De paleiskier

NEDERLANSE PALEIZEN zijn omgeven door geheimen. Dit gegeven is inherent aan de Nederlandse Grondwet, waarin staat dat de Koning onschendbaar is en dat de ministers verantwoordelijk zijn. Zij kunnen worden aangesproken op het gedrag van het staatshoofd en niet het staatshoofd zelf. Op deze manier wordt de Koning buiten het partijpolitieke gewoel gehouden en het symbool van eenheid versterkt.

Zondigen tegen de ongeschreven regel, ofwel het schenden van het geheim van het koninklijk paleis, leidt dan ook steevast tot grote commotie. Ophef die toeneemt naarmate de inhoud van de openbaringen een grotere politieke gevoeligheidsgraad heeft. Weinigen hebben zich voor de oorlog gestoord aan het naar buiten komen van de anekdote dat koningin Wilhelmina aan een diner ten paleize haar vingerkommetje leegdronk nadat een gast — niet op de hoogte van de etiquette — haar hierin was voorgegaan. Mis gaat het pas bij verhalen over inhoudelijke bemoeienis van het staatshoofd met het regeringsbeleid. De reactie die dit oproept is in de meeste gevallen tweeledig. Allereerst is er de afkeuring over het schenden van het geheim, waarmee de formele kant van de zaak is afgedaan. Vervolgens is er informeel en niet voor de openbaarheid bestemd wel degelijk een debat over de inhoud van het onthulde geheim.

Zo hadden in de jaren zeventig volgens politiek Den Haag de bezwaren van de toenmalige koningin Juliana tegen de kabinetsvoornemens het aantal leden van het koninklijk huis te beperken nooit naar buiten mogen komen. Maar in het Kamerdebat over het wetsvoorstel stond de kritiek van de koningin wel in heel wat achterhoofden gegrift.

OOK DE HUIDIGE koningin is al een aantal keren via een omweg met haar eigen gedachten geconfronteerd. De Amerikaanse dominee-politicus Jesse Jackson onthulde ooit tegenover het persbureau AP dat koningin Beatrix in een gesprek met hem voor uitstel van de plaatsing van kruisraketten had gepleit, minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken praatte enkele jaren geleden zijn mond voorbij met de mededeling dat het vestigen van een Nederlandse ambassade in Jordanië een persoonlijke wens van het staatshoofd was geweest. En nu is er dan de ophef over de uitlatingen van anonieme Tweede Kamerleden tegenover de Volkskrant over hun recente bezoek aan de majesteit. Volgens het verslag in de krant zou de koningin zich in afkeurende zin hebben uitgelaten over het cellenoverschot, bezwaren hebben gemaakt tegen het referendum, en een grote interesse hebben getoond voor de invoering van pepperspray. Het was kortom een breed gesprek dat zij met de leden van drie vaste Kamercommissies heeft gevoerd.

De reacties uit de Tweede Kamer op de `koninklijke openbaringen' zijn voorspelbaar: het had niet mogen gebeuren. De fractievoorzitters van CDA en VVD willen de kwestie bij het presidium van de Tweede Kamer aan de orde stellen en Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven beraadt zich op haar beurt op het sturen van een brief aan de medeleden waarin de mores zullen worden uiteengezet.

INTUSSEN ZIJN de opvattingen van de koningin natuurlijk wel genoteerd. Niet voor direct gebruik, des te meer voor indirect gebruik ten behoeve van diegenen die daar belang bij hebben. Het geheim van het paleis is geschonden, een mening van de koningin is bekend geworden. Dat is tegen de regels. Tevens is er die andere regel die zegt dat de ministers verantwoordelijk zijn. Een geruststellende gedachte is dat zij hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Zoals het hoort in een parlementaire democratie.