Vierendelen

Het was een zware avond. Twee slachtoffer specials bij de Ikon en kinderchirurgie bij de TROS. Op zich was er niets mis met de Ikon-programma's. Maar als je eerst een beeldverslag over de gewenste of ongewenste contacten tussen verzorger en verlamde patiënt hebt gezien, is een Noorse film over twee kankerpatiënten wat veel. Ik kan me niet voorstellen dat de Ikon met haar christelijke boodschap een lacune aan medische programma's constateert.

Bij de TROS zag ik zo'n flinke dokter die naar zijn zeggen ,,liesbreuken, waterbreuken en niet ingedaalde teelballen'' opereerde. Hij zei dat op de toon van een monteur die in ,,remmen, banden en tune-ups'' doet. Ik heb hem nog aan het werk gezien. De dokter zei dat het gans eenvoudig was, maar een leeggeknepen waterbreuk in een opengesneden kinderbalzakje was al meer dan genoeg voor mij om door te zappen. Ongetwijfeld bleef het grote publiek verlekkerd staren naar zijn bloederige handwerk. Rode vloeistof garandeert kijkcijfers, of het nu ketchup is of echt.

De operatie is geoorloofd televisiegeweld. Bloed met een functie. Niet alleen gaat de dolk in de buik, maar je ziet ook nog wat daaronder zit. Dat is voorlichting. Symptomen worden opgesomd. Na de uitzending voel ik ze allemaal zelf. En ik krijg medelijden met de patiënten. Of gaat het om publiek sadisme bij de openbare terechtstelling?

Televisie-operaties zijn de opvolgers van vierendelingen. Het mededogen, de bloeddorst en de angst zetten iedereen weer op zijn plaats. De mens is gebrekkig en onze verzorgingsstaat is nog lang niet af. De straat is schoon maar het leed bevindt zich achter de elektrische deuren van de zorginstelling.

Nergens ter wereld ken ik televisie die zoveel voorliefde heeft voor slachtoffers als de Nederlandse. De publieke omroep is een kakafonie van zielige mensen. Diepzinnige informatie betekent een telefoontje van de producent naar één van de vele patiëntenverenigingen, zorginstellingen of zelfhulpclubs. Die moeten dan komen met een voorbeeld, een persoon die goed is op televisie. In het beste geval volgen er Kamervragen en nieuwe zorgvoorzieningen. Soms gaat het louter om begrip. De kijker weet beter hoe zo iemand zich voelt. De dementerende patiënt zit weliswaar veilig weggeborgen in een verzorgingstehuis. Hij valt onder de verzekering maar via de televisie kunnen we zijn vorderingen bijhouden.

De Ikon-film over gewenste intimiteiten ging over een mogelijk dubbelslachtofferschap. Niet alleen verlamd, maar ook nog geterroriseerd door de begerige handen van de hulpverlener. De langdurige aandacht van de televisie voor slachtoffers van seksueel geweld heeft paniek veroorzaakt. Leraren durven zelfs geen troostende hand meer te leggen op de schouder van een huilende leerling. Maar verzorgers van verlamde patiënten kunnen lichamelijk contact onmogelijk vermijden. Hun werk bestaat uit aanraken, masseren, aankleden, uitkleden en wassen.

Uit de film bleek dat de hulpverleners wel weten waar hun grenzen liggen. Als iemand met een speciale lichaamslotion gewassen wil worden, is dat prima, maar als hij alleen door jou gewassen wil worden, wordt het verdacht, vond er een. Toch kan ik me voorstellen dat een patiënt zonder seksuele bijbedoelingen aan één wasser gehecht raakt. Een andere verzorger zei dat hij nooit meer durfde te stoeien met de jongens. Jammer voor hen.

De film over de twee kankerpatiënten eindigde met een anekdote over de Deense Afrika-pionier Karen Blixen. Haar jachtopziener had twee leeuwen ontdekt en wilde die vergiftigen. Blixen vond dat hij ze eigenhandig moest doden. Dat was eerlijk. De les van Blixen was dat je niet echt kunt leven zonder de dood onder ogen te zien. Dat gold dus ook voor die patiënten. Toch vraag ik me af waarom Blixen haar jachtopziener het karweitje liet opknappen en zelf niet achter die leeuwen aan ging. Als televisiekijker kan ik daar in komen.