Bab-lijn

De week kon niet slechter beginnen. Maandagochtend kopte De Telegraaf: Baby's in Feyenoord-outfit. Je weet niet wat je leest. `De lijn voor de Feyenoord-baby's bestaat vooralsnog uit een pyama, een slabbetje, een wintersetje (jas, sjaal, mutsje en handschoentjes), een trappelzak, een badcape en een luierpakje. Op de artikelen – wit met een rode rand – staat het logo van de club afgebeeld, evenals twee beertjes met een voetbal.'

Het is nog niet genoeg: `In de loop van dit jaar komen daar andere producten bij, zoals drinkbekertjes. Daarnaast kan de kinderkamer in de nabije toekomst geheel met artikelen van de Rotterdamse club worden ingericht.'

Er is sprake van een stormloop op de babylijn. Feyenoord: nu letterlijk van de wieg tot het graf. Lang kan het niet meer duren of de Rotterdamse club gaat er voor de fans ook een eigen crematorium op nahouden – bevlagde ovens, wit met een rode rand en twee beertjes met een voetbal ingebrand als glasraam. De bejaarde aflijvige wordt, net voor hij de vlammen in gaat, nog een keer gedrapeerd met het slabbetje, het wintersetje en de trappelzak van tachtig jaar geleden. Want reken maar dat Feyenoord een club is die de cirkel rond maakt.

De tranen wellen in me op als ik aan zo'n pas geboren Feyenoord-baby denk. Ben je na negen maanden duisternis eindelijk op de wereld, waar je niet om gevraagd hebt, en dan moet je gelijk in zo'n contrasterend roodwit luierpakje. Ook een zuigmopje heeft recht op enige discretie, zeker in momenten van ongemak. Om het met de dichter te zeggen: gestempeld als bagage zullen deze wezens door het leven gaan.

Van vaders kun je niet anders verwachten, maar wat bezielt dwaze moeders die de mooie rose gloed van een pasgeborene breken met een Feyenoord-outfit? Baby's blootstellen aan Feyenoord is een vorm van kinderverwaarlozing. Zo kweek je hooligans.

Henk Vos is een prima voetballer, maar je kan hem bezwaarlijk als stralend licht in huis halen dat de weg toont naar lotsverlichting voor armen, weduwen en wezen. De verbale charme van Leo Beenhakker is weinigen gegeven, maar de status van cherubijn zal hij nooit bereiken. En een normale moeder leert haar baby toch niet met de klank van metaal op metaal aan het leven wennen.

Feyenoord is een ruige enclave met een getatoeëerd volkslied. De confrontatie met deze uithoek van de wereld moet voor kinderen zo lang mogelijk worden uitgesteld. Misschien is het wel tijd om een stadionverbod te decreteren voor jongeren beneden de twaalf. Niet alleen in De Kuip, ook in de Arena en in de Gelredome. Voetbalstadions zijn geen pretparken meer. De gezangen, de grimassen, de vloeken, de scheldkanonnades verschroeien elk verlangen naar muziek en naar lichtvoetigheid. Er heerst een sfeer van tiranniek geweld. Ik weet zeker dat Valentijn en Don Juan nooit een voetbalstadion hebben betreden.

Om je heen kijken kan voor kinderen ook niet meer, zeker niet in de buurt van het ereterras. De Belgische club Racing Mechelen is een tijdje in handen geweest van Georgische mafiosi. Bij elk sigarettentrekje kwamen duizend lijken uit de gezichten van de neo-bobo's gevallen. Na onderzoek van het parket werden de Georgiërs ontmaskerd als notoire witwassers. De happy few van Feyenoord is natuurlijker netter, maar daarom nog geen voorbeeld voor een kinderziel. Er zit ook te veel sauna, te veel goud, te veel blond en te veel decolleté bijeengepakt in de eretribune. En daar bovenop: Gerard Cox.

Natuurlijk is voetbal ook schoonheid: een schot van dertig meter, een slalom, zelfs een intikkertje. Maar tussen die schoonheid en mij, Kind im Manne, staan besturen en legioenen, boeventronies en te hoog opgeschoren koppen. En nu dus ook de commercie tot in de aanslag op de hemelsblauwe horizon van baby's.

Moeders die hun baby aan het kledinglijntje van de voetbalclub leggen, zijn de doodgravers van het voetbal. Van gedwongen liefde komt alleen weerzin. Hun zonen worden in het beste geval wielrenner. En dan nog alleen in het metaalgrijze tricot van TVM, nooit meer in rood-wit. Johan Cruijff in een roodwit luierpakje of Pele met een kanariegeel slabbetje, wie kan het zich voorstellen? De mythes zouden nooit zijn ontstaan.

Foeke Booy weet niet eens wat een slabbetje is.