Eis: celstraf voor bezit één video met kinderporno

Justitie treedt steeds harder op tegen kinderporno, ook tegen het in bezit hebben van pornografie voor eigen gebruik. Gisteren werd acht maanden cel geëist tegen een man die één videoband had.

Verzamelaars zijn het, de vijf verdachten die gisteren voor de rechtbank van Middelburg terecht stonden. En verzamelaars ruilen nu eenmaal. De 70-jarige Johann van V. kreeg zijn banden van Jan L., een onderwijzer uit Alphen aan de Rijn. Omgekeerd werd bij L. werd ook een band aangetroffen met het handschrift van Van V. Als huisschilder Tani G. niet kon ruilen, vroeg hij een `onkostenvergoeding', zo verklaarde hij. Ook had hij wel eens zelf opnamen gemaakt van naakte kinderen op een naturistenstrand. ,,Daarbij zoomde ik per ongeluk te dicht in op de geslachtsdelen.''

Hoewel de `verzamelingen' van sommige verdachten zeer omvangrijk waren (Jan L. beschikte onder ander over 376 videobanden), van grootschalige productie of handel van kinderporno was bij deze vijf verdachten geen sprake, zo stelde ook officier van justitie C. Fetter in haar requisitoir vast. Bij verdachte Jan T. werd bij huiszoeking bijvoorbeeld één band aangetroffen. Voor het gemak had de officier daarom `vervaardiging' en `verspreiding' van kinderporno van de dagvaardiging geschrapt. Want door een arrest van de Hoge Raad zijn de mogelijkheden voor Justitie om tegen kinderporno op te treden aanzienlijk uitgebreid.

In 1996 werd artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht herzien. De straf voor het het verspreiden, vervaardigen en in voorraad hebben van kinderporno werd verhoogd van drie maanden tot maximaal zes jaar gevangenisstraf. Bij dat `in voorraad hebben' moest men vooral denken aan grootschalige verspreiding en handel en niet zozeer aan het bezit van kinderporno voor eigen gebruik, zo lichtte de toenmalige minister van Justitie Sorgdrager het wetsvoorstel in de Tweede Kamer toe. ,,Er is geen grond voor de vrees dat de politie zich uitsluitend zal richten op pedofielen. Strafrechtelijk optreden is en blijft immers primair geïndiceerd bij de vervaardiging van kinderpornografie en de commerciële en professionele productie en distributie.''

Deze uitleg van de wet liet het bezit van kinderporno voor eigen gebruik ongemoeid. Zolang een pedofiel van elk plaatje maar over één exemplaar beschikte, was hij niet strafbaar. Toen de Haagse zedenpolitie daarom tijdens een huiszoeking bij verdachte Jan T. in 1997 zes videobanden met kinderporno aantrof, liet men het bij een forse waarschuwing. T. stond de banden vrijwillig af en zegde toe zijn leven te beteren.

Maar in april vorig jaar maakte de Hoge Raad korte metten met deze interpretatie van artikel 240b. Het `in voorraad hebben' van kinderporno voor eigen gebruik is wel degelijk strafbaar, zo stelde de Raad. Toen op 23 oktober opnieuw een videoband met kinderporno bij Jan T. werd aangetroffen, besloot justitie dan ook tot vervolging over te gaan. Gisteren eiste officier van justitie Fetter acht maanden onvoorwaardelijke celstraf tegen T. Tegen de vier andere verdachten werden straffen van twee tot drie jaar geëist.

De advocaten van de verdachten maakten bezwaar. Zij merkten op dat de wetgever tot 1986 gewacht heeft met het überhaupt strafbaar stellen van kinderporno. Veel van het aangetroffen materiaal stamt van voor deze periode, aldus de advocaten. Verdachte Jan L. bevestigde dit: ,,Begin jaren negentig kon je nog wel eens een bandje in Duitsland kopen. Maar dat is nu ook over.''

`Op het naaktstrand zoomde ik per ongeluk te dicht in op de geslachtsdelen'