Boonstra blijft optimistisch

Na de bijna drie jaar durende uitverkoop bij Philips moest het elektronicaconcern gisteren een duikeling in de winst bekendmaken. President Boonstra blijft echter optimistisch, al ontbreekt nog zijn `derde stap'.

Er is een kleine kink in de kabel, maar Philips ligt op koers. Dat was de boodschap die C. Boonstra gisteren uitdroeg bij de presentatie van de jaarcijfers. De president van Philips vatte de activiteiten sinds zijn aantreden in oktober 1996 samen aan de hand van een 3-stappen plan.

De eerste, in de ogen van Boonstra afgeronde, stap was het afstoten van verliesgevende en niet passende activiteiten waardoor zijns inziens een hanteerbare organisatie is ontstaan. Philips zit de komende drie tot vijf jaar in de tweede fase: het uitvoeren van de strategie, het versterken van het management en het slim investeren van een enorm bedrag aan cash (volgens financieel bestuurder J. Hommen overtreffen de kasgelden de schulden met 6,5 miljard gulden). En stap drie? ,,Zo ver zijn we nog niet'', aldus Boonstra gisteren. En bij wijze van grap: ,,Dan zouden we wel eens aan een grote fusie toe kunnen zijn.''

Ligt Philips na tweeënhalf jaar Boonstra inderdaad op koers? Dat de productportfolio van het concern in zijn regeerperiode stevig is gereduceerd valt niet te ontkennen. Grundig – Philips' mediatak – het muziekconcern Polygram en Philips Car Systems zijn de belangrijkste brokken die verdwenen zijn, maar alleen al in 1998 kwamen daar nog eens 24 relatief kleinere activiteiten bij. En dat terwijl het tempo van afslanking in het afgelopen jaar veel lager lag dan in de eerste anderhalf jaar na Boonstra's aantreden.

De snelheid waarmee bedrijfsonderdelen bij Philips de deur uitgaan wordt alleen benaderd door het tempo waarin mensen op topposities rondom Boonstra verdwijnen. Met de onverwachtse aankondiging van het vertrek van president-commissaris F. Maljers was het gisteren opnieuw raak.

Of Philips door al dit hakken en snijden doorzichtiger is geworden is de vraag. In lijn met met de fors gestegen beurskoersen heeft het aandeel Philips weliswaar een ruime verdubbeling gerealiseerd, maar Boonstra zelf erkende gisteren dat op Philips als conglomeraat voor de aandeelhouder nog altijd minder geld waard is dan de samenstellende delen. Hij wil de komende tijd divisies tegen het licht houden door de prestaties daarvan te vergelijken met bedrijven die afzonderlijk op de beurs genoteerd zijn.

Een (gedeeltelijke) beursgang van een dochter om de waarde daarvan te ontsluiten is echter op korte termijn onwaarschijnlijk. Philips Semiconductors lijkt een voor de hand liggende kandidaat, maar komt niet in aanmerking: ,,Je gaat alleen naar de beurs als er geld nodig is'', aldus Boonstra. En daarvan is bij Philips gezien de enorme hoeveelheid kasgeld geen sprake.

Ook voor Philips' activiteiten in zaktelefonie staan op korte termijn waarschijnlijk geen grote veranderingen op stapel. Enkele maanden geleden werd nog met allerlei mogelijke partners gesproken, gisteren benadrukte Boonstra dat Philips Consumer Communications op eigen benen moet staan en eerst de eigen organisatie en productie weer op orde moet brengen.

Bij gebrek aan grootse plannen gaat de aandacht uit naar Philips' matige resultaten in de gewone bedrijfsvoering. Ondanks uitspraken bij Boonstra's aantreden zijn excuses als ,,de markt zat tegen'' en ,,de [met name prijs-]concurrentie is enorm'' weer gemeengoed geworden.

Philips' aloude winstmotoren licht en chips waren gisteren de belangrijkste uitzonderingen op de malaise. De brutomarge (bedrijfsresultaat als percentage van de omzet) in de divisie halfgeleiders is in het vierde kwartaal teruggelopen tot minder dan 15 procent, maar blijft over heel 1998 respectabel (19,3 procent). ,,Philips is op één na [Intel, red.] 's werelds meest winstgevende chipproducent'', aldus Hommen gisteren.

Boonstra liet gisteren trots zien dat licht in 1998 een rendement behaalde van 33 procent op het geïnvesteerd vermogen (`Rona'), fors boven het streefpercentage van 24 dat Philips hanteert. Verder won Philips naar eigen zeggen fors aandeel in diverse markten (monitoren, audio- en videoapparatuur, componenten, halfgeleiders, automatisering).

Maar de negatieve factoren overheersten. Voorzieningen voor zaktelefoons, platte schermen, apparatuur voor medische diagnose, pensioenen en de crisis in Brazilië brachten de genoemde interne Rona-maatstaf gemeten over geheel 1998 en de hele onderneming zelfs terug tot 6,5 procent, iets meer dan een kwart van het streefcijfer en slechter dan het als crisisjaar omschreven 1996 (7,1 procent).

Slechte resultaten of niet, Boonstra lijkt van mening dat het grootste deel van zijn werk erop zit. De invulling van de genoemde derde stap in zijn plan zal worden overgelaten aan een opvolger. Boonstra benadrukt de laatste weken telkens opnieuw dat een bedrijf als Philips niet afhankelijk is van één persoon en gisteren gaf hij een kleine profielschets van Philips' nieuwe topman: ,,Iemand die bij het bedrijf in dienst is geweest, de organisatie begrijpt en verstand heeft van technologie.'' De gedoodverfde kroonprins Roel Pieper is al weer tien maanden in dienst.