Machtsstrijd sikh-leiders wekt vrees voor confrontatie

In India's noordelijke deelstaat Punjab is vrees ontstaan voor gewelddadigheden binnen de sikh-gemeenschap, als gevolg van tweedracht binnen het leiderschap.

Politieke en geestelijke leiders van sikhs staan tegenover elkaar

Honderden zwaar bewapende politiemensen bewaken de orde in en rondom de Gouden Tempel in Amritsar. Duizenden sikhs met kirpans (het traditionele sikh-zwaard) zingen godsdienstige liederen en roepen leuzen.

In India's noordelijke deelstaat Punjab is de afgelopen dagen vrees ontstaan voor gewelddadigheden binnen de sikh-gemeenschap. In het zicht van het 300-jarig bestaan van hun religie, in april, ontstond afgelopen woensdag een diepe scheuring tussen de politieke en geestelijke leiders van de sikhs, die met 20 miljoen volgelingen een kleine minderheid vormen in India. De tweedracht is terug te voeren op de separatistische opstand van de sikhs die in de jaren tachtig begon en in 1993 eindigde.

Buiten de Gouden Tempel, het belangrijkste heiligdom van de sikhs in Amritsar, bleven woensdag en donderdag rellen uit, maar binnen leverden de sikh-leiders een bittere strijd om de macht. Voor het eerst in de geschiedenis van de godsdienst werd de hoogste sikh-priester geschorst door een commissie van invloedrijke geestelijken, omdat hij oude separatistische gevoelens onder radicale sikhs zou aanwakkeren. De priester, Ranjit Singh, weigerde zich neer te leggen bij zijn schorsing. Hij ging gisteren gewoon aan het werk en sprak duizenden van zijn volgelingen toe in het tempelcomplex, vlak bij de plek waar de commissie van hoge geestelijken hem een dag eerder had geschorst. Ook daarbij kwam het, ondanks alle spanningen, niet tot onlusten.

Maar de vrees voor een bloedige confrontatie is nog niet verdwenen. Vijf haviken binnen de commissie van geestelijken, onder leiding van commissievoorzitter Gurcharan Tohra, noemden de schorsing `onrechtmatig' en bleven de afgezette priester trouw. Tohra, die algemeen wordt gezien als de leider van een kleine fundamentalistische factie binnen de sikh-geestelijkheid, kondigde gisteren aan dat de vijf vandaag zouden aftreden.

Tohra vergeleek de inzet van de politie in de tempel, een beslissing van de premier van de deelstaat Punjab, de politieke sikh-leider Prakash Badal, met de beschieting van de Gouden Tempel door het Indiase leger in 1984, voor de sikhs nog altijd de zwaarst denkbare vorm van heiligschennis. ,,Badal'', aldus Tohra, ,,is als de wreedste tirannen uit de geschiedenis van de sikhs''. Hij vergeleek de deelstaatpremier zelfs met Indira Gandhi, die het Indiase leger in 1984 de Gouden Tempel liet bestormen.

De latente spanningen tussen politieke en religieuze sikh-leiders traden naar buiten toen zij een besluit moesten nemen over de vraag wie de festiviteiten bij de 300ste verjaardag van het sikhisme zou moeten leiden: de hoge priester in de Gouden Tempel, als religieus leider, of premier Badal, de democratisch gekozen, politieke baas. De politiek-gezinden wonnen, gezien de steun die premier Badal vanuit de Gouden Tempel kreeg.

Op de achtergrond speelt vooral het verleden van de sikh-opstand tegen de Indiase staat een rol. Premier Badal is de pragmatische politicus die belooft trouw te blijven aan India; sommige radicale geestelijken streven nog steeds naar meer autonomie voor de sikhs. De geschorste priester Ranjit Singh beschuldigde premier Badal er deze week van hem ten onrechte af te schilderen als ,,een gewelddadige separatist''. ,,Ik ben geen terrorist'', zei de priester. ,,Ik ben geen voorstander van een onafhankelijke sikh-staat.'' Maar eerder had Ranjit Singh de premier opgeroepen zijn steun uit te spreken voor autonomie voor de sikhs.

De sikh-religie, een mengeling van elementen van de islam en het hindoeïsme, ontstond als een afsplitsing van het hindoeïsme. Anders dan de hindoes geloven de sikhs in één god. Sikhs kennen verder geen kastensysteem, de trapsgewijze, sociale indeling van de maatschappij waarop het hindoeïsme voor een groot deel is gebaseerd. De sikhs vormen in India een kleine, doorgaans redelijk welvarende minderheid van ongeveer twintig miljoen, van wie het merendeel in Punjab woont.

De openlijke ruzies in Amritsar hebben de sikhs diep verdeeld. Voor veel sikhs liggen de bloedige onlusten van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig nog vers in het geheugen.

Vijftien jaar geleden leidde de charismatische sikh-leider Jairnal Singh Bhindranwale een separatistische opstand in de Punjab, die moest leiden tot een onafhankelijke sikh-staat, Khalistan. In juni 1984 werd Bhindranwale gedood toen het Indiase leger in opdracht van de toenmalige premier Indira Gandhi de aanval opende op de Gouden Tempel waarin de militante sikhs zich hadden verschanst in de veronderstelling dat het leger hen daar niet lastig zou vallen.

In hetzelfde jaar werd Indira Gandhi in New Delhi vermoord door twee van haar sikh-lijfwachten, als wraak voor operatie `Blue Star' die een deel van de Gouden Tempel verwoestte. In de rellen die op de moord volgden werden nog eens duizenden sikhs afgeslacht door woedende hindoes. Vooral in New Delhi, waar veel sikhs wonen, vielen destijds veel doden. Aan de opstand van de sikhs, waarbij naar schatting 20.000 mensen om het leven kwamen, kwam pas in 1993 een einde.

    • Rob Schoof