Internationale

In het pand Rue Montmartre nummer 16 zijn ze aan het verbouwen. Het rolluik staat half omhoog, er is net een marmeren vloer gelegd, de radio schalt, arbeiders zijn achterin met de wanden bezig, rechts vooraan glimt het koper van een brandnieuwe bar. Het wordt hier allemaal snel, rijk en glanzend, verzekeren de jongens me, en over een maand zijn ze open. Ik controleer de nummers nog eens. Dit moet inderdaad de plaats zijn waar op vrijdag 31 juli 1914 om tien over half tien 's avonds de Socialistische Internationale werd vermoord.

De socialisten hadden decennia lang gewerkt onder het motto `Proletariërs aller landen, verenigt u!'. Altijd hoorde het pacifisme vanzelfsprekend bij hun idealen. En nu dreigden de Franse, Duitse, Engelse, Oostenrijkse en Russische arbeiders toch meegesleept te worden in de nationale oorlogsdrift van hun regeringen. Niet alleen keizerrijken en koninkrijken zouden bezwijken, maar ook de Socialistische Internationale. Een van de weinigen die deze ramp in zijn volle omvang voorzag was de Franse socialistenleider Jaurès. Hij schreef het ene artikel na het andere, probeerde inderhaast nog een internationaal congres voor te bereiden, een vredesmanifest als laatste kans? Toen hij met een paar vrienden een glas dronk in Café du Croissant op nummer 16 werd hij door een jonge nationalist met twee schoten vermoord.

Voor de Europese socialisten was dit het tweede Sarajevo. Het gebeurde op het hoekje bij het raam, op de versgelegde marmeren tegels, vlak voor de glanzende stangen van de nieuwe bar, maar wie wil dat nog weten?