Fietsleunen

Vanuit de verte zag ik hem al. Ik liep op de Waaldijk bij Beneden Leeuwen. Verderop werd gebaggerd en daar stond hij naar te kijken. Een elleboog op het stuur, de andere op het zadel, de rug tegen de stang, de zondagse gele klompen wijdbeens, een grijs pak en zo'n korte grijze winterjas, op de verweerde kop een grijze pet. Uit de linkermondhoek stak schuin een bolknak. Fiets en man vormden een gelijkzijdige driehoek.

Zo zag je ze veel vroeger, mannen die naar werk staan te kijken en dan vaak in die klassieke houding leunend tegen een fiets, urenlang mijmerend over de tijd dat ze zelf in de klei stonden te wroeten, maar die tijd is voorgoed voorbij.

Je ziet ze steeds minder deze mannen, de meeste kans maak je bij een bouwput en dan liefst eentje waar geheid wordt.

Nog zeldzamer dan het grote leunen is het vanaf de achterkant opstappen op de fiets. Misschien is het zelfs al geheel uitgestorven. Het zal zo'n dertig jaar geleden zijn dat ik de laatste achterstijger in actie zag.

Een herenfiets wordt meestal beklommen door een been over het zadel te zwaaien. Bij een damesrijwiel kan dat been binnendoor gestoken worden. Bij de techniek die ik bedoel is er op de naaf van het achterwiel een voetsteun gemonteerd. De fietser ging recht achter de fiets staan, voorovergebogen met twee handen aan het stuur waarna hij zijn voet op het steuntje zette en vervolgens van achteren het stalen ros besteeg.

Als kind heb ik in de jaren vijftig en zestig vol bewondering staan kijken naar deze fietsacrobatiek die in mijn dorp voornamelijk beoefend werd door stramme oude mannen die niet meer de lenigheid hadden hun been over het zadel te zwaaien.

In diezelfde jaren werd door de fietser bij het afslaan nog een hand uitgestoken om de richting aan te geven. Dat gebeurt nog wel maar niet meer zo algemeen.

Wat destijds nog regelmatig kon worden waargenomen en nu zeker niet meer, was het verschijnsel dat de fietser die een kruispunt wilde oversteken dit aangaf door ééen hand recht vooruit te steken tot het moment dat hij of zij veilig aan de overkant was geraakt. Ook mijn grootmoeder, oepoe Geerdiek, die zich tot op hoge leeftijd per rijwiel verplaatste, nam op deze manier haar kruispunten.

    • Gerrit Kolthof