Antisemitisme

Antisemitisme blijft een geheimzinnig fenomeen. Ik merk er in Nederland niet veel van, maar het zal ongetwijfeld bestaan. Virulent is het woord dat hier altijd gebruikt wordt: krachtig werkend onder de oppervlakte. Misschien ben ik oppervlakkig.

Vorige week zag ik een tv-documentaire over de Fassbinder-affaire, die speelde in 1987. De reconstructie moet vooral pijnlijk zijn geweest voor rabbijn Soetendorp en voor een aantal joodse organisaties. Nu alles chronologisch achter elkaar was gezet, zag je de zeepbel van het vermeend antisemitisme uit elkaar spatten. Je zag ook hoe bij Soetendorp het verstand werd overgenomen door de woede en je zag het moment van helderheid waarop hij zich realiseerde hoe hij van aanklager in een knevelaar was veranderd.

Van de betrokkenen bij de affaire kwam alleen Jules Croiset niet aan het woord. De man die indertijd met een pseudo-ontvoering en met pseudo-bedreigingen het antisemitisme een handje wilde helpen, liet het nu afweten. Een woordvoerder van justitie zegt fijntjes dat men indertijd de zaak tegen Croiset had geseponeerd, omdat sommige kwesties zich vanzelf oplossen. Dat geldt, als je maar lang genoeg wacht, voor elk misdrijf. Croiset is kennelijk voor de keus gesteld: of zich laten berechten, of zich ziek laten verklaren. Hij koos voor de tweede optie en ik weet niet zeker of hij daar verstandig aan heeft gedaan. Nu heeft hij levenslang tbs, anders was hij er met een paar maanden gevangenisstraf vanaf geweest.

Een andere zaak die ik nauwelijks doorgronden kan, speelt zich momenteel af op het Internet. Hoofdrolspeler is Bobby Fischer, de oud-wereldkampioen schaken, die zichzelf nog altijd beschouwt als de echte wereldkampioen. Uit interviews met de Filippijnse radio blijkt dat hij een notoire antisemiet is geworden. Fischer uit meningen waarop je in Nederland zonder meer veroordeeld wordt. Joden zijn uitzuigers die complotteren en de wereld vergiftigen. De holocaust heeft nimmer plaatsgevonden, maar het zou goed zijn joden alsnog om te brengen. Daarnaast vertelde hij antisemitische moppen, waarvan je het niet voor mogelijk houdt dat ze uit de mond komen van iemand die zulke schitterende schaakpartijen heeft gespeeld.

Croiset had een joodse vader. Fischer had een joodse moeder, wat volgens de joodse wet een graadje hoger is. Fischer is dus zelf joods. Dat Fischer een brief heeft geschreven aan de redactie van Encyclopedia Judaica met het verzoek – zeg maar bevel – om zijn naam te verwijderen, doet daar weinig aan af. Eén vraag kwelt me: kan ik Fischer begrijpen? Ik zou dat graag willen, want hij is iemand voor wie ik mijn hele leven een grote bewondering heb gehad. Het genie, de rebel. Hij heeft altijd thuisgehoord in mijn rijtje: Nabokov, Borges, W.F. Hermans, Bertrand Russell, Wittgenstein, Topor, Mozart, Bobby Fischer.

Hoe kan iemand zo gek zijn geworden? Goed, hij heeft een moeilijke jeugd gehad, met een rare joodse moeder – niet eens oorlogsslachtoffer – maar dat zegt niets. Er zijn ook mensen met een moeilijke jeugd en een rare joodse moeder die niet gek zijn geworden. Ik kan er nog talloze verklaringen bij halen, ik kan met zelfhaat aankomen, maar ten slotte begrijp ik het niet. Fischers partijen begrijp ik, hoewel ik ze zelf nooit had kunnen spelen, maar Fischers antisemitisme gaat aan mij voorbij.

Als ik zijn uitspraken lees, voel ik een triest soort medelijden. In de Verenigde Staten zijn kostbare bezittingen van Fischer geveild omdat hij een schuld van een paar honderd dollar niet had voldaan. Ik vind dat de opkopers die spullen onmiddellijk bij Fischer moeten inleveren en ik zou ook graag willen dat Fischer in Amerika weer met open armen zou worden ontvangen. Wat een vreemde sympathie heb ik toch voor iemand die over joden heeft geroepen: ,,Kill these bastards.'' Ben ik zelf wel goed snik?

Ik bedoel: ik las in de krant dat de El Al-directeur Joel Feldshuh heeft verklaard dat er, naar aanleiding van de parlementaire enquête naar de Bijlmerramp, talloze antisemitische telefoontjes zijn binnengekomen. En mijn eerste reactie was: zou het waar zijn? Misschien verzint hij het maar en zegt hij het om iets anders.