Britse keukentraditiesop de tocht

Engeland is Engeland niet meer. Je kunt er nu zeer behoorlijke koffie drinken en de fish 'n chips worden verdrongen door restaurantketens met Franse, Italiaanse dan wel Amerikaanse inslag.

Britse vossenjagers, erfelijke Lords en euro-haters vechten – soms in één persoon verenigd – dezer dagen met veel theater voor hun leven. Buiten de schijnwerpers, maar niet minder schokkend, kraakt een andere eilandtraditie in haar voegen: het kopje thee. Zes van de tien Britten geven nu meer geld uit aan koffie dan aan thee, zo blijkt uit recente cijfers van The Family Expenditure Survey, een instituut dat koopgedrag van gezinnen bestudeert.

De tijd dat je in Engeland hete kruipolie kreeg als je koffie bestelde, is voorbij. In steeds meer stations, winkelcentra en hoofdstraten wordt nu de beste espresso, cappuccino en latté verkocht. Koffieketens als Costa, Caffè Nero, Aroma, Coffee Republic, Starbucks en de Seattle Coffee Company openen elke dag wel ergens een filiaal.

Costa, de grootste Britse koffiebrander en eigendom van mega-brouwer Whitbread, heeft de afgelopen vijf jaar 117 cafés geopend, waarvan zestig in Londen. Dit jaar komen er nog zestig bij. Alleen al in Londen zet Costa honderd miljoen pond (320 miljoen gulden) per jaar om. De andere koffieketens doen daar per jaar samen nog eens tachtig miljoen pond bij.

Koffiedrinken buitenshuis is niet de enige groeimarkt voor de Britse smaakpapillen. De sunday roast – koe of schaap met doodgekookte groenten – en de chicken tikka massala van de buurt-Indiër worden in rap tempo onder de voet gelopen door restaurantketens met een Frans, Italiaans, Aziatisch of Amerikaans tintje.

Zo baat Whitbread behalve Costa verspreid over het hele land bijna tweehonderd Frans-bedoelde restaurants uit onder de naam Café Rouge en Dôme. De één is wat meer bistrot, de ander wat meer boulevard-café. Met elkaar delen ze de twee- of driegangenmenu's voor een betaalbare prix fixe en de jonge bediening. De ruim 150 Italiaanse restaurants onder de naam Bella Pasta en Mamma Amalfi, die respectievelijk een doorsnee Italiaans stadsrestaurant en een boeren-eetgelegenheid moeten verbeelden, doen iets soortgelijks in het marktsegment boven de Pizza-Hut-keten, die Whitbread overigens óók exploiteert.

De Britse middenklasse, net als in de rest van Europa steeds rijker en groter, is op vakantie geweest in Toscane, Californië of Thailand. Hun leider, Tony Blair, brengt de kerst door op de Seychellen. Mondeo-man weet nog steeds heel weinig van malaria en schorpioenen, maar wel van chardonnay, pesto en roerbakken. Het verklaart iets van het succes van de nieuwe restaurantketens: ze verlengen voor een vast en schappelijk tarief de verzorgde vakantie. De reclameborden en de theateraffiches aan de muur komen van een groothandel, net als de bric-à-brac die de indruk moet wekken ,,jarenlang te zijn verzameld'', maar een kniesoor die daarop let. Integendeel, deze restaurants lijken zo goed te gaan omdat ze juist niet volkomen authentiek zijn. Het risico dat je een bord koeienpens, zangvogeltjes of rauwe wulken krijgt voorgezet is nul. En de ober hoest ook niet openlijk in het eten. Een ster krijgen ze evenmin ooit, maar dat is ook niet de bedoeling. In deze markt geven consumenten een duidelijke boodschap, zei Whitbread-topman David Thomas vorig jaar. ,,Ze willen filialen van één merk die standaardproducten en -diensten aanbieden.''

Een andere, mogelijk belangrijker vraag is waarvoor deze ketens in de plaats komen. Wat is er weg dat ze nodig zijn? Costa-directeur Mike Dowell weet wel wat zijn klanten willen. ,,Het gaat niet om dat kopje espresso'', zei hij vorige maand. ,,Wij leveren een totaalervaring. Koffie is een sociaal glijmiddel.'' Die redenering opent zorgelijke perspectieven. Want het thee-uur, voor talloze Britten het brandpunt van de dag, voldoet kennelijk niet meer. En zou het toeval zijn dat juist nu de Britse pub, als huiskamersurrogaat een hoeksteen van de samenleving, zulke slechte tijden doormaakt?

Veel televisiekoks die het nieuwe Brittannië nu voorschrijven hoe en waar het moet eten, komen zelf uit gebroken gezinnen, schreef Julie Burchill vorig jaar in The Guardian. ,,Eindeloos roerend proberen ze het geborgen thuis te her-scheppen dat ze zelf nooit hebben gekend.'' Al te serieuze foodies compenseren iets, is hier de gedachte – gebrek aan seks, een goed gesprek of een doel in het leven. Als de eetketens gezinsvervangende tehuizen zijn, moet het Verenigd Koninkrijk zich inderdaad zorgen gaan maken.

INFORMATIE

Whitbread brouwt niet alleen bier (Stella Artois, Heineken en Murphy's) maar noemt zichzelf een `vrijetijdsconcern'. Van de winst (vorig jaar 207 miljoen pond) is slechts eentiende uit de brouwerij afkomstig. Het bedrijf bezit hotels, kledingwinkels (van het merk David Lloyd), `familie-restaurants', pubs,sport- en fitnesscentra en het sponsort de gelijknamige literatuurprijs – activiteiten die Whitbread `concepten uit de merkenportefeuille' noemt. Wie wil weten waar Whitbread welke `concepten' restaurant, hotel of pub uitbaat, kan – behalve in de meeste Britse hoofdstraten – terecht op www.whitbread.co.uk, waar een `locator' een keurig lijstje geeft als je een stad of postcode intypt.

    • Hans Steketee