Trou moet blijcken

Heimwee

Het voorjaar was wat schuw en wispelturig

Dat duidt op levenskracht en goede zin,

De jeugd als ik die voorsta en bemin

Moet tegelijk verlegen zijn en vurig.

Maar bloemen zijn er al in overdaad

En in een zo verbijsterende schakering

Dat zelfs een kind kan zien hoe deze nering

Door dolle spilzucht moet te gronde gaan.

De dennen en de huizen op de helling

Zijn naar mijn smaak met overleg geplaatst

En als de baai dan nog het blauw weerkaatst

Vormt het geheel een vriendlijke bestelling,

Een paradijs zelfs, als de propagande

In woord en beeld zó agressief beweert,

Dat wie als ik een ander heil begeert,

Het liefst beschaamd zou zwijgen van die schande.

Maar als ik spreken moet als eerlijk man

Beken ik dat dit onvolprezen eden

Wat míj aangaat met toekomst en verleden

Finaal en integraal in 't niet verzinken kan

Met ál zijn tuinen, kapen, zeeën, einders,

Met mens en dier, de hele santekraam; –

Als ik ontsnappen mag door 't open raam

Naar Nederland, naar Amsterdam, naar Reinders.

J. Greshoff (1888-1971)

Wie precies weet wat heimwee is kent de heimwee niet. Hoe meer je er mee te maken krijgt hoe ongrijpbaarder het fenomeen wordt. Bij elke nieuwe aanval van heimwee krijgt het begrip er een betekenislaag bij. Op 't laatst valt de heimwee die je hebt aan niemand meer uit te leggen.

Het is niet vrolijk en het is niet verschrikkelijk, het is niet chronisch en het is niet acuut, het is niet lastig en het is niet gemakkelijk. En het is al helemaal niets daartussenin. Het is een gecompliceerde ervaring, opgebouwd uit alle eerdere ervaringen van heimwee. Bij elke nieuwe aanval wordt het moeilijker te begrijpen voor een ander en oninteressanter voor je zelf. Voor je zelf resteert van de wonden alleen de korst.

Verlang je nooit terug naar daar-en-daar? Het lijkt in het begin een eenvoudige vraag. Hoe langer je van huis bent, hoe vaker je van hier naar daar bent gegaan en van daar naar hier, hoe moeilijker het antwoord. Heimwee begint naar twee kanten te werken, heimwee naar het land van herkomst en heimwee naar het land van ballingschap. Heimwee kan zo dikwijls en zo stormachtig zijn opgestoken en weer gedoofd dat ze door herhaling betekenisloos is geworden, een routine-heimwee. Er kan, als je niet goed uitkijkt, iets van heimwee naar het heimwee zelf ontstaan. Wil je ergens zijn omdat je er juist niet bent of wil je ergens zijn omdat je er graag bent?

De vraag of iemand aan heimwee lijdt is geen vraag waar je met een simpel ja of nee op antwoordt. Heimwee kan een gril worden, een uiting van masochisme, een daad van chantage. Heimwee valt niet te scheiden van je andere stemmingen, van je karakterstructuur. Wie op het punt staat te vertrekken begrijpt heimwee. Wie zojuist is vertrokken begrijpt en kent heimwee. Wie een jaar in den vreemde woont begrijpt heimwee. Wie drie jaar in den vreemde woont begrijpt en kent heimwee. Wie vijftien jaar in den vreemde woont begrijpt helemaal niets meer van heimwee.

In het beste geval wordt heimwee een spel. De sentimentaliteit verdwijnt en het sarcasme dient zich aan. Je wordt iets van een heimwee-deskundige. Meewarig zie je neer op degenen voor wie heimwee iets is als verdriet, isolement en verlangen. Heimwee is geen zeuren en treuren, heimwee is vloeken en tieren.

De dichter van dit Heimwee geheten gedicht vertrok in 1939 uit Nederland en bleef tot zijn dood in 1971 een balling. Tweeëndertig jaar lang, in een tijd dat ver weg nog echt ver weg was. Kaapstad-Nederlands Indië-New York-

Kaapstad. Een beginneling in het heimwee zal het verlangen naar een café in zijn vaderland als een kinderachtige opwelling beschouwen en het schelden op zijn nieuwe vaderland als een verraad. Greshoff had er geen last van.

Hij is duidelijk van plan zijn omgeving een moment te haten. 'n Prachtig voorjaartje, jawel, net als de jeugd `zoals ik die voorsta en bemin', maar ook al met zó allemachtig veel bloemen –

Dat zelfs een kind kan zien hoe deze nering

Door dolle spilzucht moet te gronde gaan

– in het woord `nering' begint de afstandelijkheid door te klinken. Met elke zin groeit nu de minachting. De dennen en de huizen zijn `naar mijn smaak met overleg geplaatst'. En als de baai `dan nog' het blauw weerkaatst... Kortom, de huidige omgeving is – versterkte echo van `nering' – een `vriendlijke bestelling'.

Een paradijs zelfs –

– dat is dus de doodklap. Even refereert de dichter aan de schaamte die zo'n sarcastisch verraad bij beginnelingen in de heimwee zou moeten opwekken. Dan barst hij los –

Maar als ik spreken moet als eerlijk man

– dat wil zeggen, als ik het je rechtuit in je gezicht mag zeggen, dan kan dat hele onvolprezen Eden ontploffen, met elk levend wezen er bij, die hele benauwende gevangenis die mij weghoudt van Nederland, Amsterdam, Reinders. De smart en de dierbaarheid worden benadrukt door deze concentrische cirkels in een ander heelal: land, stad, café. Reinders was een bij de generatie Greshoff geliefd artiestencafé aan het Leidseplein.

Je moet je sporen als balling hebben verdiend om zo'n verschrikkelijk moment van heimwee neer te zetten. Onmogelijke vernietiging, onmogelijke droom. Heb met degene die deze verschrikking doorstaat mededogen. Ook niet langer dan een moment.