RIVM krijgt mogelijk meer geld van Pronk

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) krijgt mogelijk extra geld. Dat is de uitkomst van het enkele weken geleden opgelaaide debat over de wetenschappelijke kwaliteit van het instituut.

Minister Pronk (Milieubeheer) wil weten of er meer geld nodig is voor het bewerkstelligen van ,,de juiste balans'' tussen computeronderzoek en meetonderzoek. Dit laatste vindt ter plekke plaats en is duurder. Dat zei hij gisteren in een overleg met de Tweede Kamer.

De Kamer had het overleg op de agenda gezet naar aanleiding van uitspraken van een medewerker van het RIVM, J. de Kwaadsteniet, in het dagblad Trouw. Volgens De Kwaadsteniet, zelf statisticus, is het milieu-onderzoek van zijn instituut te theoretisch. Hij sprak van `leugen en bedrog': het computeronderzoek aan de hand van rekenmodellen zou onvoldoende worden getoetst aan de werkelijkheid. Vervolgens kwam in media en parlement een debat op gang over de waarde van rekenmodellen en de positie van semi-onafhankelijke onderzoeksinstituten. Een meerderheid in de Tweede Kamer, zo bleek, wilde meer toezicht op het RIVM.

Pronk weerlegde veel van de kritiek. Daarbij onderstreepte hij dat hij zich ,,nooit verschuilt'' achter onderzoek. ,,Ik heb een ingebouwde afstandelijkheid tot modellen.'' Als Pronk een rapport onvoldoende vindt, vraagt hij ,,een second opinion''.

Daarna nam Pronk met de Kamer de twee jaar oude wet door die vastlegde dat het RIVM een `milieuplanbureau' is, ressorterend onder de minister van Volksgezondheid. Daarin staat dat de onafhankelijkheid van het instituut wordt gewaarborgd doordat het rijk ,,geen aanwijzingen geeft'' over de methoden van onderzoek. ,,Als u dat nu wilt veranderen, is er wel een wetswijziging nodig'', aldus Pronk.

Ook wees hij erop dat de `commissie van toezicht', die de wet voorschrijft, bestaat uit wetenschappers met een goede staat van dienst. Voor meer of ander toezicht voelde Pronk niet. Wel nam Pronk de aanbeveling over van de commissie van toezicht om de rekenmodellen en de onzekerheidsmarges te evalueren. Van een monopoliepositie van het RIVM is volgens Pronk geen sprake. ,,Wij laten ook vaak door anderen onderzoek verrichten.''

De Kamer concludeerde dat het door De Kwaadsteniet geëntameerde debat ,,niet voor niks'' (Van der Steenhoven, GroenLinks) was geweest. Over de positie van de statisticus, die op non-actief is gesteld, zal de Kamer vertrouwelijk worden geïnformeerd.