Citaten uit brief van H.N.Wolleswinkel

Enkele passages uit de `open brief' van ir. H.N.Wolleswinkel aan de parlementaire enquêtecommissie:

,,(...) Graag had ik voor uw commissie publiekelijk en onder ede verklaard dat er ten aanzien van het vooronderzoek geen sprake is geweest van achterhouden van gegevens (doofpot), of het ontoelaatbaar omgaan met gegevens die voor het vooronderzoek van essentieel belang zijn geweest. Omdat ik daar de gelegenheid niet voor gekregen heb, wil ik dat in deze open brief nog eens met nadruk stellen.

,,(...) Er is een frappante overeenkomst tussen wat er op 4 oktober 1992 op de verkeerstoren gebeurde en op 4 februari 1999 op het torentje. In beide gevallen ging het om informatie die op het eerste gezicht alarmerend leek. In beide gevallen ging het om informatie die achteraf onjuist bleek te zijn: het vliegtuig had geen lading aan boord die op de plaats van het ongeval extra gevaar opleverde en er is nooit sprake van geweest dat door de verantwoordelijke autoriteiten essentiële informatie is onthouden aan burgemeester of bewindslieden.

,,Er is ook een groot verschil. De verkeersleiders realiseerden zich bijtijds dat ze bezig waren met zaken die hen niet aangingen en vertrouwden er terecht op dat de wel verantwoordelijke autoriteiten hun werk naar behoren zouden doen. De Minister-President vindt het niet nodig zich eerst van de juistheid van de verkregen informatie op de hoogte te stellen maar begint onmiddellijk uit de heup te schieten en treft een zevental weerloze ambtenaren; `om het vertrouwen in de overheid te herstellen'. De woede en de teleurstelling over deze gang van zaken zal ik niet proberen onder woorden te brengen. Ik volsta met U te verzekeren dat al degenen die met grote toewijding hun beste krachten gegeven hebben om het El Al-ongeval zo goed mogelijk te behandelen en dit in alle eerlijkheid gedaan hebben, met grote verslagenheid van deze ontwikkelingen hebben kennisgenomen.

,,(...) De beslissing om een parlementaire enquête in te stellen naar het Bijlmer-ongeval heb ik destijds zeer toegejuicht. Mijn verwachting was dat door een gedegen onderzoek de informatie die in de loop der jaren bij stukjes en beetjes naar boven is gekomen, eindelijk eens op een systematische manier geordend zou worden, waardoor een samenhangend totaalbeeld zou ontstaan.''