Vergelijking van scholen ondanks grote verschillen

De kwaliteitskaart van de onderwijsinspectie over de resultaten van middelbare scholen zal vanaf komend schooljaar geen rekening houden met de bijzondere omstandigheden van de school.

Dit zei staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) gisteren in de Tweede Kamer. Het gaat daarbij om de regio en de denominatie van de school en om het aantal achterstandsleerlingen. Wel zal voortaan op de kaart het advies worden vermeld dat leerlingen in de laatste groep van de basisschool kregen voor de middelbare school. Op die manier moet het beginniveau van de brugklassen duidelijk zijn, waardoor de prestaties van de leraren duidelijk worden.

De kwaliteitskaart, die dit schooljaar voor het eerst werd geïntroduceerd, verdeelde de middelbare scholen nog in verschillende categorieën. Zo werd een categoriale Havo-VWO school in de provincie niet vergeleken met een brede scholengemeenschap in de grote steden. De onderwijsinspectie wilde hiermee `onbillijke' vergelijking tussen scholen voorkomen.

Adelmund zei gisteren tijdens het debat deze methode niet ideaal te vinden om de prestaties van een school te onderzoeken. Zij wil naast objectief meetbare resultaten van de middelbare school, zoals de eindexamencijfers van de leerlingen en doorstroom van het ene schooltype naar het andere, ook het advies van de basisschool op de kaart zetten.

Op die manier wordt duidelijk op welk niveau de kinderen de school binnenkomen en op welk niveau ze de school weer verlaten. Daarmee kan de effectiviteit van de school - wat de school bereikt met een leerling - worden gemeten. En wordt bovendien duidelijk of dat een onder- of bovengemiddelde prestatie is. De omstandigheden van de school hoeven dan niet meer mee te wegen.

Tweede-Kamerlid Cornielje (VVD) wilde de ,,objectieve cijfers van de Cito-toets op de kwaliteitskaart zien. Maar Adelmund wees erop dat slechts 77 procent van de basisscholen de Cito-toest afneemt. Elke leerling krijgt daarentegen een advies van de basisschool. Ze zegt er ,,nog niet aan toe te zijn'' om de Cito-toets te verplichten.

Uit een onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat het advies van de basisschool betrouwbaar is, liet hoofdinspecteur voortgezet onderwijs Meijerink van de inspectie weten. Aldus weerlegde hij de kritiek van middelbare scholen dat dit advies niet objectief en dus niet betrouwbaar is.

Zij stellen dat basisschoolhoofden onder druk van ouders de capaciteiten van de leerlingen te hoog inschatten.