Tsjechov in de polder

In Tsjechovs Kersentuin is een van de hoofdrollen de schatrijke boer Lopachin. Dag en nacht is hij bezig met het vermeerderen van zijn kapitaal, omdat hij zich verveelt wanneer zijn armen ,,er maar een beetje bijslingeren alsof ze van een ander zijn.'' Zelfs als hij een fraai landgoed koopt, doet hij dat niet om er zijn verdere levensdagen in alle rust te slijten, maar om er vakantiehuisjes op te bouwen en die te verhuren.

Lopachin blijkt zich nu in het moderne Nederland zo'n 185.000 keer te hebben gekloond. Want volgens HP/De Tijd bestaat het merendeel van onze `modale multimiljonairs' uit bescheiden, hardwerkende kleinburgers die hun schaarse vrije tijd doorbrengen boven hun postzegelverzameling en vooral geen cent uitgeven. Een enkeling woont zelfs nog bij zijn moeder op de boerderij, zoals de 49-jarige IT-miljonair Gerard Sanderink (600 miljoen, 80-urige werkweek, geen echte levensgenieter). Volgens HP/De Tijd wordt die soberheid veroorzaakt door de alombetreurde Hollandse calvinistische moraal die een extravagante levenswijze in de weg zou staan. Alsof afstomping en verveling (het gevolg van dat workaholisme) geen enkele rol spelen.

Waarom trekt een poldermiljonair niet de stoute schoenen aan en wordt hij een mecenas die talentvolle jonge schilders, schrijvers en musici ondersteunt? Op hun beurt hebben die kunstenaars dan weer tijd om zich in het publieke debat te mengen, zoals De Groene Amsterdammer wenst in een beschouwing over het taboe van het politieke engagement onder de Nederlandse intelligentsia.

Dat sommige kunstenaars gelukkig nog van de wind kunnen leven blijkt uit het Groene-interview met schilder Mark Brusse (1937), die terugkijkt op zijn twintigste eeuw. In 1960 woonden Brusse en zijn vrienden in Parijs. Ze gingen er naar de vlooienmarkt, kochten een hoop oude rommel, plakten met lijm alles vast, en klaar was Kees: ,,Het was een totaal andere visie op kunst die natuurlijk wel paste bij het tijdsbeeld.'' Brusse lijkt ook al zo'n typische vertegenwoordiger van de `Hollandse calvinistische moraal': ,,Ik werk iedere dag. Ik heb geen weekend. Ik ga ook nooit op vakantie, want ik verveel me suf. Ik reis toch al veel voor mijn werk, dat houdt me alert.'' Gelukkig is schilderen iets anders dan postzegels bestuderen.

Elsevier richt zich deze week op de arbeidsmarkt. Banen liggen in Nederland voor het oprapen, maar het bedrijfsleven heeft grote moeite om nieuwe mensen te vinden, laat staan om hen binnen te houden als de fabriekspoort eenmaal gesloten is, want ze willen steeds hogerop. ,,De zeventjes zijn ook van harte welkom'', zegt een consultant. Misschien biedt dat uitkomst voor de ambtenaren die in het kielzog van de Bijlmer-enquêtecommissie op straat komen te staan, ook al denkt Vrij Nederland dat het er voorlopig niet van komt. Het weekblad illustreert dat aan de hand van het KLM-vliegtuig dat in 1957 bij Nieuw-Guinea neerstortte. Nu pas verbreekt een getuige het stilzwijgen: het ongeluk was het gevolg van overmatig drankgebruik en bravouregedrag van de gezagvoerder die `op een half oor' over een marinebasis wilde scheren. Ook hier was sprake van knullig politieonderzoek en verdwenen dossierstukken. De getuige was indertijd een spreekverbod opgelegd, ook al was hij nooit door de Rijksluchtvaartdienst gehoord. Kamerlid Van Gijzel heeft al om een nieuw onderzoek gevraagd. Of dit ergens toe leidt, is nog maar de vraag. VN vreest dat iedereen elkaar dekt: ,,De minister mag niets weten, maar moet idealiter ook weten wat hij niet mag weten, dan is hij het beste voorbereid op lastige vragen. Tegelijk moet hij niet teveel weten over wat hij niet mag weten, want anders zou hij naderhand door een ambtenaar die het spel niet meer wenst mee te spelen toch weer gecompromitteerd worden.'' De werkelijkheid heeft veel weg van Tsjechov, ook al hoor je de gedagvaarde burger tegenwoordig eerder roepen: ,,Het is hier Kafka.''