Geestelijke nood

Het is niks als narigheid bij de Nederlandse boer. Met angst en beven wordt het nieuwe Europese landbouwbeleid (Agenda 2000) afgewacht. Akkerbouwers en melkveehouders vrezen forse inkomensverliezen. Maar het ergst is het gesteld met de varkenshouders. Eerst een pestepidemie, dan wetgeving om de varkensstapel fors in te krimpen en vervolgens een diepe en langdurige crisis aan het prijzenfront. `Geestelijke nood varkenshouders enorm', kopte het vakblad Oogst onlangs.

Niet alleen het lot van de boer is in het geding, ook dat van zijn varkens, zo bleek onlangs in het Brabantse Made. Een dierenarts trof daar 200 zwaar verwaarloosde fokzeugen en vleesvarkens aan. Reden voor de Inspectie om hulpverleners op te roepen de in psychische nood verkerende varkenshouders te bezoeken. Hoe dat moet is onduidelijk. Nederland telt (nog) 20.000 varkensboeren. Dat valt voor geen dominee of pastoor te behappen. Wellicht heeft het vooruitzicht van een onverantwoord aantal overuren binnen de geestelijke sector de Raad van Kerken in Nederland tot de ongebruikelijke stap gebracht een brief aan de minister van Landbouw te schrijven. De Kerken pleiten voor compensatie van de financiële en sociale nood en zullen dan zelf aandacht blijven schenken ,,aan de nood van de boerengezinnen door het geven van steun in pastorale contacten en via diakonale kanalen.''

Bram Pols