Een vredelievend volk?

Wij Nederlanders hebben een tamelijk hoge dunk van ons zelf. Dit geldt zowel voor de jeugd als voor de volwassenen. Wij prijzen onze tolerantie en verdraagzaamheid. Wij beschouwen ons als pro-Europees, internationalistisch en solidair met de armen. Wij cultiveren, kortom, een perfecte vorm van moreel nationalisme. In dit zelfbeeld past ook de overtuiging dat wij een vredelievend volk zijn, wars van chauvinisme en militarisme. Die eigenschappen associëren wij met de grote mogendheden van vroeger en nu. Zo zullen er heel wat mensen zijn die de Fransen met hun monumenten en parades, hun Vreemdelingenlegioen en force de frappe, Arc de Triomphe en Invalides als een tamelijk militaristisch volk beschouwen. Om van de Duitsers maar te zwijgen.

De Belgen daarentegen beschouwen wij niet als oorlogszuchtiger of krijgshaftiger dan onszelf. Integendeel zelfs, denk ik. Wij hebben de Tiendaagse Veldtocht tegen hen dan wel niet gewonnen, maar erg onder de indruk van de Belgische martiale kwaliteiten zijn wij nu ook weer niet geraakt. Toch beschouwden de Belgische nationalisten al in de achttiende eeuw, dus nog vóór er zelfs maar een Belgische staat bestond, moed en strijdlust als historische eigenschappen van het Belgische volk. Zij beriepen zich hierbij op niemand minder dan Julius Caesar, die geschreven heeft dat van alle volken van Gallië de Belgen de dappersten waren (`horum omnium fortissimi sunt Belgae'). Niet alleen achttiende-eeuwse auteurs beriepen zich gaarne op Caesar, ook de Belgische koning Albert citeerde deze woorden in zijn proclamatie aan het leger op 5 augustus 1914, een dag na de Duitse inval. En inderdaad hebben de Belgen in die oorlog dapper gevochten.

Maar hoe zit het nu met Nederland? In hoeverre strookt ons zelfbeeld met de werkelijkheid? Een martiaal volk zijn wij inderdaad niet. Militarisme is ons vreemd. Militairen staan bij ons niet hoog in aanzien, al worden de officieren en vooral de opperofficieren wel goed betaald. De dienstplicht werd door vrijwel iedereen als een hoogst onaangename verplichting beschouwd. `Mourir pour la patrie' is geen leuze die ons aanspreekt. Zelfs beroepsmilitairen op humanitaire missies hebben de naam meer geïnteresseerd te zijn in hun eigen veiligheid dan in die van de door hen te beschermen personen. Hoe moeten wij dit verklaren? Een reden voor ons gebrek aan strijdlust die wel eens genoemd wordt, is onze geringe gezinsgrootte. De Ieren, zo luidt de redenering, hebben grotere gezinnen en aan een boom zo vol geladen mist men één, twee pruimpjes niet. Dit argument vind ik niet erg overtuigend. De vruchtbaarheid van de Ierse vrouw is inderdaad hoger dan die van de Nederlandse. Maar er zijn gemiddeld slechts drie kinderen per gezin en dat komt dus neer op anderhalve zoon. Geen reden tot onverschilligheid, lijkt mij.

Een andere verklaring is de door de welvaartsstaat geschapen gemakzucht. Dat kan een factor zijn. Maar er is meer aan de hand, want ook vóór de grote na-oorlogse welvaart en het hedendaagse hedonisme ontstonden, beschouwden wij onszelf al als een vredelievend volk. De Nederlandse mentaliteit was eerder pacifistisch dan militaristisch en onze buitenlandse politiek was gericht op het handhaven van de neutraliteit en de bevordering van een internationale rechtsorde, waarin het recht en niet de macht zou heersen op aard. Anderzijds voerden wij in het laatste kwart van de negentiende eeuw een van de grootste koloniale oorlogen uit de geschiedenis, de Atjeh-oorlog, die een half miljoen slachtoffers eiste. En die oorlog was niet de enige. Er was eerder ook al de Java-oorlog geweest en de Lombok-expeditie en nog veel meer. Na de Tweede Wereldoorlog voerden wij een grote dekolonisatie-oorlog, die enkele jaren duurde en aan beide zijden tot het verlies van veel mensenlevens leidde. Maar de meeste oorlogen voerden wij toch in Europa. Iedereen herinnert zich de Tweede Wereldoorlog, waarin wij tegen Duitsland en Japan vochten. Bekend is natuurlijk ook de episode van de Belgische opstand, waarin wij onder andere de Tiendaagse Veldtocht voerden en Van Speyck onder het motto `Dan liever de lucht in' zichzelf en zijn schip opblies.

Het grootste aantal oorlogen stamt echter uit de tijd dat Nederland een grote mogendheid was en uit de jaren daarvóór, toen ons volk streed voor zijn onafhankelijkheid. Eerst was er de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. Daarna werden wij een zelfstandige natie en ging het erom dat te blijven en rijk te worden. Wij voerden met deze oogmerken vele oorlogen, waaronder vier met de Engelsen, die in totaal veertien jaar duurden. Dat was echter nog niets vergeleken bij de oorlogen met Frankrijk. Alles tezamen zijn wij achtentwintig jaar in oorlog met Frankrijk geweest en als je de Oostenrijkse Successieoorlog meetelt zelfs drieëndertig jaar. En dan is er ook nog de Franse oorlogsverklaring in 1793, gevolgd door de Franse inval in 1795 en achttien jaar Franse bezetting en inlijving. Daarna was er weer de Franse interventie tijdens onze oorlog met de Belgen in 1830. Wanneer zijn wij eigenlijk niet in oorlog geweest met Frankrijk?

Er waren overigens nog wel meer tegenstanders. De Portugezen bijvoorbeeld, die wij bevochten in Azië, Afrika en Amerika en meestal met succes. In 1645 steunden wij de Zweden en bevochten de Denen en tien jaar later deden wij het omgekeerde. Het doel was overigens hetzelfde: het openhouden van de Sont, die voor onze Oostzeehandel van levensbelang was. In 1672, het Rampjaar, waren wij tegelijkertijd in oorlog met Frankrijk, Engeland en twee Duitse vorsten, de bisschoppen van Münster en Keulen. Van de vijftien landen van de huidige Europese Unie hebben wij met meer dan de helft oorlog gevoerd, waaronder alle grote: Frankrijk, Duitsland en Engeland, maar ook Spanje, Portugal, Zweden, Denemarken en België. Bovendien moeten wij bedenken dat Oostenrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog een onderdeel van het Duitse rijk was en Italië een bondgenoot daarvan. Met die landen waren wij dus ook in oorlog. En wat Finland en Ierland betreft, die vielen vroeger respectievelijk onder Zweden en Engeland en tellen in deze berekeningen dus niet mee.

Van de landen van de huidige Europese Unie blijven er dan slechts twee over waarmee wij niet in oorlog geweest zijn. Het eerste is Luxemburg, maar dat land was geruime tijd met het onze verenigd in een personele unie. Het andere land is Griekenland. Ik kan mij althans geen oorlog met de Grieken herinneren. Maar dat is dan ook de enige uitzondering. Een eigenaardige balans voor een vredelievende natie!