Etnische afkomst wel of niet melden

Na de dodelijke schoten in Gorinchem kwam de vraag op of hier terecht de etnische achtergrond van de verdachten is vermeld.

De burgemeester van Gorinchem was bang voor rellen na de dood van Froukje Schuitmaker en Marianne Roza. Tijdens een `slachtofferbijeenkomst' gaven Marokkaanse jongens aan bang te zijn voor wraakacties van de autochtone bevolking. Burgemeester P. IJssels kreeg bovendien signalen dat hun angst niet ongegrond was. Hij drong daarom bij het openbaar ministerie aan op bekendmaking van de etnische afkomst van de daders van de schietpartij bij muziekcafé Bacchus. Het waren Turkse mannen, geen Marokkaanse.

De media omschreven vervolgens de hoofdverdachte niet alleen als de 30-jarige F.Ö. uit Gorinchem, of Fuad Ö., maar vermeldden expliciet zijn Turkse afkomst. Was dat relevant? Misschien. Gaven de media ook aan waarom het relevant was? Niet echt: er werd een beetje gespeculeerd over de etnische verhoudingen in de stad, maar de kennis daarover ontbrak. Is het nodig dat in de berichtgeving duidelijk wordt gemaakt waarom vermelding van de etniciteit relevant is? Ja, stelde een richtlijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten zes jaar geleden.

De journalistiek worstelt al langer met de vraag of etniciteit moet worden vermeld. Het zou stigmatiseren, `onderbuikgevoelens' aanwakkeren en een hele gemeenschap een collectief schuldgevoel bezorgen. Toch gebeurt het al jaren, omdat het in sommige gevallen gezien wordt als essentiële informatie. Als een Marokkaanse man zijn dochter ontvoert, zal zijn afkomst waarschijnlijk worden gemeld. Als een taxichauffeur is lastiggevallen, wordt daarentegen de afkomst minder relevant geacht. Toch ontstond in Gorinchem discussie. Reden: minderhedenorganisaties zeiden blij te zijn met het vermelden van de Turkse afkomst van de verdachten.

,,Dat was nieuw. In plaats van de geijkte plaat van stigmatisering af te draaien, zeiden deze organisaties dat het melden van etniciteit louterend kan werken'', zei A.Aboutaleb, directeur van het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum tijdens een bijeenkomst gistermiddag. ,,Het kan discussie losmaken over het te voeren beleid en het kan bijdragen aan het zelfreinigend vermogen van een gemeenschap. Het niet vermelden is op termijn zelfs gevaarlijk'', aldus Aboutaleb.

Een voorbeeld van het `zelfreinigend' effect werd aangedragen door I. Akel, directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders. Na de IRT-enquête en de berichtgeving over de Turkse maffia werd binnen de gemeenschap uitvoerig gesproken over de vraag of Turken hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, in plaats van alles over te laten aan politie en justitie. ,,Tijdens bijeenkomsten werd gezegd: wij moeten als gemeenschap geen legitimiteit of bescherming bieden aan dat soort criminelen'', aldus Akel. Volgens hem helpt stilzwijgen niet. ,,Integratie is niet gebaat bij mooi weer spelen'', betoogde ook de hoofdredacteur van Trouw, F. van Exter.

Toch waarschuwde een aantal betrokkenen dat de media nu niet moeten doorslaan. Journalisten kunnen afkomst vermelden, maar ze moeten vooral zoeken naar de achtergrond. ,,Ik geef geen blanco cheque'', aldus Aboutaleb.

H. Laroes, eindredacteur van het NOS-journaal: ,,De veranderde houding van de minderhedenorganisaties mag journalisten niet gemakzuchtig maken. Zo van: knal maar de ether of de krant in.''

    • Yasha Lange