Thuiszorg

Olga komt om de zes weken bij me. Ze is gediplomeerd kapster, maar ze heeft geen zin in de beslommeringen van een eigen kapsalon. Liever laadt ze de kapspullen in haar autootje en bezoekt de klanten thuis. Daar knipt, wast, krult en verft ze, noem maar op.

Ze is een spontane jonge meid, die smakelijk kan vertellen. Zo kapt ze een dame die met haar hoofd net niet onder de kraan kan, zodat er een steelpannetje nodig is om het haar nat te maken. En bij een verfklant wordt ze altijd tegen het middaguur besteld. Samen gebruiken ze dan de lunch. In die tijd kan de verf goed intrekken.

Een van haar geregelde klantjes is mevrouw De Groot, 93 jaar oud, rolstoelzitster, maar nog zelfstandig wonend. Dat kan alleen omdat er thuiszorg bestaat. 's Morgens komt er iemand om haar uit bed te helpen. Het ontbijt maakt mevrouw zelf klaar, zittend in haar rolstoel voor het verlaagde aanrecht. Zo nu en dan komt er iemand om te stofzuigen en het eten wordt bezorgd door een plaatselijke traiteur.

De thuiszorgers komen en gaan. Ze doen dingen waar ze voor gehuurd zijn en vertrekken zo gauw mogelijk, op weg naar het volgende karwei. Een kleine stoet van mensen ziet mevrouw De Groot dagelijks aan zich voorbijgaan. De enige constante in haar besloten leven is de kanarie. Iedere dag laat hij haar in jubelende tonen van zijn levenslust genieten. Zij beleeft er veel vreugde aan.

Maar ieder levend wezen, hoe klein ook, heeft enige verzorging nodig. Ook de kanarie. De kooi moet zo nu en dan schoongemaakt worden en hij moet op tijd gevoed. Voor het kanariezaad kan de bazin nog zelf zorgen, maar het schoonmaken kost steeds meer moeite. Het kooitje gaat stinken, en dat bevalt de thuiszorgers niet. Als mevrouw vraagt of ze niet even kunnen helpen is het antwoord: ,,Sorry, maar daar hebben we geen tijd voor!''

,,Ach'', zegt de 93-jarige, die nog goed bij d'r hoofd is, ,,dan lap je deze week de ramen maar eens niet!''

,,Maar daar word ik voor betaald. Dat kan ik toch niet verantwoorden'', is de repliek. Dat klinkt gewetensvol, maar de kanarie is er niet mee gebaat.

Olga, de kapster, heeft de kooi nog een keer schoongemaakt. Maar toen ze twee maanden later weer kwam om mevrouw De Groots dunne kapsel te fatsoeneren, was de kanarie weg. Triest keek de oude dame naar de lege plek op de vensterbank.