Iran haalt mooie geboortecijfers

In Den Haag is deze week bekeken in hoeverre de doeleinden van de bevolkingsconferentie van Kairo zijn bereikt. Eén conclusie kan nu al worden getrokken: de Islamitische Republiek Iran heeft zijn leven in tien jaar opvallend gebeterd.

Wijlen imam Khomeiny, toenmalig Opperste Leider van de Islamitische Republiek Iran, deed een kleine twintig jaar geleden een beroep op de moeders van Iran `veel zoons' groot te brengen. In het algemeen wilde hij veel moslims produceren – de islam moest immers de hele wereld overspoelen. En in het bijzonder was een 20 miljoen man sterk leger nodig om de vijanden van het land het hoofd te kunnen bieden – en die had Iran er in die tijd genoeg, meer nog dan nu. De Islamitische Revolutie, die in februari 1979 haar beslag kreeg, had angst en afkeer gewekt, en het buurland Irak was in de aanval gegaan, aanvankelijk met groot succes.

Iedereen die er toe deed, vooral geestelijken, pleitte dus publiekelijk voor grote gezinnen, hoe groter hoe beter. Die pleidooien werden kracht bijgezet met concrete maatregelen. Deze namen de vorm aan van kinderbijslag, zwangerschapsverlof, extra voedselbonnen, goedkope verzekeringen en promotie: wie zeven kinderen had, kreeg voorrang op een rivaal met zes.

Het resultaat was een ramp, en sommige van de geestelijken die Iran regeren, zagen dat tegen het einde van de oorlog tegen Irak, in 1988, ook in. Iran had in 1979 36 miljoen inwoners, bereikte dankzij Khomeiny's oproep een (officieus) jaarlijks groeipercentage van bijna 4 – een van de hoogste groeipercentages in de wereld – en kwam zo in 1987 op bijna 50 miljoen inwoners. De Iraanse vrouw had toen gemiddeld 6,4 kind. Doorrekenend kwam men uit op het schrikbeeld van meer dan 100 miljoen Iraniërs nog vóór 2010.

Met die 50 miljoen kon het land zich al niet meer zelf voeden, wat vóór de Islamitische Revolutie nog wel het geval was, en bij voorbeeld ook huisvesting werd een gigantisch probleem. ,,Kunnen we trots zijn op een natie van hongerige moslims die de ongelovigen van de wereld om liefdadigheid moeten vragen?'', vroeg de toen ook al invloedrijke geestelijke Mohammad Yazdi (nu hoofd van de rechterlijke macht) zich in december 1988 af. Nee, was het antwoord na een felle discussie binnen het leiderschap die Khomeiny op aandringen van de minister van Volksgezondheid en na lange aarzeling had geautoriseerd. Zonder Khomeiny's zegen was immers niets mogelijk. De overheid haastte zich nu geboortenbeperking te prediken. ,,Voor het sperma zich in de baarmoeder hecht, is elke vorm van preventie toegestaan'', aldus Yazdi.

Meteen in 1988 werden in samenwerking met de Verenigde Naties de geboortebeperkingsprogramma's hervat die voor de Islamitische Revolutie waren opgezet. In 1993 werd een deel van de kinderbijslagen wettelijk afgeschaft. Na het derde kind was er geen sprake meer van enige subsidie, zelfs geen zwangerschapsverlof voor de moeder. Het is de Iraanse autoriteiten, die inmiddels over zo'n 65 miljoen staatsburgers presideren, sindsdien alleen maar méér ernst geworden.

Men overweegt nu de kinderbijslagen en andere subsidies al na het tweede kind stop te zetten, en verder wordt ingepraat op de individuele Iraniër. Ga maar eens naar het consultatiebureau in Zuid-Teheran – of welk consultatiebureau dan ook. Daar geven vrouwelijke ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid elke dag een gratis cursus geboortebeperking aan bruidsparen. Die cursus is verplicht: zonder certificaat daarvan krijgt het paar geen vergunning om te trouwen.

Aan de muur hangt een bord met voorbehoedsmiddelen: de pil, een condoom, een spiraaltje, en de docente legt de werking uit. De bruidsparen kijken naar de grond, maar zeggen later de cursus `erg nuttig' te vinden. Een expert van het ministerie legt uit dat het met name de bedoeling is de betrokkenheid van de mannen bij geboortebeperking te vergroten, zodat die hun vrouwen niet verhinderen voorbehoedsmiddelen te gebruiken. ,,Je moet je vrouw steunen'', zegt een deelnemer na afloop. Hij wil één kind. Hij heeft het begrepen.

,,Iran is heel anders dan veel moslimlanden'', bevestigt Shu Yun Xu, vertegenwoordiger van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) in Teheran. ,,De regering kijkt vanuit het gezichtspunt van de kwaliteit van het leven. Het is een groot land, maar het wil geen groot, arm land zijn. Het is dus zeer ijverig en actief in bevolkingsprogramma's. Ieder jaar komen delegaties uit vele ontwikkelingslanden hier de programma's bekijken.''

De groeistatistieken zijn inmiddels een stuk beter geworden dan in de jaren tachtig het geval was. Was het percentage in de decade 1980-'90 3,5, in 1990-'00 is het 1,7.

UNFPA, waarvan Nederland de grootste donor is, helpt Iran onder andere bij zijn vrijwilligersprogramma in het kader waarvan huisvrouwen buurtbewoonsters bezoeken die om de een of andere reden niet in de lokale gezondheidscentra komen en dus advies op het gebied van familieplanning missen. Dit programma is een groot succes: het begon in 1993 in Zuid-Teheran met 200 vrouwen, en telt nu 40.000 vrijwilligers. ,,Het voordeel is'', aldus Shu, ,,dat deze vrijwilligers geen vreemden zijn, maar mensen uit de buurt. Ze praten in feite met hun buren over gezondheidskwesties, en dat is heel belangrijk. En voor de vrijwilligers zelf is het een kans het huis uit te komen.''

Wat nog ontbreekt is seksuele voorlichting voor de jeugd, ook al in verband met het aidsprobleem. Dankzij de geboorte-explosie van de jaren tachtig is Iran immers een zeer jong land, waar 40 procent van de inwoners jonger dan 15 jaar is. Maar voorlichting op school ligt nog te gevoelig bij de preutse top. ,,We kunnen niet met de jongeren over condooms praten'', zegt Shu.

Buiten op straat is een affiche opgeplakt. Daarop is een schoolklas te zien. Eén kind houdt twee vingers omhoog, de ander één. De boodschap luidt: twee kinderen is genoeg, één is beter.

    • Carolien Roelants