Verlangen naar de vrijheid van een vogel

Van zes tot negen sorteert de postbode. Daarna begint zijn ronde. Over het vak, de mensen en de verzakelijking.

POSTBODES ZIJN gevoelsarm en lui. Tenminste, als we filmmakers als Michael Radford en He Jianjun mogen geloven. In Il Postino portretteert Radford de vriendschap tussen de Italiaanse postbode Mario Ruppuoli en de Chileense dichter Pablo Neruda. Het tweetal leest gedichten, luistert naar muziek en fantaseert over mooie vrouwen. Onder werktijd, want de post is bijzaak. Ruppuoli bezorgt Neruda's brieven en pakketjes - veelal afkomstig van vrouwelijke fans - enkel en alleen om toegang te krijgen tot zijn wereld van liefde en poëzie.

Ook Postman van He Jianjun doet het imago van de postbode geen goed. De Chinese brievenbesteller Xiaodou wordt geportretteerd als een afhankelijke, pathetische man die, net als Mario Ruppuoli, zijn emoties beleeft door ze bij anderen af te kijken. Anders dan zijn Italiaanse collega gaat Xiaodou geen vriendschap aan met zijn klanten, maar bestudeert hij in het geheim hun correspondentie.

Wie een paar dagen met Nederlandse postbodes op stap gaat, merkt dat het filmisch beeld van de postbode zeer eenzijdig is. Postbodes zijn veelal hardwerkende, collegiale mensen met een doorsnee gevoelsleven. De een is wat nieuwsgieriger dan de ander, maar slechts een enkeling schendt zijn beroepsgeheim.

Vrijwel zonder uitzondering kiezen postbodes voor het metier omdat ze ,,niet tussen vier muren willen zitten'', of omdat ze ,,eigen baas willen zijn''. ,,Postbode word je omdat je aan het keurslijf wilt ontsnappen, niet omdat je er toe gedoemd bent'', zo vat een van hen het samen.

Net als Mario Ruppuoli is de Urkse postbode Jan Jurie van der Berg (42) een visserszoon wiens `hart op het water ligt'. Terwijl we in rap tempo zijn wijk doorkruisen voor de bestelling, vertelt Van der Berg dat hij van jongs af aan visser wilde worden. Zijn vader - die een ongeluk op zee ternauwernood overleefde - doorkruiste zijn pad. ,,Komt wat er komt'', hield hij zijn zoon voor, ,,maar jij gaat niet de zee op.''

Om de pijn te verzachten nam Van der Berg sr. zijn zoon van tijd tot tijd mee uit vissen bij de Urker dijk, waar zij op een zomerse middag een postbode over het water zagen turen. ,,Hij had zijn dienst er vroeg op zitten en genoot van het weer'', vertelt Van der Berg. ,,Ik dacht: die man heeft het goed voor elkaar. Hij is zo vrij als een vogel.''

Niet veel later bezorgde de Urker zelf pakketten per bakfiets - in pak, met stropdas en gouden knopen, waarvan de bovenste altijd dicht zat. Vorige maand vierde hij zijn 25-jarig jubileum.

Ook Eric de Jong (29) uit Sneek werd postbezorger ,,om zelf mijn leven te kunnen invullen''. Net als Van der Berg begon hij al op jonge leeftijd als zaterdagwerker. ,,Ik was Havo-scholier'', vertelt hij. ,,Na mijn diensttijd kon ik kiezen: sergeant bij de luchtmacht in Soesterberg, of postbode in Sneek. Ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze.'' De Jong heeft sinds enkele jaren een vast contract; van zes tot negen sorteert hij brieven en pakketten, daarna bestelt hij de post tot drie uur 's middags in nabijgelegen Friese gehuchten als Oosthem, Abbega, Westhem en Blauwhuis. ,,Wat ik mooi vind aan dit vak? Ik ben vroeg klaar met mijn werk en heb dan nog alle tijd voor mijn hobby's. En de sfeer op het bedrijf is geweldig. Ik ken alle tachtig medewerkers. We steunen elkaar door dik en dun.''

