Picknick

Over de vlakte achter Diksmuiden jagen wolken vol sneeuw. Ze komen niet aandrijven, ze rijzen op uit het land, als een muur van zwart en opaal. Fel daaronder schijnt de zon, op de modder van de akkers, op de sneeuw in de voren, de handvol rode huizen, de scherpe torenspitsen in de verte. Dit landschap heeft iets gelatens. Je veegt er een paar elektriciteitsmasten en wat varkensstallen vanaf, en we zijn weer zover.

Stel, ik ben een Engelse soldaat, we zijn juichend overgestoken en daar marcheren we: `Let the war come, here we are, here we are, here we are again!' Een van onze kapiteins schrijft naar huis: `Ik vind oorlog heerlijk. Het is net een grote picknick, maar dan zonder de doelloosheid van een picknick.' De Duitsers zijn via België Noord-Frankrijk binnengetrokken, maar bij de Marne hebben de Fransen hun de pas afgesneden, en dat gaan wij nu ook in West-Vlaanderen doen. Hoe voel je je dan?

Er leven in Engeland nog zo'n 150 stokoude mannen die dat kunnen navertellen. En velen van hen verschenen afgelopen november voor de BBC-televisie. Een broze Jack Rogers (104) zei: ,,We hadden geen idee waar we heen gingen. Maar op een gegeven moment zagen we schitteringen in de verte. Vervolgens begonnen we geluiden te horen, donderslagen, steeds heviger. En toen beseften we opeens: we gaan een oorlog in!'' Dick Barron (103) vertelde wat er kort daarop gebeurde: ,,Mijn eigen maat viel, een schot in het hoofd, ik probeerde zijn hersens nog terug te duwen in het gat, onzin natuurlijk, maar als je eigen maat...'' Bijna een eeuw geleden, maar nog brak zijn stem.