Roeien toch leuker dan het gewone leven

Tessa Appeldoorn en Muriel van Schilfgaarde waren gestopt met roeien, maar de sport kreeg hen toch weer in zijn greep. Ze konden de knipoog van Sydney 2000 niet weerstaan. ,,Roeien is leuk. Daar kom je achter als je niet meer roeit.''

Rode wangen, gezonde trek. Uit hun plastic broodtrommels halen Tessa Appeldoorn en Muriel van Schilfgaarde zelfgesmeerde bruine boterhammen tevoorschijn. In het restaurant langs de Bosbaan ziet de ober de lichte overtreding door de vingers. Behalve op wedstrijddagen mogen meegebrachte etenswaren hier niet worden genuttigd.

Toen beide vrouwen die dag uit bed stapten, waren ze benieuwd of er ijs op het water zou liggen. In dat geval zouden ze zijn veroordeeld tot kilometers droogroeien op de ergometer. Ondanks de vorst konden ze die zonnige morgen om tien uur toch het water op, voor een training van anderhalf uur. Om onder meer kilometers lang tegen andere `tweetjes' te roeien. Appeldoorn, trots: ,,We moesten ons verschrikkelijk uitsloven, maar ze hebben ons er niet afgevaren.''

Roeiers zijn bikkels, daarover zijn Appeldoorn (25) en Van Schilfgaarde (30) het eens. Niet alleen omdat ze ook bij temperaturen rond het vriespunt hun ontelbare slagen maken, maar vooral omdat ze ook het water opgaan als het waait en regent, als ze miserabele omstandigheden trotseren. Hoe somber het weer ook is en hoe donker de dagen ook zijn, aan de horizon gloort altijd wel het perspectief van een wereldkampioenschap of een Olympische Spelen.

Bij de Zomerspelen van Atlanta maakte Van Schilfgaarde tweeënhalf jaar geleden haar laatste slagen als toproeister, in de vrouwenacht, die toen zesde werd. Een van de acht was Appeldoorn, die haar carrière voortzette. In september won zij als lid van de vrouwen vier zonder nog brons bij de WK in Keulen. Een maand later trouwde Appeldoorn met Henk-Jan Zwolle, een van de roeiers van de Holland Acht die olympisch goud wonnen in Atlanta. Eind november stopte ze abrupt met roeien, ook al beleefde ze in Keulen haar mooiste WK. ,,Daarna kostte het roeien me te veel moeite.''

Toen Appeldoorn geen roeiverplichtingen meer had, dacht ze leuke dingen te gaan doen. ,,Maar er was niemand om leuke dingen mee te doen; iedereen werkt. Henk-Jan zag me thuiszitten, ik viel hem lastig op zn werk, ik had het al snel niet meer naar m'n zin.'' Van Schilfgaarde, die twee jaar geleden mede stopte om te kunnen promoveren, had destijds dezelfde ervaring. ,,Als je met roeien bent gestopt, doe je die leuke dingen toch niet. Dan zit je gewoon thuis op de bank. En roeien is ook leuk. Daar kom je achter als je niet meer roeit.''

Appeldoorn: ,,In eerste instantie beviel het me goed, maar op een gegeven moment staat toch het gewone leven weer voor de deur.'' Bijvoorbeeld in de vorm van haar studie fysiotherapie. Appeldoorn roeide in de korte tijd dat ze was gestopt nog wel eens voor haar plezier op de Amstel, onder anderen met Van Schilfgaarde, die inmiddels een trainerscursus achter de rug had en een tijdje coach was geweest. Iets minder dan twee jaar vóór de Olympische Spelen van 2000 in Sydney besloten beiden terug te komen van hun besluit te stoppen en via een tweetje nog één keer alles op alles te zetten. Hun ambitieuze doel: in Australië schitteren met de vrouwenacht. Na Atlanta hebben beiden nog wat recht te zetten, zonder van een revanche te willen spreken.

In tegenstelling tot Appeldoorn was het met de conditie van Van Schilfgaarde niet best gesteld toen ze op 1 januari begonnen. Ze beseft dat ze een flinke achterstand heeft ten opzichte van de ,,meiden die zich al twee jaar de pleuris trainen''. Met Appeldoorn maakte ze een plan waarin werk (vijf dagen per week promotie-onderzoek microbiologie in Bilthoven) en roeien werden verweven. ,,Muriel is misschien niet ijzersterk'', zegt Appeldoorn. ,,Maar in de boot hebben we best een aardige snelheid. Een voordeel is dat we elkaar goed kennen. We nemen veel van elkaar aan in de boot. Onlangs hebben we voor 't eerst twintig kilometer geroeid. Dat was een overwinning op onszelf. Voor hetzelfde geld hadden we elkaar de hersens ingeslagen.'' Bondscoach Adriaan Lieszner heeft al zoveel fiducie in het duo dat Appeldoorn en Van Schilfgaarde morgen voor twee weken mee mogen op trainingskamp naar Sevilla.

Na de teleurstelling in Atlanta weten beide roeisters heel goed wat er mis ging met de olympische vrouwenacht van Kris Korzeniowski: het ontbrak aan teambuilding en er werd te laat geselecteerd. Van Schilfgaarde: ,,We moesten zoveel trainen, dat de kwaliteit er bij inschoot.'' Appeldoorn: ,,Niemand durfde wat te zeggen.'' Van Schilfgaarde: ,,Want je was zo inwisselbaar. Voor jou een ander. Je beet liever je tong af dan dat je zei dat je moe was. Als er dan zes van de acht stiekem moe zijn, draai je geen goeie training.''

De weg naar Sydney is geplaveid met goeie voornemens. Van Schilfgaarde: ,,We moeten allemaal die acht in beeld houden en elkaar vooral niet afslachten in tweetjes. Voor Atlanta was het meer tegen elkaar en uiteindelijk toch samen in die acht. Dat werkte niet.'' Van de zestien boordroeisters die nu voor de acht in aanmerking komen, gaan er twaalf naar Sevilla. Lieszner wil al begin mei, na de Randstad-regatta, zijn acht voor de WK compleet hebben. De laatste WK voor de Zomerspelen zijn eind augustus in het Canadese St. Catharines en als de Randstad-regatta voor Van Schilfgaarde en Appeldoorn goed verloopt, hopen ze er aan de andere kant van de oceaan bij te zijn. Van de coach verwachten ze geen wonderen. ,,We moeten het als acht zelf doen. Adriaan is er om te sturen en te begeleiden.''

Van Schilfgaarde hoopt in de acht nog eens het `fantastische' gevoel te ervaren dat ze had toen ze in 1994 bij de WK in Indianapolis goud won met de vier zonder stuurvrouw. Of die sensatie van de gouden race een jaar later bij de Rotsee regatta in Luzern, met de vrouwenacht waarvan ook Appeldoorn deel uitmaakte. ,,Toen leek het alsof we over het water vlogen.''