Het leven van de hedendaagse postbode valt of staat met collegialiteit, want de werkdruk is de laatste jaren flink toegenomen. Op 1 januari 1989 werd het Staatsbedrijf der PTT omgezet in de naamloze vennootschap Koninklijke PTT Nederland (KPN). Het maken van winst werd belangrijker en de klant kwam centraal te staan. Brievenbussen moeten op gezette tijden worden geleegd, zodat de burger weet waar hij aan toe is. De postbode moet zelf de herkomst van onbestelbare pakketten en aangetekende brieven in de computer zetten. En als vijf bedrijven op dezelfde dag ongeadresseerde post willen laten bezorgen, is de postbode verplicht het materiaal mee te nemen - ongeacht zijn drukke schema.

Van der Berg ziet de verzakelijking met lede ogen aan: ,,Toen ik nog ambtenaar was, was het een stuk gemoedelijker. Er werd minder op de klok gelet. Zolang je je werk deed, werd er niet geklaagd. Bij het sorteren, voorafgaande aan de bezorging, gaat men tegenwoordig uit van `stuks' en `tijdseenheden'. Vierhonderd gesorteerde stuks per uur, dus 1.600 in vier uur tijd. Maar postbodes zijn ook mensen. Een slapeloze nacht en mijn post voor de Curaçaostraat belandt zonder pardon in de Bonairestraat.''

Ook in het Friese Sneek is het werk verzakelijkt. De Jong rijdt sinds enkele jaren in een auto met computerchip, die nauwkeurig registreert hoe hard hij rijdt, optrekt en remt. Draait zijn motor langer dan twee minuten stationair, dan maakt de computer een aantekening. Na vijf aantekeningen volgt een berisping. Sinds de invoering van de chip wordt de post volgens De Jong sneller bezorgd en is het dieselgebruik afgenomen. Een goede zaak vindt hij het, want ,,als commercieel bedrijf moet je altijd streven naar verbetering van je dienstaanbod''.

Is de bezorging door alle maatregelen niet minder persoonlijk geworden? ,,Nee'', zegt de Sneker, terwijl hij afremt voor een melkbedriuw (melkbedrijf) in Westhem. ,,Ik ben altijd voorkomend, ik ken mijn klanten, maar ik kom nooit bij ze over de vloer.'' Als we even later Blauwhuis binnenrijden, wordt De Jong opgewacht door een verstandelijk gehandicapte jongen die hij bij naam blijkt te kennen. Hij maakt een praatje, terwijl zijn motor doordraait.

Ook de Urker postbode Van der Berg zit niet om woorden verlegen. ,,Aan de koffie?'', roept hij een kalende, gezette man toe die net zijn huis binnenstapt. ,,Of aan de borrel?'' Van der Berg blijkt negen van de tien bewoners van wijk 5 te kennen. Hij weet wat voor soort correspondentie ze krijgen en laat brieven met een foutief adres moeiteloos in de juiste brievenbus glijden.

Toch ,,zwijgt hij als het graf'', als hij zaken opmerkt die voor een ander verborgen dienen te blijven. ,,Laatst'', zegt hij, ,,hoorde ik op een verjaardag dat een bepaald bedrijf failliet was gegaan. Dat verbaasde me niet, want het bedrijf kreeg al wekenlang brieven van een incassobureau.'' Ook heeft hij wel eens twee bekenden ,,die niet bij elkaar horen'' de liefde zien bedrijven toen hij de post door de bus duwde. Nu maar hopen dat het goed komt, dacht hij, als hij hen nadien - mét officiële partner - tegenkwam.

Toch zijn er ook postbodes die, net als Mario Ruppuoli, het leven van hun klanten op de voet volgen. Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit compassie. Saskia Dekker (24) verruilde drie jaar geleden haar baan bij een kinderdagverblijf voor die van brievenbesteller in Amsterdam-Noord. In de loop der jaren heeft ze een tiental klanten beter leren kennen, waar ze geregeld binnenwipt voor een kop koffie.

Vooral oudere mensen wachten haar op als zij 's morgens de wijk Kadoelen intrekt. Ze krijgt fooien voor het bezorgen van pakketten en wordt vermanend toegesproken als zij bewoners vergeet te groeten. Waar praat ze zo al over? ,,Over van alles'', zegt de hartelijke Amsterdamse. ,,Werk, hobby's, de dood van een partner. Mensen willen gewoon hun hart uitstorten.''

Dekkers mentaliteit heeft een nadeel: de werkdag wordt almaar langer. ,,Soms loop ik nog buiten als de schemering invalt. Pas als ik de etensluchten ruik, weet ik dat het tijd is om naar huis te gaan.''