Marxistisch snelrecht in de Colombiaanse jungle

Een gebied groter dan Nederland werd drie maanden officieel overgedragen aan de linkse guerrilla in Colombia. Bericht uit guerrilla-land.

Boven haar hoofd hangt een foto van Lenin met een poes in zijn armen. Met roodgestifte lippen zit de guerrillastrijdster aan het bureau. Een machete op haar ene heup, en een pistool op de andere. Zo hoort ze de klachten en wensen aan van de bevolking die in een lange rij op hun beurt wachten. Spraakzaam zijn ze niet, de boeren uit het jungledorp San Vicente del Caguán. Maar met de guerrilla wordt zaken gedaan.

Een burenruzie, een geschil over land, de verkoopprijs van een koe. Zelfs overspel blijkt het `werkterrein' van de guerrillastrijdster te zijn. In de raadszaal van het vervallen gemeentehuis spreekt ze recht: ze legt boetes op, die vervolgens door de compañeros worden geïnd.

Gemeentesecrestaris Hugo Hernández (48) is met zijn computer naar een uithoek van het zaaltje verdreven. Naast hem een gewapende tiener die gezellig meebabbelt. ,,Die vraag moet u met onze woordvoerder bespreken'', interrumpeert de jongeman ons gesprek. Hernández kijkt hem bestraffend aan. Hij waarschuwt de jongen dat de gemeente iets anders is dan de guerrilla. De jongen wordt rood, frummelt aan zijn machinegeweer en stamelt excuus.

,,Maar we zijn echt blij als dat de regering ons nog drie maanden met de guerrilla geeft'', zegt de gemeentesecretaris wanneer de jongen buiten gehoorafstand is. Hernández is net terug van een mars door het dorp. Zwijgend liepen de inwoners door de gloeiende straten om te eisen dat de vredesonderhandelingen in San Vicente worden hervat en dat de regering het gebied nog eens drie maanden in handen laat van de FARC (Revolutionaire Gewapende Strijdkrachten van Colombia).

De gezichten van de mensen waren niet te ontcijferen. Was deze mars nu gedecreteerd door de guerrilla? Willen de boeren van dit dorp echt geregeerd worden door de FARC? Elk gezicht filmend liep een guerrillastrijder mee met de stoet. `Voor ons archief', verklaarde de camaraman. De mensen keken naar hun tenen en naar de gesloten winkels. Uiteindelijk leek de mars meer een begrafenisstoet dan een demonstratie. Er werd niet gepraat, niet geroepen; alleen de geur van stof, zweet en angst.

,,Natuurlijk zijn de mensen bang'', zegt secretaris Hernández. ,,Iedereen vreest dat er repressailles van de paramilitaire doodseskaders komen.'' De komst van de guerrilla in San Vicente, drie maanden geleden, was geen beslissing van de bevolking of van het gemeentebestuur. De terugtrekking van het regeringsleger uit een groot gebied van de Colombiaanse Amazone was een voorwaarde van de FARC voor vredesbesprekingen die president Pastrana wenste. De gesprekken zouden gevoerd worden in San Vicente.

Tot dusver hebben de besprekingen twee weken geduurd. Vlak voor de aardbeving in het koffiegebied, veertien dagen geleden, werden ze door de FARC afgebroken: de regering moest eerst de rechtse paramilitairen maar eens aanpakken. In de korte tijd dat de gesprekken duurden, hadden doodseskaders elders in Colombia meer dan 150 boeren, vrouwen en kinderen afgemaakt. ,,Iedereen kent de logica van de paramilitairen'', zegt secretaris Hernández. ,,Wie contact heeft met de guerrilla krijgt de kogel.'' Hij kijkt naar de lange rij zwetende mensen voor het bureau van de guerrillastrijdster. ,,En wie heeft hier nu géén contact?''

Sinds drie maanden lopen mannen en vrouwen van de FARC vrijelijk door het dorp. Ze kletsen met de bevolking, op straathoeken, in bars, soms zelfs áchter de bar – zoals die ene stevige guerrillero die in `Sorbetería San Vicente' ijsjes serveert. Zwaaiend met zijn serveeerblad, en een grote grijns boven zijn uniform bedient hij de giechelende meisjes uit het dorp.

,,Eerst was ik bang voor de guerrilla'', vertelt een veeboer in de Sorbetería. Er gingen geruchten over landonteigeningen, executies, en nog erger: een drank- en prostitutieverbod. Maar eerlijk is eerlijk, zegt de boer. ,,Sinds de guerrilla hier binnentrok, is het een stuk rustiger.'' Er wordt minder gemoord. Zeven doden per week waren normaal. In de drie maanden dat de guerrilla de baas is, zijn er nog maar vier boeren vermoord. Door wie, dat blijft een vraag.

,,Het gaat fantastisch met de openbare orde'', zegt ook gemeentesecretaris Hernández. Dan onstaat er voor het bureau van de guerrillastrijdster rumoer. Een oude vrouw begint te schreeuwen: ,,Nunca. (nooit) Dat betaal ik nooit!'' Gewapende mannen snellen toe. Ze voeren de vrouw met zachte drang af. De guerrillastrijdster achter haar bureau gaat onverstoorbaar verder met haar taak. Noemt Hernández dit nu `samenwerking'? Is dit de autonomie van het gemeentebestuur respecteren, zoals afgesproken? ,,Nee', weifelt Hernández. ,,Eigenlijk is dit illegale wetsuitoefening.''

Nu mengde de FARC zich al langer in de aangelegenheden van San Vicente, zegt Omar Tellez (63). ,,Het enige verschil is dat de mensen nu niet meer naar het bos hoeven om de hulp van de guerrilla in te roepen.'' Tellez werkt voor ontwikkelingsprojecten van de kerk voor het vervangen van cocaplanten door andere gewassen. Vanuit zijn kantoor kijkt hij over het dorpsplein. Hij zwaait naar Don Camilo, een ex-priester die als een machine revolutionaire teksten pleegt op te dreunen. ,,Druiloor'', mompelt Tellez. Al maanden praat hij met de FARC over zijn projecten. ,,Maar het woord samenwerken kennen ze niet.''

Een opgewonden standje is Don Camilo inderdaad. Vijftien jaar geleden ging de priester bij de guerrilla omdat hij in zijn parochie met de dood werd bedreigd. ,,Wapens zijn de beste bescherming van de mens'', zegt hij. Als je als kritisch Colombiaan niet bij de guerrilla gaat, ben je volgens Don Camilo gek of een zelfmoordenaar. ,,Die mensenrechtentypes sterven als vliegen. Ik niet.''

Hoodschuddend staat Omar Tellez voor zijn raam. Nog geen uur geleden liet de FARC op hetzelfde plein zeven mannen vrij. Ze werden ervan verdacht verklikkers te zijn. Tien dagen zaten ze vastgebonden aan een boom. ,,Dit land heeft geen burgers'', zegt Tellez. ,,Alleen gewapenden en slachtoffers. Zo gaat dat al eeuwen, zo gaat ook deze eeuw weer voorbij.''