Cyclo

Een gewelddadig gedicht, zo noemde de Frans-Vietnamese regisseur Tran Anh Hung (1962) zijn tweede lange speelfilm Cyclo (1995). Het was destijds, in de nadagen van de hausse aan ironiserende geweldsfilms, een van de opmerkelijkste films van het Filmfestival Rotterdam, en een beetje een buitenbeentje ook. Want Cyclo is weliswaar rauw, bruut, gruwelijk, bevolkt door gangsters met gebeeldhouwde koppen, maar kent ook een aantal van de tederste filmbeelden die ik ooit zag.

Tran maakte eerder L'odeur de la papaye verte (1993), een weemoedige liefdesgeschiedenis uit het Saigon van zijn jeugd. Saigon is nu Ho Chi Min-stad, een van die hectische oriëntaalse metropolen waar traditie op gespannen voet staat met westerse dynamiek. Vliegtuigen scheren over kantoorkolossen en in de sloppen bereidt een vrouw in eenvoudige boerenkledij een rijstschotel. Clichés zijn het: gestileerd gefilmd, geësthetiseerd zelfs, maar steeds ligt een anti–romantische realiteit op de loer. Lijkt de scène waarin een boevenbaas de haren van zijn vriendin wast een meditatief rustpunt, even later blijkt hij de glimlach van de beul te herbergen en dwingt de man haar zich te prostitueren.

In de voetsporen van een fietskoerier voert Tran de toeschouwer door de stad. Gaandeweg wordt hij getuige gemaakt van de Werdegang van deze `Cyclo', die nadat zijn riksja op een dag wordt gestolen ten prooi valt aan afpersers en sadistische woekeraars. Door de manier waarop Tran hun rospartijen indirect in beeld brengt, via raamkozijnen, door het smeedijzeren hekwerk van een balkon of vanachter zachtjes wapperende vuile sluiergordijnen, creëert hij een discrete afstand die je als kijker de gelegenheid geeft je af te wenden van wat je ziet, of er als versteend naar te staren en je langzamerhand te beseffen hoe je behalve getuige ook medeplichtig wordt aan de getoonde wreedheden. Dat is een ontregelende ervaring, waar je als publiek niet makkelijk een eenduidig oordeel over kunt vellen. De eerste keer dat ik de film zag, vond ik hem naar. Enkele weken later vond ik hem nog steeds naar, maar ook mooi en sterk, met van die beelden die door je gedachten blijven dwarrelen. Zo'n beetje als de woorden van een gedicht. Een gewelddadig gedicht, ook in z'n schoonheid, zeer gewelddadig, dat wel.

Cyclo (Tran Ahn Hung, Vietnam, 1995) Ned.3, 23.27-01.29u.