De droom van een Deens duo

Liefhebbers van Deens design kunnen terecht in Veenendaal waar een expositie is ingericht over het elektronicabedrijf Bang & Olufsen. Ruim zestig producten zijn er te zien: van de eerste probeersels uit de jaren '20 tot de strakke vormen uit recente jaren.

In de jaren twintig, toen de radio nog in de kinderschoenen stond, hadden twee jonge Deense ingenieurs, Svend Olufsen (1897-1949) en Peter Bang (1900-1957), een ongehoorde droom. Ze droomden van een radioapparaat dat niet op batterijen werkte, maar kon worden aangesloten op het lichtnet – een ongekend verschijnsel voor die tijd. In 1925 begonnen ze te experimenteren, op Olufsens landgoed Quistrup in de Deense plaats Stuer, boven Kopenhagen. ,,Het is indrukwekkend om te zien'', zo beschreef de Deense schrijver Jonathan Buchholz uit Stuer de situatie in Quistrup. ,,Het besloeg een hele wand in een van de woonkamers van het huis van de heer Olufsen. Dikke spoelen van dik koperdraad, stukken blank gemaakte draad – en op allerlei punten in het systeem waren accu's opgesteld om de stroom te leveren. Het zag er bijna uit als een occulte kelder, met het object ervan – de radio – in het centrum, als een altaar.''

Het ontwerpen van een op elektriciteit werkende radio bleek moeilijker dan gedacht. In 1926 bracht het duo wel de `Eliminator' op de markt, een gelijkrichter waarop door batterijen gevoede radio's konden worden aangesloten en die zorgde voor toevoer van stroom uit het lichtnet. Het apparaat werd een succes en het bedrijf begon in snel tempo te groeien. In 1929, precies zeventig jaar geleden, kwamen Bang en Olufsen met de eerste echte lichtnetontvanger, de zogenoemde `vijf-lampenradio'.

Het bedrijf heeft tegenwoordig 2.700 medewerkers, een jaaromzet van een miljard gulden en is vooral bekend om de strakke, gestroomlijnde audiovisuele apparaten in het duurdere genre. Hoe het B&O in de loop der jaren is vergaan, is te zien op de kleine tentoonstelling Bang en Olufsen: Deens Design in het historisch museum Het Kleine Veenlo in Veenendaal.

Kern van de expositie vormen ongeveer 65 apparaten van verzamelaar André Voskuilen, een `B&O-gek', die al op zijn veertiende van zijn eerste verdiende geld een B&O-radio van 1.000 gulden kocht en nu over een van de meest complete verzamelingen van Nederland beschikt. In het bovenzaaltje van het museum staan zijn radio's, platenspelers en tv's in vitrines en langs de wanden opgesteld: de eerste probeersels uit de jaren twintig, bakelieten kasten uit de jaren veertig, houten bakbeesten uit de jaren vijftig tot en met meer recente modellen.

Teksten, posters en foto's vertellen het verhaal van de twee ondernemende Denen en hun bedrijf, dat alle malaises te boven wist te komen. In de Tweede Wereldoorlog, in januari 1945, werd de al flink uit de kluiten gewassen fabriek compleet door de Duitsers opgeblazen, omdat enkele medewerkers actief waren geweest in het verzet. In 1946 stond er alweer een nieuwe, gemoderniseerde fabriek.

Begin jaren zestig beleefde de radio- en tv-wereld een crisis en gingen veel bedrijven failliet. B&O koos net op tijd voor een andere strategie. Het motto werd: `Voor hen die stijl en kwaliteit stellen boven de prijs'. Waren de vroegere apparaten nauwelijks te onderscheiden van merken als Philips of Grundig, nu koos B&O voor `design'. Er werd gericht op een kleiner marktsegment van mensen die oog hadden voor de elegante vormgeving en de vernuftige techniek. Een van de eerste ontwerpen in de nieuwe stijl, de `Beomaster', een platte, compacte transistorradio die ook aanwezig is op de expositie, kreeg op de Hannover Messe een prijs voor industriële vormgeving.

Vanaf die tijd liet de firma B&O – de twee oprichters waren inmiddels al lang overleden – haar apparatuur alleen nog ontwerpen door industrieel ontwerpers. In Veenendaal is die omslag duidelijk te zien. Ook het allerlaatste ontwerp, een roodbruin gelakte tv met cd-i uit de winkel van een plaatselijke dealer staat er opgesteld. En ook hier overheerst weer die `rustige elegantie' die het Museum of Modern Art in New York in het begin van de jaren '70 deed besluiten om producten van B&O in de design-collectie op te nemen en die dit Deense merk zo begerenswaardig maakt.

Tentoonstelling `Bang en Olufsen: Deens Design'. T/m 22 mei. Historisch Museum `Het Kleine Veenloo', Markt 10, Veenendaal. Open: di t/m za 10-16u. Tel. 0318-550010.