Hockeycoach wil geen `nooit-mens' zijn

Aan Maurits Hendriks (38) de komende twee jaar de taak om de successen van de nationale hockeyploeg te prolongeren. Kennismaking met de nieuwe bondscoach. ,,Nederland is de internationale standaard.''

Zestien jaar was Maurits Hendriks toen hij zijn eerste training leidde bij hockeyclub Almelo. ,,Het trainersvak zit in me. Leiding geven gaat me goed af. Bovendien vind ik het prachtig om samen met anderen een doel na te streven.''

Zelfverzekerd trad Hendriks (38) gisteren naar voren bij zijn presentatie als bondscoach van de Nederlandse mannenploeg. Met de hockeybond (KNHB) kwam de voormalige assistent een fulltime-contract overeen tot 1 januari 2001. Op 24 maart volgt zijn officiële vuurdoop, wanneer Europees kampioen Duitsland op bezoek komt voor een oefeninterland in Amstelveen. Tegen die tijd hoopt de nieuwe bondscoach zijn speurtocht naar een assistent en een manager te hebben afgerond.

Geen hockeycoach maakte de laatste jaren zo snel carrière als Hendriks. Werd hij in 1995 door de spelersgroep van Amsterdam nog te licht bevonden om zijn leermeester Joep Brenninkmeijer op te volgen, vier jaar later staat hij aan het hoofd van de wereld- en olympisch kampioen. ,,Een pittige opdracht, maar dat maakt de uitdaging des te groter'', zegt de voormalige doelman, die bezig is aan zijn laatste seizoen als clubcoach van hoofdklasser HGC.

Hendriks staat voor de taak de successen van voorganger Roelant Oltmans te prolongeren. Een blik in de geschiedenisboeken heeft hem inmiddels geleerd dat na een succesvolle periode steevast een terugval volgt, zoals na de WK-titels van 1973 en '90 gebeurde. ,,Aan mij de eer om dat patroon te doorbreken.''

Hendriks' eerste examen staat in juni op het programma, wanneer de ploeg in Australië de titel verdedigt bij het toernooi om de Champions Trophy. Drie maanden later volgt het Europees kampioenschap in Padova, waar Hendriks een eerste aanzet kan geven Oltmans te overtreffen. In het enige EK onder diens leiding, in augustus 1995, moesten de hockeyers genoegen nemen met de tweede plaats.

Sindsdien won Nederland alle internationale titeltoernooien op één na (Champions Trophy 1997). Hendriks: ,,Nederland is de internationale standaard. Iedereen kijkt naar ons en is bezig met het zoeken van de wapens om ons onschadelijk te maken. Willen wij de voorsprong vasthouden, moeten we nieuwe oplossingen vinden.''

In dat streven zijn accentverschuivingen onvermijdelijk, al zegt Hendriks in grote lijnen vast te willen houden aan het bestaande tactische concept. Dat betekent snelheid op de flanken, zowel in de aanval als op het middenveld. ,,Maar ik sluit niet uit dat we ook gaan experimenteren met vleugelverdedigers die op basis van snelheid in het spel betrokken worden.''

Experimenten zijn wel toevertrouwd aan Hendriks, wiens analytisch vermogen wordt geprezen door zowel spelers als collega's. Op voorspraak van zijn assistent kopieerde Oltmans in de aanloop naar Atlanta het succesvolle HGC-model, waarbij rechterspits Stephan Veen een linie naar achteren schoof terwijl spelverdeler Marc Delissen als een vooruitgeschoven pion de lijnen uitzette in het centrum van de aanval. Die omzetting bleek een van de sleutels tot olympisch goud.

Bekend zijn de verhalen van gepromoveerde assistenten die hopeloos mislukken als technisch eindverantwoordelijke. Hendriks: ,,Het is eerder een voor- dan een nadeel dat ik de ploeg de afgelopen drie jaar van nabij heb meegemaakt. Ik ken hen, zij kennen mij. We weten waar we aan beginnen.''

Risico's neemt hij sowieso voor lief. ,,Ik wil geen `nooit-mens' zijn. Als ik deze functie had geweigerd, zou ooit het moment komen dat ik tegen vrienden zou moeten zeggen: `Ik heb nooit een ploeg tijdens de Olympische Spelen gecoacht, ik heb nooit verloren, ik ben nooit in Zuid-Amerika geweest.' Zulke dingen wil ik niet zeggen.''

Zoals hij ook niet twijfelde toen hij vier jaar geleden voor de keuze stond om zijn bedrijf in hockeyartikelen op te geven toen de kans zich voordeed om als een van de eerste coaches van hockey zijn beroep te maken. ,,Ik wilde me optimaal voorbereiden. Meer praten en meer nadenken over hockey om mezelf te verbeteren.''

Hendriks staat bekend om zijn ongeremde fanatisme. Op eigen kosten reisde hij jarenlang internationale toernooien af om kennis te vergaren en uit te wisselen. Urenlang zit hij soms achter de video om spelpatronen van komende tegenstanders te ontrafelen. ,,Dat leidt tot verdieping, tot minder zelfverwijten. Omdat je alles wat je tegenkomt, probeert te behandelen.''

Hendriks' fascinatie voor het hockey is grenzenloos, niet in de laatste plaats vanwege de moeilijkheidsgraad. ,,Hockey draait om totale lichaamsactie. Niet alleen hand-oogcoördinatie, ook voet-oogcoördinatie. En dat met een verrekte klein balletje dat enorme snelheden bereikt. Die beperkingen vragen om een antwoord van de coach.''

Hans Jorritsma maakte een onuitwisbare indruk op Hendriks toen hij in 1986 een van de cursisten was van de oud-international. ,,Iemand die heel nauwgezet te werk ging en vanuit een duidelijke visie opereerde, dat sprak mij enorm aan.'' Minstens zo groot is zijn bewondering voor Phil Jackson, de coach die de basketballers van de Chicago Bulls in acht jaar tijd zes keer naar de titel leidde. ,,Omdat hij te midden van de hectiek van de NBA altijd zichzelf bleef. Die man straalde een rust uit, ongelooflijk. Daar neem ik graag een voorbeeld aan.''