Eer voor schilder met de Spaanse geest

Het museum Thyssen-Bornemisza in Madrid eert de Spaanse nationale schilder van Griekse afkomst El Greco met een grote expositie. ,,We weten nu veel meer van zijn vroegere periodes dan twintig jaar geleden,'' zegt conservator Llorens.

In de grote hal van het Madrileense Museum Thyssen-Bornemisza hangt de grootste mislukking van Domenikos Theotokopoulos, alias El Greco, prominent aan de muur te pronken. Met Het martelaarschap van Sint Mauritius (1580-1582) had de schilder zich in een klap toegang willen verschaffen als decorateur van het Escorial. Maar de zaken pakten anders uit: Filips de Tweede vond het schilderij, een lap van vier en een half bij drie meter waar hij nota bene 800 dukaten voor had neergeteld, maar niks en gaf het snel cadeau aan de kerk. Die moest er maar een mooi plaatsje voor zoeken. Tegenwoordig geldt het als een onmisbare schakel in de artistieke ontwikkeling van de kunstenaar.

Met een uitzonderlijk breed opgezette overzichtstentoonstelling eert het Thyssen-Bornemisza El Greco, de schilder bij uitstek die met de Spaanse geest wordt geïdentificeerd, maar anderzijds van meet af aan omringd is geweest met twist en controverse. In samenwerking met het Prado-museum en musea in Italië en Griekenland zijn in totaal 78 kunstwerken bijeengebracht, zeventig van de schilder zelf, acht van de Kretenzer kunstenaars tussen wie hij opgroeide.

In tegenstelling tot het gebruikelijke Spaanse beeld van de schilder, die het grootste deel van zijn artistieke leven doorbracht in Toledo, wordt dit maal ruime aandacht besteedt aan zijn jeugd op Kreta en zijn studietijd in Italië.

,,We weten nu veel meer van zijn vroegere periodes dan twintig jaar geleden'', zo verklaart conservator Tomàs Llorens de opzet van de tentoonstelling. ,,We willen de nadruk leggen op de diversiteit en de ontwikkeling die El Greco heeft doorgemaakt.''

De tentoonstelling, de grootste die ooit aan het werk van El Greco is gewijd, volgt de route die de kunstenaar ooit maakte in omgekeerde richting: na Madrid zullen achtereenvolgens Rome en Athene worden aangedaan. Het Thyssen-Bornemisza is er in geslaagd een aantal schilderijen bijeen te brengen die zelden of nooit zijn uitgeleend. Uit de periode dat El Greco nog op Kreta verbleef, zijn behalve een aantal eigen werken ook enkele schilderijen te zien van zijn leermeesters in de Byzantijnse iconografie. Daarbij hoort ondermeer een klein maar indrukwekkend triptiek van Georgios Klontzas met een voorstelling van het laatste oordeel waarin een aantal thema's en afbeeldingen later rechtstreeks in het werk van El Greco terugkomen. Zoals in het beroemde Triptiek van Modena uit de Italiaanse periode van de schilder, dat eveneens op de tentoonstelling valt te bezichtigen. Met de sterke stijlinvloeden uit zijn Byzantijnse periode gelden de op hout geschilderde bijbelvoorstellingen als kenmerkend voor de overgang in stijl die El Greco in Italië doormaakte.

Met Het martelaarschap van Sint Mauritius is het Thyssen-museum er tevens in geslaagd een ander sleutelstuk in de artistieke ontwikkeling van El Greco voor de tentoonstelling te winnen. Het is voor het eerst dat het Escorial, waar het stuk uiteindelijk toch terecht is gekomen, het werkstuk uitleent. Nog zichtbaar beïnvloed door het maniërisme van zijn Italiaanse periode, is al duidelijk de eigen, provocerende stijl te zien die El Greco later in extremo zou doorvoeren.

Dat Filips de Tweede er weinig door gecharmeerd was, is volgens conservator Llorens daarom wel begrijpelijk. Op zichzelf was de legende van Mauritius een dankbaar thema: de leider van het christelijke legioen overtuigt zijn soldaten te kiezen voor de marteldood in plaats van te voldoen aan heidense dierenoffers. De verwijzing naar Filips' heilige oorlog tegen de ketters in de Lage Landen lag er dik bovenop, al was het alleen maar dat de heilige in kwestie sterke overeenkomst vertoonde met de koning en zijn soldaten moderne wapenuitrustingen droegen. Maar ondanks de fraaie allegorie bliefden de vorst en zijn raadgevers toch liever een werk van conventionelere snit. ,,Het thema was duidelijk van de contrareformatie, de stijl niet'', aldus Llorens.

De afwijzing van Het martelaarschap van Sint Mauritius was slechts het begin van een lange controverse rond de kunstenaar, waarvan de bijbehorende catalogus een amusant beeld schetst. Geëerd, na zijn dood in vergetelheid geraakt, in de vorige eeuw herontdekt en vervolgens geannexeerd door een bonte stoet van wisselende exegeten: met zijn specifieke stijl wist El Greco zowel fascinatie als afschuw op te wekken. Schilders als Cézanne en Delacroix lieten zich door de Griek inspireren. Negentiende-eeuwse romantici uit Europa plaatsten de schilder in hun beeld van het exotische Spanje. In Spanje zelf werd El Greco door reactionaire bewegingen in de armen gesloten als ultieme vertegenwoordiger van de Spaanse geest. Anderen zagen in hem eerder een byzantijnse mysticus. De laatste studies schetsen El Greco eerder als een rationalist, die slechts handig inspeelde op de thematiek die de markt van hem vroeg.

De persoon van El Greco blijft ondanks de uitgebreide overzichtstentoonstelling ook nu nog nevelachtig. Het tentoongestelde Portret van een oudere Heer, dat wordt gezien als een mogelijk zelfportret, toont een kalende man met een tanig gezicht waarin twee opmerkelijk grote ogen de toeschouwer tamelijk flegmatiek aanstaren. Geen spoor van paranoia, algehele gekte of overmatig hasj-gebruik, zoals wilde theorieën uit het verleden luidden ter verklaring van het gebruik van de koude kleuren, de merkwaardige lichtval en perspectief en de dunne langgerekte figuren.

Aardig was ook de bewering van een Portugese oogdokter in 1912, die de specifieke stijl van El Greco verklaarde uit een astigmatische oogafwijking. Nee, dat met die ogen is een hardnekkig misverstand, meent conservator Llorens. Volgens de laatste opvattingen menen zowel kunsthistorici als gerenomeerde oogspecialisten dat er in ieder geval niets mis was met het gezichtsvermogen van El Greco.

`El Greco, Identidad y transformación.' Museum Thyssen-Bornemisza, Paseo del Prado 8, Madrid. Aldaar t/m 16 mei. Toegang 500 peseta's (3 euro). Van 2 juni t/m 19 september in het Palazzo delle Esposizioni, Rome. Van 18 oktober t/m 17 januari 2000 in het Nationale Museum van Athene.

    • Steven Adolf