Reorganisaties en lage olieprijs breken Shell op

Door de aanhoudend lage olieprijs en forse reorganisatiekosten is de nettowinst van koninklijke Olie/Shell het afgelopen jaar dramatisch gedaald. De nettowinst daalde met 95 procent van 7,8 miljard dollar tot 350 miljoen dollar (703 miljoen gulden). Het `schone' resultaat, zoals topman Van den Bergh dat vanochtend noemde, daalde met 36 procent van 8,0 miljard tot 5,1 miljard dollar.

Ook de omzet is het afgelopen jaar gedaald ten opzichte van 1997. De omzet, inclusief accijnzen en dergelijke, ging met 19 procent omlaag van 172 miljard dollar tot 138 miljard dollar. De Nederlands-Britse oliemaatschappij had het afgelopen jaar, net als alle concurrenten, last van de lage olieprijs. Was de gemiddelde prijs per vat ruwe olie in 1997 nog ruim 19 dollar en hield Shell in zijn scenario's rekening met een olieprijs van 14 dollar.

In de praktijk schommelde de prijs de afgelopen maanden rond de 10 dollar per vat. Shell verwacht ook geen prijsstijging voordat de huidige overtollige voorraden zijn verdwenen.

In het vierde kwartaal heeft Shell, zoals in december was aangekondigd, in één keer een bijzondere last genomen van 4,3 miljard dollar. Dat bedrag is gebruikt voor het afschrijven van te dure velden in de olieproductie, voor de waardevermindering van een aantal chemische complexen en voor afvloeingsregeling van personeel. Shell wil enige duizenden werknemers ontslaan.

Behalve de olieprijs speelden ook de Azië-crisis en de milde winter in Europa en de Verenigde Staten een grote rol. Het bedrijsresultaat daalde met 72 procent van 13,8 miljard tot 3,9 miljard dollar. De winst per aandeel voor de Koninklijke daalde van 4,47 tot 0,25 gulden.

De Koninklijke hield de dividend-uitkering op peil. Het voorgestelde dividend is gestegen van 3,00 gulden in 1997 tot 3,20 over 1998. ,,Een stijging die boven het niveau vande inflatie ligt'', zei Van den Bergh. ,,Dat is belangrijk voor onze aandeelhouders.''