Not a Chinese show

Stel je eens voor dat op de wereldkaart land en water van plek zouden wisselen. De Verenigde Staten veranderen dan in de North American Ocean, het merengebied wordt een eilandengroep en Florida is geen landtong meer, maar een langgerekte baai. Of stel je eens voor dat alle landen op de wereldkaart door elkaar gehusseld zouden worden, zodat Mexico plotseling op de plek van Zuid-Afrika terechtkomt, Mozambique zich uitstrekt over heel Europa en Nederland zich het grootste deel van Zuid-Amerika toeëigent. Zou zo'n herverdeling grensconflicten uit de wereld helpen en vluchtelingenstromen doen afnemen?

De gezeefdrukte landkaarten van de Chinese kunstenaar Hong Hao zien eruit als mooie historische platen uit een opengeslagen atlas, maar bij nadere beschouwing blijken ze een kritisch commentaar te leveren op de wereldgeschiedenis. In zijn World Defence Layout Map wordt de aarde voorgesteld als één groot oorlogsgebied, waarin de golfstroompijlen de aanvals- en terugtrekroutes aangeven. Een andere kaart stelt de wereld voor als een westers bolwerk: Europa en de Verenigde Staten hebben al het land opgeslokt en Afrika bestaat niet eens. Landsgrenzen, zo lijkt de kunstenaar te willen zeggen, zijn kunstmatig en arbitrair. Ze zijn gebaseerd op afspraken en zolang iedereen zich daar maar aan houdt, is er niets aan de hand.

De fictieve landkaarten van Hong Hao maken samen met het werk van zijn landgenoot Ding Yi, de Nederlander Roy Villevoye en de Chinees/Nederlandse kunstenaar Tiong Ang deel uit van de tentoonstelling `Not a Chinese Show' in de Gate Foundation. De Amsterdamse instelling die zich inzet voor een multiculturele uitwisseling binnen de beeldende kunst, plaatst met deze tentoonstelling kritische kanttekeningen bij het fenomeen van nationale presentaties. Want waarom, zegt de Gate, zou je kunstenaars over één kam scheren omdat ze toevallig een gelijksoortig paspoort bezitten en afkomstig zijn uit een gebied waarvan de geografische grenzen politiek bepaald zijn? De provocerende titel verwijst naar de vele tentoonstellingen over hedendaagse Chinese kunst die de afgelopen jaren in ons land, maar ook elders in Europa werden georganiseerd, zoals `Another Long March' in Breda en de solopresentaties van Fang Lijun in het Stedelijk Museum en Huang Yong Ping in De Appel. Is deze plotselinge belangstelling voor kunst uit den vreemde niet slechts een gevolg van een impasse binnen de eigen `westerse' kunstgelederen?

De gezamenlijke video van Ang en Villevoye reduceert deze nieuwe vorm van exotisme tot een eenvoudig en herkenbaar gebaar. `School Pictures III', een video uit 1997 waarin de kinderen van de kunstenaars de hoofdrol spelen, toont een peuter die aangemoedigd door haar vader `Chineesje speelt'. Het meisje kan er maar geen genoeg van krijgen en trekt met haar vingers keer op keer haar ogen tot spleetjes. Elders in de ruimte, op een tot monumentale proporties uitvergrote foto, maakt ook Villevoye zelf dit stereotiepe gebaar, terwijl de `echte' Chinees Tiong Ang naast hem staat. De complexe foto ondergraaft het idee dat de identiteit van een persoon aan een volk of land gebonden is. De kunstenaars zijn geportretteerd tegen de achtergrond van een still uit een Chinese B-film en worden geflankeerd door hun in veel te grote Che Guevara- en camouflageshirts gestoken kinderen, die op hun beurt omringd worden door Villevoye's Papoea-vrienden uit de jungle van Nieuw-Guinea.

Daarbij vergeleken doen de abstracte schilderijen van Ding Yi, die met vetkrijt patronen van kruisende lijnen op doek en karton heeft gekrast, heel formalistisch aan. Zijn werk is het tegenbeeld van de figuratieve schilderstijl die inmiddels zo kenmerkend voor de jonge Chinese kunst is geworden. Door werk te laten zien dat zo van elkaar verschilt, laat de Gate Foundation zien dat de Chinese kunst meer gezichten kent dan alleen de realistische, lachende koppen van Fang Lijun en consorten, al komt deze diversiteit de kwaliteit van de tentoonstelling niet ten goede. Ook kwalitatief loopt het werk sterk uiteen. Zo overstijgt de video van Ang en Villevoye nauwelijks het niveau van een door trotse ouders gemaakte homevideo. De manier waarop de westerse kunstwereld omgaat met kunstuitingen uit `andere culturen' is een thematiek die meer aandacht en onderzoek vraagt dan een magere tentoonstelling met een handjevol kunstenaars als `Not a Chinese show' kan bieden.

Not a Chinese show, t/m 26 febr. in de Gate Foundation, Keizersgracht 613, Amsterdam. Ma t/m vr 10-17u.