Vaders en zonen

Vroeger wisten ouders en kinderen nog wat botsen was. Nostalgie naar het verdwenen generatieconflict, dat moet de verklaring zijn voor het succes van de Deense film `Festen'. Zesde deel van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Het is het oudste drama ter wereld: de zoon staat op tegen zijn vader. De strijd breekt los, de vader speelt het hard, probeert de zoon te vernietigen. Uiteindelijk moet hij het hoofd buigen. Daarna is niets meer hetzelfde. De macht van de vader is gebroken, het is de zoon die de wereld bestiert. Tot zijn zoon volwassen wordt.

Vijfentwintig jaar geleden heette dat het generatieconflict. Dat woord hoor je nooit meer. De generaties lopen in elkaar over, vaders gedragen zich als zonen, of als begrijpende moeders. De zoon hoeft zijn plaats niet te bevechten, het is de vader die gretig aansluiting zoekt bij de wereld van de jeugd.

De scheidslijnen langs welke het klassieke generatieconflict zich voltrok zijn eerst vervaagd en toen verdwenen. In de negentiende eeuw waren het godsdienst en politiek die de kloof tussen vaders en zonen reliëf gaf. De vaders waren gelovig en conservatief, de zonen atheïstisch en revolutionair. Die tegenstellingen hebben zich voortgeplant tot in onze eeuw, maar in plaats van godsdienst kwam de seksuele moraal; de vader klampt zich vast aan het burgerfatsoen, de zoon werpt de burgerlijke ongehoorzaamheid en de vrije liefde in de strijd.

Allemaal geschiedenis.

In de bejubelde Deense film Festen komt een rijke horecafamilie bijeen om de zestigste verjaardag van vader Helge te vieren. Zodra de familie verzameld is breekt de hel los. Achter de gemoedelijke glimlach van de ouders blijkt een beerput schuil te gaan. Het sjieke decorum wordt bruut verstoord door een van de twee zoons die een vernietigende tafelrede houdt. De intrige die volgt, lijkt klassiek. De zoon staat op tegen de vader, de vader speelt het hard, probeert de zoon te vernietigen, enzovoort.

In Festen wordt zo briljant geacteerd en de camera zo behendig gehanteerd, dat het even duurt voor je beseft dat het verhaal van clichés aan elkaar hangt. De vormgeving is van vandaag, maar het dramatische decor herinnert je vooral aan de jaren zestig en zeventig: de burgerlijke hypocrisie van de ouders (de moeder in de film ontpopt zich uitentreuren als glimlachende raciste), de sjabloonachtige verwerpelijkheid van de vader die zich charmant voordoet, maar van binnen rot blijkt te zijn. Het drama wordt door de hoofdpersonen tijdens het diner uitgevochten, door middel van afwisselend bijtende en zalvende tafelredes, die door hun retorische toon de film een vleug Hamlet geven. Maar het geheel lijkt een afrekening met de discrete charme van de haute-bourgoisie te willen zijn – met als hoogtepunt van agitprop de hele deftige bende die op initiatief van de andere zoon een racistisch lied aanheft in bijzijn van de Sydney Poitier-achtige zwarte vriend van de overgebleven dochter des huizes.

Het is allemaal zo schematisch, dat je er nostalgisch van wordt.

Maar hoe geruststellend traditioneel de thematiek van Festen ook is, de film van regisseur Thomas Vinterberg verschilt op één punt cruciaal van al zijn literaire en filmische voorgangers, namelijk in de aard van de misdaad van de vader. Welke beschuldiging werpt de zoon vader Helge tijdens zijn tafelspeech voor de voeten? Niet dat hij een oude conservatieve zak is, niet dat hij zijn werknemers uitbuit, niet dat hij zijn vrouw dom houdt, niet dat hij zakelijk corrupt is ten koste van de Derde Wereld, niet dat hij het milieu onherstelbaar vervuilt, niet dat hij zijn zoon dwarsboomt in zijn carrièrekeuze of zijn seksuele of artistieke zelfontplooiing. Nee. De zoon beschuldigt zijn vader ervan hem en zijn zusje, dat een jaar voor dit etentje zelfmoord pleegde, jarenlang seksueel misbruikt heeft.

