Ruzies tasten stabiliteit Macedonië aan

De Macedonische vorm van cohabitatie werkt niet. In Skopje woedt, kort na het aantreden van de centrum-rechtse regering van Ljubco Georgijevski, een knallende ruzie tussen zijn kabinet en president Kiro Gligorov.

Kiro Gligorov heeft de reputatie de slimste vos van de Balkan te zijn. De bijna 82-jarige ex-communist, president sinds de onafhankelijkheid, is er de afgelopen jaren met een combinatie van slimheid en voorzichtigheid in geslaagd de meest kwetsbare republiek van ex-Joegoslavië door een reeks stroomversnellingen te loodsen die elk op zich het voortbestaan van het land in gevaar brachten: de oorlogen in Kroatië en Bosnië, de Griekse boycot in combinatie met de internationale sancties tegen Joegoslavië, het conflict in Kosovo, de vijandschap van alle vier de buurlanden en de interne onrust rond de grote ontevreden Albanese minderheid. De Balkan explodeert keer op keer, maar in Macedonië bleef het rustig.

Nu evenwel is Macedonië het toneel van een felle ruzie tussen de bejaarde president en zijn jonge tegenpool, Ljubco Georgijevski, premier sinds zijn nationalistische partij in november de verkiezingen won en de ex-communisten afloste. Georgijevski, een halve eeuw jonger dan Gligorov, leidt een driepartijencoalitie waarin ook de belangrijkste partij van de Albanezen is vertegenwoordigd.

Dat de cohabitatie niet makkelijk zou worden stond bij voorbaat vast. Georgijevski is pas 32, maar bepaald geen onbeschreven blad - hij was al op zijn 25ste vice-president van Macedonië en leidde vervolgens jarenlang de oppositie, buitenparlementair, want aan de voorlaatste verkiezingen deed zijn partij niet mee. Al die tijd heeft hij Gligorov diens communistische verleden verweten en geijverd voor zijn aftreden. Jarenlang ook heeft hij nationalistische standpunten ingenomen die de vrede in gevaar brachten in de etnische smeltkroes die Macedonië is (met een grote Albanese minderheid, maar ook met aanzienlijke aantallen Turken, Roma, Vlachen, Serviërs en Bulgaren).

De ruzie brak uit nadat op 27 januari in Taipei de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Aleksandar Dimitrov, een akkoord ondertekende over de diplomatieke erkenning van Taiwan. Gligorov reageerde woedend. Aan de ondertekening was geen kabinetsbesluit voorafgegaan, het parlement was niet geïnformeerd en ook de president was buiten de zaak gelaten. Gligorov eiste het parlement te mogen toespreken, maar kreeg van de voorzitter daarvan een brief met magere uitvluchten.

De erkenning van Taiwan, zo betoogde Gligorov, was gezien de geheimhouding ,,een parachute-actie'' en zelfs ,,een eerste poging tot staatsgreep''. ,,Een schandelijke daad'', vond de president, die ,,alle burgers'' opriep te voorkomen dat Macedonië na de erkenning van Taiwan geen relaties heeft met een van de grootste landen ter wereld, China.

De erkenning van Taiwan - die haaks staat op Georgijevski's belofte bij zijn aantreden het buitenlands beleid niet drastisch te wijzigen - werd nog onverteerbaarder toen bleek dat het allemaal om geld draaide. Taiwan had de erkenning simpelweg gekocht voor de belofte, een miljard dollar (volgens sommige Macedonische media 1,6 miljard dollar) in Macedonië te investeren.

De ruzie liep zo hoog op dat begin deze maand het aftreden van de president werd verwacht. Maar dat bleef uit. Inmiddels heeft de Macedonische regering de erkenning van Taiwan formeel goedgekeurd - daarbij erkennend dat het allemaal een kwestie van geld is: ,,De [economische] situatie in Macedonië evolueert in de richting van destabilisatie met onvoorziene consequenties'', zo heette het in een communiqué, en dat is de reden waarom Skopje breekt met Peking en lucratieve banden aanknoopt met Taipei.

Inmiddels heeft Georgijevski ook de gram van minister Madeleine Albright moeten trotseren tijdens een bezoek aan Washington: daar is de erkenning van Taiwan in slechte aarde gevallen. Albright wees erop dat de woede van China, lid van de Veiligheidsraad, eind deze maand de verlenging van het mandaat van de VN-vredesmacht in Macedonië, Unpredep, in gevaar kan brengen. En die vredesmacht, bedoeld om het overslaan van het conflict in Kosovo te verhinderen, is cruciaal voor de stabiliteit van Macedonië. China heeft na een reeks van zeer felle protesten bij Skopje inmiddels laten weten een veto tegen een nieuw mandaat voor Unpredep te overwegen.

Een tweede ruzie tussen Gligorov en Georgijevski betrof begin deze maand de amnestie die de regering duizend gevangenen (onder wie ruim tweehonderd activisten van de Albanese minderheid) verleende. Gligorov weigerde de wet te ondertekenen omdat die strijdig zou zijn met de geest van de grondwet, maar het parlement maakte dat veto ongedaan door de wet nog een tweede keer aan te nemen. De amnestie is een stokpaardje van de radicale Albanezen in Georgijevski's regering: hun belangrijkste activisten kwamen op vrije voeten, onder wie de radicale burgemeesters van Gostivar en Tetovo, die tot lange gevangenisstraffen waren veroordeeld wegens het hijsen van de vlag van het buurland Albanië op hun stadhuis.

Met de amnestie houdt Georgijevski de Albanezen binnenboord. Maar de prijs was wel een nieuwe ruzie met Gligorov, de verpersoonlijking van de onafhankelijkheid van Macedonië.