Een kwestie van rechtvaardigheid

`Die nieuwe goot heb je zelf betaald? Dat meen je niet. Met een goed verhaal had je de verzekering die schade toch moeiteloos kunnen laten dekken?'

`De relatietherapeut betaal je wit? De pianostemmer ook? Jij weet zeker niet wat je met al je geld moet beginnen.'

`Ik dacht dat jij zo goed met cijfers was. Waarom betaal je dan zo idioot veel belasting?'

Wordt u ook steeds bestookt met dit soort ongevraagde adviezen? Of heeft u ze niet nodig? Flest u de verzekering en de fiscus al op eigen initiatief? Terwijl u moord en brand schreeuwt over het misbruik van sociale voorzieningen?

Nederland is het land van de brave burgers. Van de burgers die zichzelf graag zien als braaf. Als zij toch de hand lichten met de regels of schaamteloos de leemtes in de wet benutten, doen ze net of deze vorm van witteboordencriminaliteit normaal is en sociaal aanvaardbaar. Ze stellen hun malafide gedrag zelfs als voorbeeld. Ze schamperen over de dwazen die `roomser dan de paus zijn'. In een gekke wereld is een normaal mens de gek.

Bernard Gerritsen, anatoom, en René van Elburg, gepensioneerd directeur/eigenaar van een drukkerij, zijn van die dwazen. Ze zijn allebei kleine beleggers. Ze dragen allebei grijze colbertjes. Tot zover nog niks aan de hand. Waarin ze zich van de meeste andere Nederlandse aandeelhouders onderscheiden, is dat ze zich liever druk maken over armoe en verrijking dan over de beursindex en dividenden. Op de conferentie Gelijker=Rijker die het arbeidspastoraat DISK en de Raad van Kerken in de Amsterdamse Rode Hoed hebben belegd, mengen ze zich moeiteloos tussen de WAO'ers en de bijstandstrekkers. Deze rijken hebben het contact nog niet verloren met de arme kant van Nederland.

In een zaaltje tegenover de Rode Hoed verzorgen ze een workshop over herverdeling, zoals het conferentieprogramma vermeldt. Bezoekers zijn op twee handen te tellen en blijken niet tot de bezittende klasse te behoren. De twee miljoen Nederlanders die over aandelen beschikken schitteren door afwezigheid, net zoals grote beleggers als Robeco en ABP.

De boodschap van Gerritsen en Van Elburg is even tegendraads als impopulair: aandeelhouders moeten meer belasting betalen. Met dat doel hebben ze een stichting Beleggers voor Belasting opgericht. De stichting pleit ervoor om inkomsten uit koerswinsten ten minste zo zwaar te belasten als inkomsten uit arbeid. Met de opbrengst moet armoe worden bestreden. Dat kan ook makkelijk. De vermogenswinst was vorig jaar in Nederland groter dan het bedrag dat met arbeid werd verdiend.

Elke werknemer weet wat voor zware sancties er op arbeid staan: 15, 37, 50 of 60 procent, dat is het deel van het loon dat naar de fiscus gaat. Ook de nijvere spaarder staat de helft van zijn renteopbrengst aan de fiscus af. Waarom hoeft een belegger die vorig jaar op zijn aandelen van honderdduizend gulden een koerswinst boekte van 30.000 gulden daarover geen belasting te betalen? Waarom wordt arbeid gestraft en speculatie beloond?

Waar Gerritsen en Van Elburg met hun pleidooi voor belasting op arbeidsloos inkomen ook komen, ze lijken zich altijd te moeten verdedigen. Nee, door kinnesinne of jaloezie worden ze niet gedreven. Als beleggers zullen ze tenslotte ook zelf moeten bloeden als hun wens ooit in vervulling gaat. En nee, ze zijn geen belastingfetisjisten of wereldvreemde utopia-zoekers. Verandering van het belastingstelsel is voor hen niet meer dan ,,een kwestie van rechtvaardigheid''.

Het Belastingplan voor de 21ste eeuw dat het kabinet in de steigers heeft staan, voorziet weliswaar in een belasting op vermogenswinst, maar die correctie is volstrekt ontoereikend. In het nieuwe belastingplan zou worden uitgegaan van 25 procent belasting op een fictief vermogensrendement van 4 procent. Het werkelijk rendement was de afgelopen tien jaar meer dan twee keer hoger. En een belasting van 25 procent blijft nog altijd ver achter bij de percentages die door werknemers aan inkomstenbelasting worden betaald.

De inkomensverschillen in Nederland waren aan het begin van de eeuw vijf keer zo groot als tegenwoordig. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de welvaartsgroei onder brede lagen van de bevolking spectaculaire vormen aangenomen. Kennis, macht en inkomen werden op grote schaal gespreid. Maar in 1983 is aan die nivellering van inkomens en vermogens abrupt een einde gekomen. Sindsdien nemen de verschillen weer toe. Volgens cijfers van prof. N. Wilterdink in het boek `De rijke kant van Nederland' bezit de rijke toplaag (1,8 procent van de huishoudens) 36 procent van het privé-vermogen. Daartegenover staan de `arme sloebers' – driekwart van de bevolking – die samen over niet meer dan 12,9 procent van het vermogen beschikken. Van bijna één miljoen huishoudens is het vermogen nul of negatief.

In 1997 gebruikte koningin Beatrix haar kersttoespraak om te waarschuwen voor de toenemende welvaartsongelijkheid. ,,Verrijking'', zei ze, ,,uitsluitend betrokken op geld en goed, roept een schaduwbeeld op van inhaligheid: het naar zich toe halen wat iemand eigenlijk niet toekomt ten koste van een ander of zelfs van de hele gemeenschap.'' Dat zei ze na jaren waarin bedrijfsbestuurders zichzelf excessieve loonsverhoging gaven en beleggers zich wentelden in woekerwinsten, al dan niet met geld dat ze hadden geleend. Door inkomsten uit koerswinst net zo zwaar te belasten als de vruchten van arbeid, kan particuliere rijkdom worden gebruikt om particuliere en publieke armoe te verkleinen. Door aan rechtvaardige fiscale verplichtingen te voldoen wordt Nederland rijker als geheel.