Dat schokkende gegeven belooft veel, want het erkent dat de strijd tussen vader en zoon (het suïcidale zusje is al voor het begin van de film afgeserveerd) een innerlijk drama is, dat niets met maatschappelijke of ideologische spanningen heeft te maken. Je gaat er echt voor zitten: seksueel misbruik van kinderen door hun ouders, dat raakt het hart van het wankelende instituut dat familie heet. Het is het enige overgebleven mijnenveld tussen de generaties, nu die niet langer verscheurd worden door godsdienst, politiek of moraal. De zoon in Festen heeft immers hetzelfde beroep als zijn vader, draagt dezelfde dure merkkleding, heeft dezelfde maatschappelijke ambities.

De klassieke opstand van de zoon tegen de vader, Zeus tegen Kronos, met incest als inzet; hier lijkt een wereld van intieme dubbelzinnigheid te worden onthuld. Is de vader schuldig? Of verzint de zoon maar wat, gebruikt hij de verschrikkelijke beschuldiging als machtsmiddel? Verklaart de zoon de zelfmoord van zijn lievelingszus door zijn vader schuldig te verklaren, uit emotionele noodzaak?

Festen laat al deze vragen liggen. De vader is schuldig, dat blijkt uit een gevonden afscheidsbrief van het zusje. De handen van de zoon zijn schoon, die van de vader heel erg vuil. Zijn familie keert zich tegen de laatste, hij moet afstand van de troon doen. Zijn schuld is een zuiver statisch gegeven, hoe beweeglijk de cameravoering ook is.

Festen lijkt het broodnodige tegenwicht te bieden tegen al die mierzoete familiesaga's op de bestsellerlijsten over vooral moeders en dochters die eenheid en traditie hoeden in een boze, boze wereld. Maar uiteindelijk is de film net zo simplistisch. Geen drama, maar pontificaal melodrama.

Juist dat moet het succes van Festen verklaren: subtiele verkenning van de dubbelzinnigheden die de familie in zich herbergt, de onmacht, de tergende ongrijpbaarheid van gevoelens van liefde en haat, die onontwarbare kluwen van tegenstrijdige emoties, maar juist een ontkenning van al die ambivalenties, met een overzichtelijk verhaal over schuld en onschuld als surrogaat. Nostalgie, dat spreekt uit Festen, nostalgie naar het grote drama van het generatieconflict – handig inspelend op het onvergankelijke theatrale verlangen van kinderen om hun ouders één keer keihard de waarheid te zeggen.

Veelzeggend is dat alle waargebeurde verhalen waar deze film je aan doet denken, veel dubbelzinniger zijn. Ik denk aan de Van der Valk-dynastie, waarin de kinderen zich door de tijdgeest gedwongen zien zich tegen hun brutaal ritselende aartsvader te keren, terwijl die hen nu juist de fijne kneepjes van het vak heeft geleerd. Of aan de zaak Lancee, waarbij een dochter haar vader valselijk beschuldigde van misbruik, met alle onoverzichtelijke gevolgen van dien.

De meeste families exploderen niet, ze imploderen. Nu de wereld nauwelijks meer de middelen biedt om de generatiestrijd aan te gaan in naam van het ideaal of de zelfverwezenlijking, wordt dat steeds duidelijker. Niemand ontsnapt voorgoed aan het psychologische moeras dat familie heet. Wat wacht is aanvaarding of koestering of berusting, of een vijandige vervreemding, die de afhankelijkheid alleen maar onderstreept. De spanningen blijven bestaan, maar overwinningen van kinderen op hun ouders zijn schijnoverwinningen. De discussies, de ruzies, de opstandige onafhankelijkheidsverklaringen, ze zijn even noodzakelijk als tevergeefs.

En iedere zoon gaat uiteindelijk op zijn vader lijken.

Daar moest maar eens een goede film over gemaakt worden.

Correctie:

In de rubriek `Het laatste jaar' van vorige week is een woord weggevallen.

Waar nu is geschreven: `Juist dat moet het succes van Festen verklaren: subtiele

verkenning (-)' had `geen subtiele verkenning (-)' moeten staan.