de achtergrond blijven. ``En dat is nog best lastig'', zegt geschiedenisdocent Arie Wilschut die in het docentenlokaal achter de computer werkt aan zijn NLP. ``Vaak jeuken mijn handen om aan de studenten te laten zien hoe het beter kan. Maar ze moeten het juist zelf uitvinden. Dan leren ze het meest.''

Hoewel de meeste docenten aan de EFA best geloven dat de intensieve aandacht voor het project vruchten afwerpt, zijn ze niet allemaal even enthousiast over de nieuwe manier van lesgeven. ``Ik sta bekend als een behoudende docent'', zegt de leraar geschiedenis Klaas Kalkwiek, die al 25 jaar lesgeeft op de opleiding. ``Ik sta niet afwijzend tegenover de introductie van de NLP's, ik werk zelf aan één mee, maar ik heb wel af en toe de neiging om op de rem te trappen. Ons uiteindelijke doel is om bekwame leraren af te leveren en dat moeten we vooral niet uit het oog verliezen.''

Tijdens zijn lange loopbaan heeft Kalkwiek al vele veranderingen meegemaakt. Zo moesten de lerarenopleidingen zich aanpassen aan de vernieuwingen in het beroeps- en voortgezet onderwijs. Ze stapten af van een tweevakkenstructuur en leidden de studenten daarna op tot leraar in één vak. Vervolgens kwam er meer aandacht voor de didactische aspecten van het beroep en werd de stage geprofessionaliseerd. Ook wordt er sinds enkele jaren veel sterker de nadruk gelegd om het beroep leraar. Het is nog niet eens zo heel lang geleden dat weinig afgestudeerden daadwerkelijk voor de klas terecht kwamen. Met de lerarenopleiding kon je alle kanten op, was het credo. Maar daar moest, met het oog op een toenemend tekort, snel verandering in komen.

Kalkwiek: ``Die veranderingen gaan steevast gepaard met een groepje enthousiastelingen dat roept: `Nu wordt alles beter'. Dan denk ik: heb ik het dan altijd fout gedaan? Nee dus.'' De maatschappij verandert en stelt andere eisen, vindt hij, en daar moet de opleiding op inspelen. Maar niet door lukraak al het oude overboord te zetten. ``Ikzelf ben bijvoorbeeld een groot fan van het hoorcollege, dat is de beste manier om betrokkenheid bij het vak over te brengen.'' Bovendien blijft volgens Kalkwiek een les met een docent voor de klas de uitgelezen manier om de noodzakelijke grote lijnen van een bepaald vak over te brengen. ``Ik kan in een uur vertellen waar een student een week voor nodig heeft om het zelf uit te zoeken. We moeten voorkomen dat de studenten, door het werken aan projecten, brokstukken aan kennis gaan vergaren. Dan ontstaan lacunes.''

VERANDERINGEN

Directeur Van der Linden beaamt dat het uitgangspunt het opleiden van goede leraren moet zijn. Maar de inhoudelijke kant van het lerarenvak is al lang niet meer statisch, vindt hij. ``Het is zo sterk aan veranderingen onderhevig dat je je kunt afvragen of je nog wel kunt zeggen: dít moet je allemaal weten als leraar geschiedenis of biologie.'' Het gaat er veel meer om, zegt hij, ``of de studenten in de toekomst zelfstandig in staat zijn in te spelen op de veranderingen en hun lessen daaraan aan te passen.''

Beleidsmedewerker Marco Snoek, die aan de wieg stond van het producerend leren binnen de EFA, voegt daaraan toe dat hoorcolleges en werkcolleges wellicht onderdeel kunnen gaan uitmaken van bepaalde projecten. Kalkwiek wil daar best in meegaan, zolang de NLP's een middel blijven om goed onderwijs te geven en geen doel op zichzelf worden. Maar eigenlijk is hij daar ook weer niet bang voor omdat alles wat in de bestuurskamertjes bedacht wordt, uitgevoerd moet worden door de 350 docenten die met twee benen in de praktijk staan. ``Die gaan niet zomaar met studenten experimenteren als ze er niet achterstaan'', zegt Kalwiek. ``En de meesten zullen de geur van het krijtje nooit helemaal kunnen missen.''