De ondergang van Allert de Lange

De Amsterdamse boekhandel Allert de Lange, ooit een begrip in de hoofdstad, is na bijna 120 jaar over de kop. De fraaie locatie aan het Damrak is het bedrijf uiteindelijk fataal geworden.

Lopend naar het Centraal Station in Amsterdam langs de huizenrij aan het Damrak passeert men tegenover Berlage's Beurs op nummer 62, ingeklemd tussen peepshows, gokhallen en snackbars, boekhandel Allert de Lange. In stijl met de verloedering van de ooit statige entree tot het centrum van de hoofdstad haalt de zaak, door zijn naamgever op 1 april 1880 geopend, zijn tweede eeuwwisseling niet.

In ruim honderd jaar bouwde de Algemeene Boek & Kunsthandel een reputatie op met de verkoop en uitgave van, zoals De Lange het in de begintijd noemde, `belangrijke prachtwerken' van Shakespeare, Schiller en Heine, maar ook lectuurmappen en `uitspanningsliteratuur' tegen een `billijken prijs' en gaandeweg met een groeiend aanbod van reisgidsen, internationale (vertaalde) letterkunde en kunstboeken. Voortaan zullen de wijze uil in de kop van de trapgevel en de uitgehouwen conterfeitsels van Vondel, Hooft en Erasmus op hun stekjes boven de ramen op de eerste etage andere voorraden gaan bewaken.

Allert de Lange (1855-1932), zoon van een Zaanse houthandelaar, brak met de familietraditie. Na zijn opleiding in de boekenbranche bij de Amsterdamse firma Van Holkema, de Brusselse Librairie Mucquardt en de Londense Hachette opende hij in de opslagruimte van zijn vader de boekhandel en uitgeverij. Door zijn huwelijk met de bemiddelde Rijkje Middelhoven, dochter van eveneens een Zaanse houthandelaar, kon hij het pand in 1885 kopen en het een deftig aanzien geven.

De ironie wil dat een deel van die verbouwing teniet werd gedaan na het honderdjarig jubileum: op de plek van de elegante, centrale etalage kwam een inloopingang, passend bij de haastige puien van belendende neringen.

De teloorgang van één van de bekendste Amsterdamse boekhandels zette niet lang geleden in toen de afdeling Franse literatuur verhuisde naar de concurrentie op het Spui, boekhandel Athenaeum. Eerder al was het bedrijf, dat naast boekhandel en uitgeverij ook het eind vorige eeuw door De Lange overgenomen Zweedse boekenverzendhuis Nilsson & Lamm bezat, overgedaan aan een beleggingsmaatschappij.

De meest roemrijke periode beleefde de zaak tijdens de laatste tien jaar van het interbellum. Schrijvers als Thomas Mann, Erich Maria Remarque, Ernst Toller, Egon Erwin Kisch, Georg Bernhard, Alfred Neumann, Alfred Döblin en Joseph Roth, die het nationaal-socialistische Duitsland ontvluchtten, vonden met hun werk onderdak bij de uitgeverijen van Emmanuel Querido en Allert de Lange. Onder hen ook Hermann Kesten en Walter Landdauer die voor Gerard de Lange, zoon van de oprichter, een fonds van exil-auteurs begonnen (zoals Fritz Landshoff dat voor Querido deed).

Gerard de Lange, die zijn zaken het liefst afhandelde in etablissementen in de omgeving, raakte goed bevriend met Joseph Roth. Gevleugeld werd Roths weerkerende vraag: `Wer gibt mir Vorschuss?', waarop de uitgever diep in de buidel tastte. Zij deelden een liefde voor de letteren en voor de drank. Die laatste werd hun beider ondergang. De Lange stierf in 1935, Roth (in een Parijs' armenhuis) in 1939. Hen bleef bespaard hoe de Duitse bezetter, direct na de meidagen van 1940 de zaak ontmantelde. Het archief, waarin zich ook documenten van exil-auteurs bevonden, werd vernietigd. De voorraad verdween - hoewel deeltjes uit de exil-reeks tijdens de oorlog wel onder de toonbank van antiquariaten opdoken. Na de bevrijding bloeide de boekhandel weer op, met vooral kunstboeken en reisgidsen.

Pogingen om bij het eeuwfeest van 1980 opnieuw een bijzonder literair fonds op te zetten, slaagden niet voldoende en de locatie begon tegen de boekhandel te werken.

Geld en verve zijn nu kennelijk helemaal op en de Algemeene Boek & Kunsthandel Allert de Lange houdt na 119 jaar op te bestaan.

    • Jessica Voeten