`Hiaten in studies naar joods tegoed'

Joodse organisaties willen dat de Nederlandse regering aanvullend onderzoek laat doen naar de tegoeden van joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. De onderzoeken van de commissies Kordes (archieven) en Scholten (financiële instellingen) vertonen volgens hen belangrijke hiaten.

Dit blijkt uit een `interimreactie' op beide studies, die het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft verzonden naar de Tweede Kamer. De commissie-Scholten publiceert pas medio dit jaar haar eindrapport, waarna de commissie-Van Kemenade (Zwitsers goud) een soort overkoepelend onderzoek afsluit. ,,We komen nu al met een reactie, zodat onze opmerkingen meegenomen kunnen worden'', zegt CJO-secretaris J. Sanders.

Het CJO wil dat er meer onderzoek wordt gedaan naar joodse bedrijven, waarvoor na de oorlog nauwelijks schadevergoedingen zijn betaald. Verder moet er worden gekeken naar hypotheken en onroerend goed. Ook spullen die in de oorlog zijn geroofd, maar niet naar Duitsland zijn afgevoerd, moeten in de speurtocht worden betrokken. ,,De gehouden onderzoeken zijn niet toereikend om een voldoende onderbouwd oordeel te kunnen vellen over de restitutie van joods bezit'', aldus het CJO.

Het CJO is vooral kritisch over de commissie-Scholten (over met name banken, hypotheken, auteursrechten en octrooien). Weinig banken gaven antwoord op de vragen van Scholten en de weigerachtige banken moeten volgens het CJO dan ook tot ,,medewerking gedwongen worden''. Ook het met de banken gesloten ,,herenakkoord'', waarbij de banken meewerkten op voorwaarde ongenoemd te blijven, steekt het CJO omdat het onderzoek zo niet controleerbaar is.