Zwarten Z-Afrika: van polishouder tot kapitalist

In korte tijd gaat in Zuid-Afrika de tweede coöperatieve verzekeraar naar de beurs. Miljoenen Zuid-Afrikanen worden plotseling aandeelhouder. Ofwel: de opkomst van het volkskapitalisme in het land van president Mandela.

Tshepo Nkosi zit onder zijn citroenboom in Johannesburgs groene wijk Orange Grove en rekent zich rijk. Hij heeft een polis in het nachtkastje liggen van Old Mutual, de reusachtige onderlinge verzekeringsmaatschappij. Over enige maanden denkt Nkosi, pr-manager bij oliemaatschappij Mobil, een grote slag te slaan als zijn polis van Old Mutual naar schatting meer dan 300 aandelen waard is. Dat zal hem een kapitaaltje van tussen de 3.300 en 4.200 rand (1.100 tot 1.400 gulden) opleveren. Niet gek, als men bedenkt dat het Nkosi niets kost en hij er niets voor hoeft te doen. Hij moet alleen `ja' invullen op het formulier waarin de polishouders wordt gevraagd of ze het eens zijn met de zogeheten `demutualisering': de omzetting van een coöperatie in een publiek bedrijf.

Wettelijk moet 75 procent van de 3,2 miljoen polishouders vóór stemmen, maar nu al staat vast dat die meerderheid er is. De voorzitter van de raad van bestuur van Old Mutual, Mike Levett, sprak nadat hij het groene licht voor de demutualisering had gekregen van minister van Financiën Trevor Manuel over ,,de grootste equity empowerment operatie'' in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, een verwijzing naar black empowerment, ofwel het streven zwarten meer te laten deelnemen in het Zuid-Afrikaanse bedrijfsleven.

Zuid-Afrika kent verscheidene grote verzekeraars. Old Mutual en Sanlam zijn, gerekend naar aantallen polishouders en de omvang van hun fondsen, nummer één en twee. Sanlam ging Old Mutual voor met een beursgang.

De Suid-Afrikaanse Nasionale Lewens Assuransie Maatskappy (Sanlam) met 2 miljoen polishouders en een fondsbeheer van 144 miljard rand keek vorig jaar verlekkerd naar verzekeraar Liberty, dat al decennia aan de beurs is genoteerd en zich onder leiding van Donald Gordon stormachtig ontwikkelde. ,,Wat Gordon kan, kan ik ook'', aldus voorzitter van de raad van bestuur Marinus Daling. Op 30 november 1998 maakte Sanlam de gang naar de beurs van Johannesburg. In een trage economie was dat vragen om problemen. Het aandeel Sanlam zakte langzaam weg van 6 rand naar 4,9 rand nu. Wat zich wreekt bij Sanlam is het feit dat het overgrote deel van de nieuwe aandeelhouders volkomen onervaren is. Om hun schulden af te lossen bieden ze aandelen aan voor afbraakprijzen. Een gouden kans voor institutionele beleggers, die voor een prikje de Sanlam-aandelen in handen krijgen. De eerste 33 dagen na Sanlams notering veranderde 15 procent van de aandelen van eigenaar. Op de grijze markt is een Sanlam-aandeel al te krijgen voor 3,5 rand. De wet verbiedt privé-verkoop van aandelen buiten de JSE om; de verkopers `lenen' daarom geld van een handelaar en bieden hun aandeel als `onderpand' aan.

Om niet in deze val te trappen gaat Old Mutual tegelijkertijd naar de JSE èn de beurs van Londen. Hiertoe wordt een internationale holding opgericht, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk. Old Mutual verwacht een betere prijs in Londen dan thuis en wist minister Manuel ervan te overtuigen dat de operatie goed is voor Zuid-Afrika: het zal buitenlandse investeerders aantrekken en de economische activiteit zal toenemen.

Old Mutual, dat in binnen- en buitenland voor in totaal 445 miljard rand aan fondsen beheert, mag volgens een berekening van Merill Lynch bij notering aan de JSE rekenen op aandelen ter waarde van 11 à 14 rand, hetgeen een marktkapitalisatie van 33 tot 41 miljard rand inhoudt. In Londen zou het bedrijf de vijfde in de levensverzekeringssector zijn.

Old Mutual zal tegen een ander probleem aanlopen: de wisselkoers. Voor buitenlandse investeerders is een bedrijf dat 90 procent van zijn winst in randen verdient niet bepaald aantrekkelijk. Als de rand verder daalt, daalt ook de winst. Zo liepen door de val van de rand in 1998 de vrije reserves, uitgedrukt in pond sterling, vorig jaar fors terug.

Maar Old Mutual laat zich door niets meer afschrikken, men waagt de grote stap. Op het districtskantoor Groote Schuur van Old Mutual in Kaapstad heerst een opgewonden stemming. Paul Kruger, de manager, zit aan zijn eikenhouten corporate table en blaast vol zelfvertrouwen wolken sigarettenrook uit. Kruger zegt meewarig dat zijn bedrijf ,,natuurlijk'' niet dezelfde fout zal maken als Sanlam.

Het grote voordeel van notering aan de beurs is en blijft dat voor het werven van fondsen aandelen kunnen worden uitgegeven, wat veel goedkoper is dan schuldfinanciering, zo legt Kruger uit. Het nut voor de polishouders c.q. aandeelhouders is dat men directe toegang tot de financiële reserves van het bedrijf heeft via het aandelenbezit.

De regering van Nelson Mandela is overigens een fervent voorstander van empowerment van de kleine (zwarte) burger op allerlei terreinen en dat gaf de doorslag bij de beslissing Old Mutual de vrije hand te geven. ,,Dit is een unieke mogelijkheid voor economisch empowerment. Voor veel mensen zal dit de eerste keer zijn dat ze een direct belang hebben in de economie'', aldus Manuel.

De beursgang van de twee grote verzekeraars betekent een grote ommekeer in de spaarcultuur van de zwarte meerderheid. Jarenlang was men door de rassenscheiding afgesloten van het normale bankwezen. Het zwarte bevolkingsdeel spaarde via de traditionele `stokvel', een informele spaarclub. In de schaduw van een olm, met een kartonnen pak bier bij de hand, en onder het genot van een praatje kwamen en komen nog steeds de stokvel-clubs bij elkaar, meestal niet meer dan een groepje van tien mensen. De inleg wordt gepoold en dan beurtelings ter beschikking gesteld aan de deelnemers om er iets leuks mee te doen. Een hopeloos ouderwetse manier van sparen, die niet tot accumulatie leidde, maar in de townships was het lange tijd - en nog steeds - de primaire spaarvorm. Na de afschaffing van de apartheid, in 1994, kochten zwarte Zuid-Afrikanen die het konden bekostigen zich in bij Sanlam en Old Mutual, die van oorsprong blanke bedrijven waren, respectievelijk in handen van de Afrikaners en de Engelstaligen.

De opkomende zwarte middenklasse van Zuid-Afrika, gedomineerd door een nieuwe generatie, heeft met mensen als Tshepo Nkosi (27) geen boodschap meer aan de stokvel. ,,Leuk voor de ouden van dagen, maar het levert natuurlijk niets op'', zegt Nkosi. Ziedaar zijn `bedrijfsresultaat': hij woont in een mooi huis, rijdt in een prima auto en geniet van het goede leven met soirées aan huis.

    • Lolke van der Heide