EU wil oplossing over hormoonvlees

De Europese Commissie zoekt naar een oplossing met de Verenigde Staten over het Europese invoerverbod op hormonenvlees, omdat het wetenschappelijk bewijs voor de schadelijkheid van dit vlees niet op tijd kan worden geleverd. Een tijdelijke verlenging van het importverbod kost de EU geld in de vorm van compensatiebetalingen.

Europees commissaris Leon Brittan (Handel en Buitenlandse Betrekkingen) wil zo snel mogelijk met de VS praten over tijdelijke maatregelen.

De Amerikaanse ambassadeur bij de EU, A. Vernon Weaver, zei gisteren, dat zijn land over verlenging van het Europese invoerverbod wil praten, als de EU zich maar aan de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) houdt. Dat zou betekenen dat de EU compensaties zou moeten betalen. Over de hoogte van die compensaties moet bij de WTO onderhandeld worden. De Commissie wil vermijden dat het zelf een standpunt moet innemen over de manier waarop een nieuw handelsconflict met de VS kan worden voorkomen over het vlees van dieren die zijn behandeld met groeihormonen. Daarom heeft zij de EU-lidstaten en het Europees Parlement drie opties gepresenteerd.

De eerste is dat Amerika en andere landen zoals Canada akkoord gaan met compensatie voor geleden schade. Een andere mogelijkheid is verlenging van het verbod op grond van aanwijzingen dat het vlees met hormonen schadelijk voor de volksgezondheid is. Ook kan het vlees voorlopig op de Europese markt toegelaten worden onder voorwaarde dat de consument door middel van etiketten duidelijk wordt gewaarschuwd dat groeihormonen zijn gebruikt.

De Commissie verwacht dat het tijdelijk verbod op grond van de volksgezondheid niet voor de VS zal worden aanvaard. De oplossing met de etiketten heeft het bezwaar dat er moeilijk een tekst gevonden kan worden die voor de VS aanvaardbaar is.

Al tien jaar verbiedt de EU de invoer van vlees met groeihormonen, omdat dit schadelijk zou zijn voor de volksgezondheid. De WTO oordeelde vorig jaar februari dat de EU hiervoor geen wetenschappelijke bewijzen had. Daarom werd de EU verplicht het invoerverbod op te heffen. Daarop verzocht de EU een tijdelijke verlenging van het invoerverbod van twee jaar om in die tijd alsnog wetenschappelijke bewijzen te kunnen vinden voor de stelling dat vlees met hormonen schadelijk is.

De WTO gunde de EU vervolgens vijftien maanden tijd voor dat onderzoek. Die termijn loopt af op 13 mei. Volgens een woordvoerder van Europees commissaris Brittan zullen er op die datum echter zeker nog geen definitieve onderzoeksresultaten zijn. Als de EU zonder aan de WTO-regels te voldoen het invoerverbod na die datum handhaaft, kunnen de VS toestemming krijgen sancties te nemen.

De Europese Commissie heeft de verantwoordelijkheid voor wat er moet gebeuren geheel naar de lidstaten en het Europees Parlement geschoven, omdat het onderwerp uiterst gevoelig is. De Commissie is bij de crisis over de gekke koeienziekte (BSE) door het parlement is beschuldigd onvoldoende oog te hebben gehad voor de belangen van consumenten.

AMBASSADEUR: pagina 21