De val van de Zwarte Spin

Wie politiek onafhankelijk is, moet ook literair een eigen weg inslaan. Dat vonden Amerikaanse schrijvers als Fenimore Cooper en Nathaniel Hawthorne, die begin vorige eeuw probeerden om in thematiek los te komen van de literatuur van ex-kolonisator Engeland. En dat vinden 150 jaar later ook veel schrijvende Surinamers. Op het geruchtmakende congres `Schrijverschap 2000', dat anderhalf jaar geleden in Paramaribo plaats had, werd dan ook gepleit voor literaire fictie die zich openstelde voor Caraïbische invloeden en die haar onderwerpen haalde uit het Surinaamse verleden. Want, zoals de voorzitter van Surinaamse schrijversbond stelde, `literatuur is natievorming'.

Clark Accord (1961), die op 17-jarige leeftijd naar Nederland kwam, doet in zijn debuutroman De koningin van Paramaribo waar `Schrijverschap 2000' voor pleitte: een breed publiek doordringen van het kleurrijke Surinaamse verleden.,``We hebben iets nodig waarvan Surinaamse mensen trots kunnen zeggen: ja, zo was het!' zei hij onlangs in een interview met Trouw. En het lijkt erop dat hij de juiste snaar heeft geraakt. De derde druk van De koningin van Paramaribo werd al binnen een maand opgelegd en het boek is een groot succes in de Nederlands-Surinaamse gemeenschap – een schril contrast met Was getekend, Astrid Roemers recente roman over de verwerking van het koloniale verleden, die ondanks lovende kritieken nog weinig lezers heeft gevonden.

Toegegeven, Accords onderwerp spreekt tot de verbeelding. De `koningin van Suriname' uit de titel is Wilhelmina Rijburg (1902-81), alias Maxi Linder, bijgenaamd de Afrodite van Suriname, ook wel bekend als de Zwarte Spin en de Zwarte Parel van de West. Een legendarische figuur die in de jaren twintig en dertig triomfen vierde als superprostituée voor zeelieden, soldaten en leden van de hogere klassen in Paramaribo, en die na de Tweede Wereldoorlog nog lang een van de opvallendste Bekende Surinamers was. Maxi Linder, die haar beroepsnaam ontleende aan een Franse stomme-filmster (of, volgens sommigen, aan het begrip Maximum Cilinder `vanwege haar goed gesmeerde machinerie, met alle zuigers en lagers erop en eraan') leidde een leven dat was verknoopt met de twintigste-eeuwse Surinaamse geschiedenis. Zij is het materiaal waarvan romans worden gemaakt, al heeft Accord naar eigen zeggen lang met de gedachte gespeeld om haar als een mini-Evita te eren met een musical.

Zoals een goede musical of een klassieke Hollywood-film begint De koningin van Paramaribo met een proloog waarin de hoofdpersoon als bejaarde wordt voorgesteld. Het is 1981 en Maxi Linder ligt na een val in haar armeluiskamertje op sterven, in haar eigen vuil en temidden van haar tientallen honden. Op het moment dat de buurvrouw haar aantreft, gaat het boek terug in de tijd, naar 1902, waarna het levensverhaal van Wilhelmina Rijburg vanaf haar geboorte keurig chronologisch in een twintigtal episoden wordt verteld: `De dag dat Wilhelmina ter wereld kwam regende het zo hard dat horen en zien je verging'...

Anders dan de gemiddelde historische romancier heeft Accord niet gekozen voor een ik-figuur of een alwetende verteller. De gebeurtenissen worden beschreven vanuit het perspectief van de mensen die Maxi Linder hebben meegemaakt: de moeder die maar niet kan begrijpen waarom Willemientje een carrière als hoer koos (maar: `een hen vertrapt haar kuikens niet'); de buurman die haar als jong meisje verkrachtte; de armlastige jeugdvriend die zijn hele leven geobsedeerd blijft door zijn droom van seks met Maxi; de klanten aan wie ze goudgeld verdient met haar seksuele acrobatiek; de arme kinderen die ze financieel steunde bij hun scholing; haar collega-prostituées en vele anderen.

Maxi Linder rijst op als een sterke vrouw, streetwise, niet op haar mondje gevallen en trots op haar status en vaardigheden (`ik neuk beter dan jij danst'). En passant komt de lezer het een en ander te weten over het sociale leven in vooroorlogs Paramaribo (een gemoedelijk dorp waar prostitutie bijna geaccepteerd lijkt), over de semi-bezetting van Suriname door de Amerikanen in de Tweede Wereldoorlog en over een vergeten schandvlek van de geschiedenis: de internering tijdens de oorlog van alle hoeren van Paramaribo, uit angst voor de verspreiding van geslachtsziekten. Tragische ironie, want terwijl de motyo's werkloos waren, brachten de Amerikaanse mariniers op grote schaal chlamydia op de Surinaamse vrouwen over.

Het wisselende perspectief – een direct uitvloeisel van de gesprekken die Accord met zijn bronnen voerde voordat hij aan zijn roman begon – had een geslaagde literaire ingreep kunnen zijn; ware het niet dat de `stemmen' en de innerlijke monologen van de verschillende personages nogal op elkaar lijken. Bijna allemaal spreken en denken ze in een bakvisachtig proza dat gekenmerkt wordt door stilistische overdrijving (`de sluizen van haar traanklieren'), clichématige beschrijvingen (`ontluikende vrouwelijke rondingen'), stilistische stopwoordjes (`schaamteloos', `naarstig'), onwaarschijnlijke en uitleggerige dialogen, en een wildgroei aan vraag- en uitroeptekens. De amateuristische indruk die De koningin van Paramaribo maakt, wordt nog versterkt door de vele spel- en zetfouten in de tekst en de wel heel onconventionele datering van de geboorte van prinses Beatrix in 1943. Het is moeilijk om dan nog bewondering op te brengen voor de aspecten van Accords roman die wel geslaagd zijn, zoals het levendige beeld van de hoerengemeenschap en het effectieve gebruik van Surinamismen (de `smoelcourant' voor het roddelcircuit, `op de peinsbrug zitten' voor piekeren) en zinnetjes Sranan.

Accords literaire voorbeeld is niet Astrid Roemer, met haar gestileerd-mystieke bewerking van het recente verleden; het is Cynthia McLeod, de grande dame van de Surinaamse historische roman die door haar epische schwung af en toe doet vergeten hoe gedateerd romantisch ze schrijft. Het is dan ook een passend eerbetoon dat in De koningin van Paramaribo een grijze keukenmeid met de naam Cynthia optreedt die er op uit wordt gestuurd om suiker te kopen. `Je hebt er toch niet te veel voor betaald?' vraagt haar werkgeefster – een subtiele verwijzing naar McLeods beroemdste roman, Hoe duur was de suiker? (1987).

De koningin van Suriname is bedoeld als een tragedie, met als slotakkoord de teloorgang van de eens zo machtige en stralende Maxi Linder – een symbool voor haar land, is de onvermijdelijke suggestie. Maar Accords stilistische vermogen is niet toereikend om dat gewicht te dragen. Na de epiloog, over Maxi Linders begrafenis, vraag je je af of Accord toch niet beter de musical tot zijn medium had kunnen maken.

Clark Accord: De koningin van Paramaribo. Kroniek van Maxi Linder. Vassallucci, 296 blz. ƒ36,90