Van Boxtel: paspoort centraal produceren

Minister Van Boxtel (Grote-stedenbeleid) wil het paspoort weer centraal laten vervaardigen. Sinds 1989 maken de gemeenten het reisdocument aan, waardoor in sommige gevallen ter plekke op het nieuwe paspoort kan worden gewacht.

Met de maatregel hoopt Van Boxtel fraude beter te kunnen tegengaan. Daartoe wil hij op hetzelfde moment ook het nieuwe paspoort invoeren, dat hij bovendien extra tegen vervalsing laat beveiligen met behulp van nieuwe lasertechnieken.

De introductie van het nieuwe paspoort was eerder per 1 januari 2001 voorzien. Van Boxtel gaat nog na of het eerder kan. Door de paspoorten weer centraal te gaan aanmaken, komt ook een einde aan de diefstal van blanco paspoorten uit de gemeentehuizen.

Het kabinet moet zich nog uitspreken over het plan van Van Boxtel. Het zal dit waarschijnlijk morgen doen. Tot dusver verzet de Tweede Kamer zich tegen het weer centraliseren van de aanmaak, omdat burgers dan langer op hun paspoort moeten wachten. Het is de bedoeling dat straks het nieuwe paspoort binnen vijf dagen wordt geleverd. Door de centrale aanmaak komt voor de gemeenten ook een belangrijke bron van inkomsten in gevaar. Deze heffen boven de daadwerkelijke kosten van het paspoort leges naar eigen keuze.

Hoeveel het nieuwe paspoort gaat kosten, is nog niet bekend. Dit zal mede afhangen van de prijs die de producent van het nieuwe paspoort vraagt. De vervaardiging van het paspoort moet nog worden aanbesteed. Dit zal gebeuren volgens de Europese aanbestedingsprocedure, waardoor ook buitenlandse bedrijven kunnen meedingen naar de drukorder.

Van Boxtel besloot tot de centrale aanmaak van de paspoorten, nadat vorig jaar acht vervalsingen met Nederlandse paspoorten aan het licht waren gekomen. Het ging daarbij om het in 1995 ingevoerde model. Dit werd in 1997 nog eens verbeterd nadat in 1996 een grote partij vervalsingen aan het licht was gekomen. Het huidige paspoort vervangt het `te gemakkelijk' te vervalsen model (het `zwarte vod') waarover in 1989 politieke problemen ontstonden die onder meer leidden tot het aftreden van minister Van Eekelen en staatssecretaris Van der Linden.