Bijlmer-enquête 4

Luchtverkeersleiders zouden gegevens over de lading zes jaar lang verzwegen hebben! Ir. Wolleswinkel had natuurlijk gelijk toen hij zei dat onderzoek naar de lading geen taak van luchtverkeersleiders is en dat zoiets verwarring sticht. Hoewel journaal en kranten over elkaar heen vallen in hun afkeuring van deze `geheimhouding' lijkt de luchtverkeersleiders geen blaam te treffen. Zij blijken hun superieuren onmiddellijk te hebben ingelicht.

Zelfs de eerste-minister, niet tijdig ingelicht door minister Netelenbos, meende zonder feitenkennis de verkeersleiders in de ban te moeten doen. Helaas heeft de eerste-minister, die zich graag vaderlijk, weloverwogen en bezadigd voordoet, ook hier gefaald en zijn twijfelachtige reputatie in dezen versterkt: impulsieve reacties, zonder kennis van feiten, slecht ingelicht door vrouwelijke ministers met omineuze namen! Of er tussen deze mannen en het feit dat het om vrouwelijke ministers gaat enerzijds en anderzijds de ondoordachte reacties van de heer Kok verband bestaat is niet duidelijk. Wel, dat na de heer Docters van Leeuwen nu verkeersleiders slachtoffers zijn geworden van zijn onbesuisd oordelen en optreden. Zijn beoogd doel, herstel van vertrouwen in de `overheid', heeft hij daarmee zeker niet bereikt. Zoals een der ondervraagden tot ontzetting van de voorzitter der enquêtecommissie zei: ,,Hij had zijn vertrouwen in `de overheid' al lang geleden verloren.'' Het publiciteitsgerichte optreden van de enquêtecommissie en het oordelen zonder feitenkennis door de `eerste-minister' hebben bij mij het oordeel van deze ondervraagde bevestigd.