Duitsland gevangen in `betonnen' CAO's

De dreigende stakingen in de Duitse metaal zijn een grote tegenslag voor de rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder. Zijn gewenste `alliantie' voor meer banen lijkt nu al spaak te lopen.

Bondskanselier Gerhard Schröder wilde niet alles anders, maar ,,veel beter'' doen. Hij was het beu dat zijn voorganger Helmut Kohl het Standort Deutschland kapot praatte. Schröders `Alliantie voor Werk' zou economische groei en banen scheppen. Maar van meet af aan wierp de rood-groene regering eerder hindernissen op voor de economie. Nu dreigen ook nog stakingen Schröders gekoesterde `banenalliantie' te bederven.

Al weken voert de strijdlustige metaalvakbond IG Metall een confrontatiekoers om hun looneisen van 6,5 procent kracht bij te zetten gesteund door waarschuwingsstakingen. Het laatste voorstel van de werkgevers de salarissen 2,8 procent te laten stijgen, hoonde IG Metall-leider Klaus Zwickel weg als een lachertje (een ,,Mickey Mouse voorstel'').

Een forse salarisverhoging eist de metaalbond voor de 3,5 miljoen werknemers in de metaal. Inleveren in ruil voor werk? Daar houden de vakbondsmannen weinig van en zwaaien met simpele grafieken, waaruit blijkt dat de winst van bedrijven de laatste jaren omhoog gaat en het aantal arbeidsplaatsen almaar daalt.

Nu is de vermindering van banen in de industrie in Duitsland net als in andere landen onmiskenbaar. Onder druk van de hevige internationale concurrentie fuseren en rationaliseren bedrijven volop. Er wordt steeds meer geproduceerd met minder mensen. Zo heeft alleen al de West-Duitse industrie van 1991 tot 1997 zeker 1,7 miljoen arbeidsplaatsen verloren, heeft professor Horst Siebert berekend van het Institut für Weltwirtschaft in Kiel. Van de 8,8 miljoen banen in de industrie zijn er nog 7,1 miljoen over; een banenverlies van liefst 20 procent.

Alleen al in de West-Duitse metaal- en elektro-industrie is het aantal werknemers sinds 1993 met bijna een half miljoen verminderd. Slechts een duurzame, gematigde loonpolitiek kan verhinderen dat in de metaal een verdere afbraak van werkgelegenheid plaatsvindt, zei werkgeversvoorzitter Dieter Hundt deze week. Om banen te behouden mogen de salarisstijgingen niet hoger zijn dan de productiviteitsontwikkeling en de inflatie.

Willen überhaupt nog werklozen geïntegreerd worden, dan mogen loonstijgingen niet boven de 2,5 procent uitkomen, heeft Siebert becijferd. Dat loonmatiging in de metaalindustrie vruchten heeft afgeworpen blijkt uit het feit dat in de eerste negen maanden van vorig jaar 70.000 nieuwe banen zijn geschapen. Maar na twee jaren van matiging (1998: 2,5 procent; 1997: 1,5 procent) vindt IG Metall het welletjes. Vorig jaar kondigde voorzitter Zwickel het ,,einde der bescheidenheid'' af en werd daarin openlijk gesteund met verkiezingsretoriek van SPD-voorzitter Oskar Lafontaine, die nu minister van Financiën is.

Nu de SPD regeert, voelen de bonden zich moreel extra gesterkt. Met hun onrealistische salariswensen brengen ze evenwel niet alleen hun eigen positie, maar ook Schröders nog fragiele `Alliantie voor Werk' in gevaar. Deze week al dreigden enkele werkgevers niet aan hervatting van de gesprekken met de regering en bonden, die eind februari worden hervat, deel te nemen als tot stakingen wordt besloten.

Het mislukken van de `banenalliantie' zou funest zijn voor het economische klimaat in Duitsland. Werkgevers en vakbonden in Europa's belangrijkste economie zitten nog steeds gevangen in een betonnen keurslijf van rigide CAO's.

Dat de hoge werkloosheid in Duitsland, vorig jaar officieel 4,4 miljoen, ook maar iets met rigiditeiten op de arbeidsmarkt, verstikkende regels en te kostbare sociale voorzieningen te maken kan hebben, is bij veel vakbondsbonzen en SPD-politici nog taboe.

Juist nu de internationale trend sterk in de richting wijst van steeds flexibeler arbeidsmarkten, vraagt de situatie in Duitsland om een doorbraak. Bonden zijn echter nog steeds als de dood iets van hun monopolie op het gebied van loonpolitiek prijs te geven. Maar het is een wanhopig achterhoedegevecht. Steeds vaker gooien werkgevers en personeel het op de werkvloer op een akkoordje en sluiten in hun bedrijf een `Alliantie voor Werk'. Met of zonder inmenging van werknemersorganisaties.

Intussen heeft de situatie van Duitsland als vestigingsplaats voor investeerders (Standort Deutschland) zich nauwelijks verbeterd. Duitsland één groot recreatiepark? Horen werknemers tot de beste verdieners in Europa? Werken ze het minste aantal uren? Behoren de arbeidskosten per uur tot de hoogste in Europa? Deze kritiek van oud-kanselier Kohl verwees de regering-Schröder naar het rijk der fabelen. Van meet af aan gaf zij de verkeerde signalen af aan het bedrijfsleven. De weinige economische hervormingen waarmee Kohl was begonnen - zoals versoepeling van het ontslagrecht en vermindering van de ziekte-uitkering - werden als eerste teruggedraaid.

De belastingplannen, die de lasten voor modale gezinnen verlichten ten koste van het bedrijfsleven, maken investeerders kopschuw. De ongegeneerde aankondiging van Lafontaine om de belastingvoorstellen nu snel door de oude Bondsraad (Eerste Kamer) te loodsen, waarin de SPD haar meerderheid verliest door de recente verkiezingen in Hessen, heeft bij ondernemers nog meer kwaad bloed gezet.

Intussen heeft Wim Duisenberg, president van de Europese Centrale Bank, bezorgd gereageerd op de recente stijging van de Duitse werkloosheid met 200.000 in januari. Hij spoorde de bonden aan ,,gematigde'' loonstijgingen te accepteren. Anders zal dit zich wreken op de toch al zwakkere economie.

Alleen ,,structurele hervormingen'' die de arbeidsmarkt flexibeler maken, en matige lonen dragen tot meer werk bij, zei Duisenberg. Een hint uit Frankfurt voor Schröder, wil hij zijn mooie beloften over werk waarmaken.