Niet van de meubelboulevard

De stoelen van Gerrit Rietveld waren constructivistische meesterwerken, maar boden weinig zitcomfort. Zijn creaties waren dan ook niet bedoeld om lekker in onderuit te zakken, maar dienden als kapstok voor ideeën over lijnen, vlakken en kleuren. Rietveld koos natuurlijk niet voor niets de stoel als vehikel voor zijn ruimtelijke experimenten. Leesstoelen, kinderstoelen, rookstoelen, slaapbankjes en futons zijn aanwezig in vrijwel elk interieur, worden dagelijks gebruikt en zeggen iets over het karakter en activiteiten van de gebruiker. Men is waar men op zit.

Heel anders wordt de situatie wanneer stoelen uit de woon-, studeer- of eetkamer worden geplukt en een eigen leven gaan leiden als onderwerp van artistieke bespiegeling. Zitgerief en kleurencoördinatie ten opzichte van andere meubelstukken doen dan niet meer ter zake. Zelfs een hint naar de originele zitfunctie, zoals in het geval van Rietvelds stoelen die eigenlijk sculpturen waren maar zitten nog toelieten, ontbreekt volledig. Op de meubelstukken in de tentoonstelling Kunstige Stoelen in het Gorcums Museum kan niet worden gezeten; ze zijn er om bekeken te worden. De tentoongestelde stoelen van gehaakt touw, breekbaar, flinterdun geschept papier of geglazuurd keramiek behoren niet tot de familie van solide eikenhouten keukenstoelen, riante leren fauteuils en stoffen zetels die we kennen van meubelboulevards en Ikea-gidsen.

De stoelen, die hun rol van gebruiksvoorwerp hebben ingeruild voor die van kunstonderwerp, nodigen niet uit tot ontspanning van de beenspieren, maar tot inspanning van de denkspieren. Het met imitatiebont beklede stoelframe van Margriet Luyten bijvoorbeeld, dat op de affiche van de tentoonstelling prijkt, roept eerder de bevreemdende sensualiteit van de met bont beplakte kop en schotel van surrealiste Meret Oppenheim uit 1936 op dan de regels voor ergonomisch verantwoord zitcomfort zoals voorgeschreven door keuringsartsen.

Alledaagser zijn de meer naturalistische weergaves van stoelen in de tentoongestelde tekeningen en schilderijen. In de schilderijen van Ton Kraayeveld wordt de stoel omringd door een bank, een bed en een tafel, daarmee zijn onderdanige rol als onderdeel van het meubilair onderstrepend. De vier aangezichten van een keukenstoel die Saskia van Broekhoven de kijker voorhoudt, lijken op het eerste gezicht dat beeld te bevestigen. Tot zich bij nadere beschouwing de vergelijking met politieportretten van criminelen opdringt. Het enige dat mist is een bordje met de naam en het registratienummer van de net gearresteerde delinquent. Het blijft gissen naar de aard van de misdaad; een te hard zitvlak? Of was het een weerbarstige schroef in de rugleuning?

In de stripachtige etsen van Peter Holstein wordt de verpersoonlijking van de stoel nog een stap verder gevoerd. In Demokratiese verwikkelingen zweren twee ordinair houten stoelen samen tegen een hooghartig salonzitje van rood fluweel. In een andere ets is te zien hoe de verheffing van de proletariërs onder de zitmeubelen leidt tot de Dictatuur der stoelen. Gegroepeerd in een rommelige kring beraden zes plompe exemplaren zich op een toekomst waarin zij de dienst uitmaken in het huiskameruniversum.

De titel van een andere ets, Blijft een stoel die omvalt een stoel?, stelt de vraag naar de grenzen van het `stoel-zijn' die zich onherroepelijk aan de bezoeker van deze diverse en ongewone tentoonstelling opdringt. Een kamerscherm gevormd naar het silhouet van een stoel of zittingloze klapstoelen die lijken op muziekstandaards of schildersezels weerspiegelen de vorm van de stoel, maar verbinden die aan een geheel andere functie.

Pieter Engels onderzocht de aard van drie stoelen door ze in stukken te zagen en ze door middel van scharnieren weer in elkaar te zetten. De gereconstrueerde stoelen lijken op, door grove fabrieksfouten onbruikbaar geworden, vouwfietsen. Ze hebben leuningen die naar buiten buigen, een zitvlak dat in tweeën is gescheurd of zakken amechtig door hun poten. Ook Woody van Amen heeft stoelen uit elkaar gehaald en opnieuw opgebouwd. Onderdelen van zetels, krukjes en parkbankjes worden gecombineerd met een hark, elektrische kabels en gaas om samen een kolossale elektrische stoel te vormen. De felgekleurde nep-bloemen op de treeplank onderstrepen het monsterlijke karakter van deze travestie van oorspronkelijke functies.

In sommige werken gaat de transformatie van de stoel zover dat het origineel dat model stond niet meer te herkennen is. In de schuin tegen de muur geplaatste installatie van aluminium buizen en licht van Marius van der Made is nog wel een archetypische stoel te herkennen. Maar van het ernaast opgestelde wandreliëf en wandpaneel weet men slechts dat het hier stoelen of delen van stoelen betreft omdat men de vorige, herkenbare vorm heeft gezien. Thijs van Kimmenades langgerekte sculpturen van zwartgelakt staal lijken meer op glad gestreken versies van Alberto Giacometti's beelden van stakerige mannen en vrouwen dan op stoelen. Op het platte vlak slaagt hij erin de stoel helemaal te reduceren tot abstract idee. In Green Chair schilderde hij de woorden Green en Chair in respectievelijk geel en blauw op een voor de rest leeg doek. Het is aan de kijker de woorden en kleuren te mengen tot een denkbeeldige groene stoel.

Expositie `Kunstige stoelen'. T/m 18 apr in het Gorcums Museum, Grote Markt 17, Gorinchem. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Inl 0183-632821.