Shell wil schoon schip maken

Oliemaatschappij Shell, die in het vierde kwartaal hard heeft ingegrepen, meldde gisteren een winstdaling van 95 procent. Een stap terug om uit het dal te kunnen klimmen.

Nog nooit is de nettowinst van de Koninklijke/ Shell Groep zó sterk gedaald (95 procent) als in 1998. Van alle grote Westerse oliemaatschappijen is de winst van Shell het hardst achteruitgegaan. Alle pijn van noodzakelijke herstructureringen, te dure oliewinningsprojecten en een drastische afslanking van de chemiesector (samen 4,2 miljard dollar) is in één keer in het vierde kwartaal afgeboekt, om schoon schip te maken.

President-directeur drs. Maarten van den Bergh van de `Koninklijke', de Nederlandse holding binnen Shell, verwacht dat het concern nu een ,,goede uitgangspositie'' heeft om zelfs bij een olieprijs die rond de 10 dollar per vat blijft hangen, de resultaten dit jaar te verbeteren. Gemiddeld was de olieprijs - de grootste plaaggeest - in 1998 12,75 dollar per vat tegen 19,10 dollar in 1997. Dat is voor bijna alle sectoren slecht. Elke dollar waarmee de olieprijs gemiddeld over een jaar verandert, heeft een effect van 400 tot 450 miljoen dollar op het bedrijfsresultaat. Daar kwamen vorig jaar nog eens sterk dalende gasprijzen, de gevolgen van de Aziëcrisis en fors verslechterde marktomstandigheden voor de chemie bij.

Shell gaat zijn chemieportefeuille de komende twee jaar met 40 procent uitdunnen en heeft te dure olieprojecten in de Verenigde Staten, Venezuela en Engeland al gedeeltelijk afgeschreven. In Azië verwacht het concern dit jaar in de verkoop van brandstoffen een zeker herstel. In het vierde kwartaal was daar al iets van te merken. Maar de hoogte van de olieprijs blijft onzeker, want de Opec-landen talmen nog steeds met een noodzakelijke productiebeperking. De totale aanvoer op de wereldmarkt is nog steeds gemiddeld 1 miljoen vaten per dag hoger dan de vraag.

Daarom ging topman Van den Bergh gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers in op de reële mogelijkheid van een prijs die langere tijd rond 10 dollar per vat blijft hangen. Shells financiële draagkracht is ook in dat scenario ,,robuust'', zei hij, want de voorgenomen investeringen van zo'n 20 miljard gulden in 1999 worden 2,5 maal ,,gedekt'' door de kasstroom.

De sleutel tot herstel van de resultaten, het op peil houden van de dividenduitkeringen en verbetering van het rendement op geïnvesteerd vermogen (vorig jaar gekelderd van 12 naar 2,8 procent – of, ,,geschoond'' van de bijzondere lasten, van 12 naar 8,4 procent) is de verlaging van productiekosten met 2,5 miljard dollar per 2001 die door de herstructurering moet worden bereikt. Een tweede middel is groei door forse investeringen. ,,We denken iedere denkbare marktsituatie aan te kunnen'', zei Van den Bergh optimistisch. Shell wil het rendement weer opvoeren, naar 14 procent over het jaar 2001, maar dan moet de olieprijs wel weer omhoog naar 14 dollar per vat.

De Amsterdamse effectenbeurs reageerde gistermiddag op de jaarcijfers met een daling van 95 eurocent op het aandeel Koninklijke Olie, zo'n 2,5 procent, tot 38,60 euro.

De dividenduitkering van 1,45 euro (3,20 gulden), een stijging van 3,2 procent ten opzichte van 1,41 euro (3,10 gulden) per aandeel in 1997 vinden veel beleggers wat mager, al wordt de inflatie nog wel ruimschoots gecompenseerd. Over de laatste tien jaar bedraagt het gemiddeld rendement (koersontwikkeling met herbelegging van het dividend) voor de aandeelhouders nog altijd 17,5 procent, waarmee Shell op de vierde plaats van de grote westerse oliemaatschappijen terecht is gekomen. ,,We zijn vastbesloten om onze toonaangevende positie hier te heroveren'', aldus Van den Bergh.

Hoewel Shell sinds 1955, het jaar van de laatste aandelenemissie, geen beroep meer heeft hoeven te doen op de kapitaalmarkt, is het concern wel degelijk bezorgd om de ontwikkeling van de aandelenkoers. ,,Wij willen het goed doen op de beurs'', zei Van den Bergh gisteren.

Evenals Van den Bergh beloofde (op de gelijktijdige persconferentie in Londen) ook bestuursvoorzitter Moody-Stuart gisteren beterschap. De Engelsman zei dat hij verwacht ontslagen te worden – ,,beleggers zullen mijn hoof opeisen'' – als Shell dit jaar geen betere financiële prestaties laat zien. Hij zei regelmatig verslag te zullen doen van het verloop van de aangekondigde reorganisaties.